← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.29 Rolnummer: P.25.1247.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-20 Raadplegingen: 463 - laatst gezien 2026-06-17 10:01 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 De bepalingen van artikel 25/3, § 1, en van het door de Noodwet ingevoegde artikel 98/11, eerste lid, Wet Strafuitvoering dat toepasselijk is op verzoeken aanhangig op het ogenblik van de inwerkingtreding van de Noodwet hebben wat betreft de voorwaarde dat op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken moet blijken dat de veroordeelde niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf in het Rijk eenzelfde inhoud zodat de nieuwe regeling niet strenger is dan de regeling van toepassing op het ogenblik van de aanvraag door de verzoeker. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 25/3, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/11, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 18 juli 2025 houdende maatregelen met het oog op de vermindering van de overbevolking in de gevangenissen en tot invoering van de principiële onmogelijkheid om het elektronisch toezicht uit te voeren op de plaats waar het slachtoffer verblijft - 18-07-2025 - Art. 40 - 16 ELI link Pub nr 2025005580 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 25/3, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/11, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 18 juli 2025 houdende maatregelen met het oog op de vermindering van de overbevolking in de gevangenissen en tot invoering van de principiële onmogelijkheid om het elektronisch toezicht uit te voeren op de plaats waar het slachtoffer verblijft - 18-07-2025 - Art. 40 - 16 ELI link Pub nr 2025005580 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 25/3, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/11, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 18 juli 2025 houdende maatregelen met het oog op de vermindering van de overbevolking in de gevangenissen en tot invoering van de principiële onmogelijkheid om het elektronisch toezicht uit te voeren op de plaats waar het slachtoffer verblijft - 18-07-2025 - Art. 40 - 16 ELI link Pub nr 2025005580 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1247.N J. D., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Melissa Laurent, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Nederlandstalige strafuitvoeringsrechter Brussel van 12 september

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Plaatsvervangend magistraat Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 7.1 EVRM, artikel 15.1 IVBPR en artikel 2 Strafwetboek, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel dat de retroactieve toepassing van de strengere strafwet verbiedt: het vonnis wijst eisers verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied af op de grond dat het door artikel 98/11 Wet Strafuitvoering vereiste advies van de Dienst Vreemdelingenzaken ontbreekt, terwijl volgens de op het tijdstip van het verzoek geldende regelgeving die voorwaarde niet gold; er is dus een verstrenging van de toekenningsvoorwaarden die de eiser bij het indienen van zijn verzoek niet was gekend en waardoor hij niet meer voldoet aan die voorwaarde; het verbod op die retroactieve toepassing geldt niet enkel voor wetten die in strafsancties voorzien, maar ook voor wetten die reeds door de rechter opgelegde strafsancties herdefiniëren of wijzigen.
  3. Artikel 25/3, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied een wijze van uitvoering van de vrijheidsstraf is waardoor de veroordeelde, van wie op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat hij niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk, zijn straf ondergaat buiten de gevangenis in een ander land dan België, mits naleving van de voorwaarden die hem gedurende een bepaalde proeftijd worden opgelegd.
  4. Artikel 98/11, eerste lid, Wet Strafuitvoering, zoals ingevoegd door artikel 17 van de wet van 18 juli 2025 houdende maatregelen met het oog op de vermindering van de overbevolking in de gevangenissen en tot invoering van de principiële onmogelijkheid om het elektronisch toezicht uit te voeren op de plaats waar het slachtoffer verblijft (hierna Noodwet Overbevolking) bepaalt dat de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied een wijze van uitvoering is die wordt toegekend aan een veroordeelde van wie op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat hij niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk, mits naleving van de voorwaarde het grondgebied effectief te verlaten en met het verbod om tijdens een bepaalde proeftijd terug te keren naar België zonder in orde te zijn met de wetgeving en de reglementering betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf of de vestiging in het Rijk en zonder de voorafgaande toelating van de strafuitvoeringsrechter.
  5. Volgens artikel 40, eerste lid, Noodwet Overbevolking wordt, behoudens in hier niet toepasselijke gevallen, het verzoek om een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied dat op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet aanhangig is, behandeld overeenkomstig de artikelen 98/6 tot en met 98/26 Wet Strafuitvoering.
  6. De Noodwet Overbevolking is in werking getreden op 4 augustus
  7. De aanvraag van de eiser om de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied draagt als datum 26 juni 2025 en die aanvraag werd ontvangen op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank op 3 juli
  8. Op die aanvraag is bijgevolg artikel 98/11, eerste lid, Wet Strafuitvoering van toepassing en niet artikel 25/3 Wet Strafuitvoering.
  9. Evenwel hebben de beide bepalingen wat betreft de voorwaarde dat op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken moet blijken dat de veroordeelde niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf in het Rijk eenzelfde inhoud. De nieuwe regeling is dan ook niet strenger dan de regeling die van toepassing was op het ogenblik van de aanvraag van de eiser. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 14 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van plaatsvervangend magistraat Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.29 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.