← België

K. contra W.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.3 Rolnummer: P.25.0786.N Zaak: K. contra W. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-10-20 Raadplegingen: 445 - laatst gezien 2026-06-18 20:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De in artikel 425, § 1, Wetboek van Strafvordering door de wetgever bepaalde en met niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep gesanctioneerde regel dat het cassatieberoep in strafzaken moet worden ingesteld door het afleggen van een verklaring van cassatieberoep door een advocaat die houder is van een getuigschrift van een opleiding in cassatieprocedures als bedoeld in boek II, titel III Wetboek van Strafvordering, heeft als doel te vermijden dat dit bijzonder rechtsmiddel ondoordacht en lichtzinnig wordt ingesteld, waarbij de wetgever wil dat een advocaat die door het met succes volgen van een opleiding een zekere vertrouwdheid heeft aangetoond met de cassatieprocedures in strafzaken de wettigheid en de wenselijkheid van een cassatieberoep beoordeelt om zo kansloze cassatieberoepen te vermijden en dit ongeacht de inzet van de zaak voor de eiser in cassatie, zodat die verplichting en de sanctionering ervan een wettig doel dienen, namelijk een behoorlijke rechtsbedelingen en dus niet disproportioneel zijn met het beoogde doel en ook niet getuigen van een overdreven formalisme; de verplichting om het cassatieberoep in te stellen door het afleggen van een verklaring door een advocaat die houder is van het bedoelde getuigschrift bestaat onafhankelijk van de in artikel 429 Wetboek van Strafvordering opgenomen vereiste dat het indienen van een memorie met cassatiemiddelen eveneens moet gebeuren door een advocaat die houder is van het getuigschrift; uit de enkele omstandigheid dat een eiser in cassatie in een door een advocaat houder van het getuigschrift ingediende memorie beweerdelijk een ernstig middel aanvoert, volgt niet dat de vereiste dat het cassatieberoep zelf moet zijn ingesteld door een advocaat houder van het getuigschrift verdwijnt. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 25, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 429 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 25, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 429 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0786.N A. K., beklaagde, aangehouden, eiseres, met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen

  1. P. W.,
  2. M. C.,
  3. D. D.,
  4. L. H., burgerlijke partijen, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 30 april
  5. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Plaatsvervangend magistraat Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  6. Behoudens in hier niet toepasselijke gevallen moet het cassatieberoep op straffe van niet ontvankelijkheid worden ingesteld door het afleggen van een verklaring ter griffie van het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gewezen door een advocaat die houder is van een getuigschrift van een opleiding in cassatieprocedures als bedoeld in boek II, titel III Wetboek van Strafvordering.
  7. De eiseres, die niet aantoont dat zij advocaat is en houder van het bedoelde getuigschrift, heeft zelf de verklaring van cassatieberoep afgelegd op de gevangenisgriffie tegenover de afgevaardigde van de directeur van de gevangenis te Hasselt.
  8. In de memorie, die is ondertekend door een advocaat die houder is van het bedoelde getuigschrift, wordt aangevoerd dat haar cassatieberoep niet onontvankelijk kan worden verklaard omdat zij tijdens de strafprocedure en tijdens de termijn om cassatieberoep aan te tekenen geen bijstand had van een advocaat en haar geen mededeling is gedaan van de mogelijkheden en de wettelijke vereisten om cassatieberoep aan te tekenen, zoals nochtans is vereist door artikel 6 EVRM. Verder wordt in die memorie aangevoerd dat het cassatieberoep evenmin onontvankelijk kan worden verklaard indien in een door een advocaat houder van het getuigschrift ingediende memorie een ernstig middel wordt aangevoerd, wat hier het geval is: in dat geval blijkt dat het doel dat de wetgever heeft beoogd met de vereiste dat een cassatieberoep enkel kan worden ingesteld door een advocaat houder van het getuigschrift om manifest ongegronde beroepen te vermijden, niet aan de orde is. Bovendien moet rekening worden gehouden met datgene wat er voor de eiseres op het spel staat.
  9. De in artikel 425, § 1, Wetboek van Strafvordering door de wetgever bepaalde en met niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep gesanctioneerde regel dat het cassatieberoep in strafzaken moet worden ingesteld door het afleggen van een verklaring van cassatieberoep door een advocaat die houder is van een getuigschrift van een opleiding in cassatieprocedures als bedoeld in boek II, titel III Wetboek van Strafvordering, heeft als doel te vermijden dat dit bijzonder rechtsmiddel ondoordacht en lichtzinnig wordt ingesteld. De wetgever wil dat een advocaat die door het met succes volgen van een opleiding een zekere vertrouwdheid heeft aangetoond met de cassatieprocedures in strafzaken de wettigheid en de wenselijkheid van een cassatieberoep beoordeelt om zo kansloze cassatieberoepen te vermijden en dit ongeacht de inzet van de zaak voor de eiser in cassatie. Die verplichting en de sanctionering ervan dienen een wettig doel, namelijk een behoorlijke rechtsbedeling. Ze zijn niet disproportioneel met het beoogde doel en getuigen dan ook niet van een overdreven formalisme.
  10. De verplichting om het cassatieberoep in te stellen door het afleggen van een verklaring door een advocaat die houder is van het bedoelde getuigschrift bestaat onafhankelijk van de in artikel 429 Wetboek van Strafvordering opgenomen vereiste dat het indienen van een memorie met cassatiemiddelen eveneens moet gebeuren door een advocaat die houder is van het getuigschrift. Uit de enkele omstandigheid dat een eiser in cassatie in een door een advocaat houder van het getuigschrift ingediende memorie beweerdelijk een ernstig middel aanvoert, volgt niet dat de vereiste dat het cassatieberoep zelf moet zijn ingesteld door een advocaat houder van het getuigschrift verdwijnt.
  11. Het arrest (p. 15) stelt vast dat het appelgerecht aan de eiseres heeft gevraagd of zij de bijstand wenste van een advocaat waarop zij op duidelijke en ondubbelzinnige wijze te kennen gaf dat zij een dergelijke bijstand niet wenste en zichzelf zou verdedigen aangezien ze nog steeds advocaat was. Daaruit volgt dat de afwezigheid van bijstand van een raadsman die de eiseres had kunnen voorlichten over de voor het cassatieberoep in acht te nemen formaliteiten het gevolg is van een eigen keuze van de eiseres. Bijgevolg kan de eiseres zich niet beroepen op de afwezigheid van de bijstand van een advocaat voor haar aanvoering dat aan het voorschrift van artikel 425, § 1, Wetboek van Strafvordering moet worden voorbijgegaan.
  12. Het door de eiseres ingestelde cassatieberoep door zelf een verklaring van cassatieberoep af te leggen op de gevangenisgriffie tegenover de afgevaardigde van de directeur van de gevangenis te Hasselt, is niet ontvankelijk. Middel
  13. Het middel dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiseres, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 143,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 14 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van plaatsvervangend magistraat Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.