← België

S. contra C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 1615

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1615

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1615

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: DWANGSOM Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1615- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr.

C.24.0270.N L.S., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen

  1. D.C.,
  2. IAA CONSULT bv, met zetel te 3550 Heusden-Zolder, Sint-Jobstraat 34 bus 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0895.120.354, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, van 25 maart
  3. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft op 12 september 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Artikel 1615 Oud Burgerlijk Wetboek, zoals van toepassing, bepaalt dat de verplichting om een zaak te leveren zich uitstrekt tot haar toebehoren en tot alles wat voor haar blijvend gebruik bestemd is. De overdracht strekt zich, behoudens andersluidend beding, aldus ook uit tot de voor overdracht vatbare rechten die zodanig nauw verbonden zijn met de zaak derwijze dat het belang bij die rechten afhankelijk is van de eigendom ervan. Hieruit volgt dat wanneer een dergelijk nauw met de overgedragen zaak verbonden recht is vastgesteld in een rechterlijke uitspraak, de uitvoering van deze rechterlijke uitspraak, in beginsel en behoudens andersluidend beding in de koopovereenkomst, vanaf de eigendomsoverdracht enkel nog door de koper kan worden uitgeoefend.
  5. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de verweerders bij vonnis van 13 januari 2015 op vordering van de eiser werden veroordeeld tot het verwijderen van de omheining die met miskenning van de perceelsgrens op het perceel van de eiser werd opgericht; - de eiser bij akte van 26 oktober 2017 zijn perceel heeft verkocht; - uit de voorgelegde verklaringen blijkt dat de koper zich verzet tegen de verplaatsing van de omheining; - de verweerders zich ingevolge dat verzet in de feitelijke onmogelijkheid bevinden om sinds de eigendomsoverdracht in 2017 uitvoering te geven aan de dwangsomveroordeling.
  6. In zoverre het middel aanvoert dat het verwijderen van de omheining niet afhankelijk is van de toestemming van de koper, die een derde is aan wie de dwangsomveroordeling tegenstelbaar is als rechtsfeit, en het middel aldus ervan uitgaat dat de eiser zich bij de verkoop van het goed het recht heeft voorbehouden om de uitvoering van de dwangsomveroordeling te eisen, vraagt het een onderzoek van feiten, meer bepaald van de inhoud van de contractuele afspraken in dat verband tussen de eiser en de kopers, waarvoor het Hof niet bevoegd is en is het niet ontvankelijk.
  7. De vergeefs bekritiseerde reden dat de koper zich verzet tegen de verplaatsing van de omheining, draagt de beslissing dat de uitvoering van de dwangsomveroordeling feitelijk onmogelijk is. In zoverre het middel opkomt tegen de overtollige reden dat de koper ook geen toestemming verleent om via zijn eigendom over te gaan tot verplaatsing van de omheining, kan het niet tot cassatie leiden en is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  8. De appelrechter oordeelt dat een ontleding van de verklaring van de koper bevestigt dat deze zich tegen de verwijdering van de omheining verzet en dat de verweerders zich bijgevolg sinds de eigendomsoverdracht in 2017 in de feitelijke onmogelijkheid bevinden om uitvoering te geven aan de dwangsomveroordeling. In zoverre het middel aanvoert dat het bestreden vonnis niet nagaat of en vaststelt dat de verweerders zich gedurende de gehele periode sinds de eigendomsoverdracht in de onmogelijkheid bevinden om aan de hoofdveroordeling te voldoen, berust het op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  9. In zoverre het middel aanvoert dat de appelrechter zijn beslissing onder meer steunt op de verklaring die de koper op 29 maart 2022 aan de gerechtsdeurwaarder heeft afgelegd, dat die verklaring vermeldt dat in 2017 werd “afgesproken” dat de omheining niet meer verplaatst mocht worden en dat hieruit volgt dat de door de verweerders aangevoerde onmogelijkheid aan hen toerekenbaar is, vraagt het een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is en is het niet ontvankelijk.
  10. Anders dan het middel aanvoert, spreekt de appelrechter, door de koper aan te merken als “de rechtsopvolger van de eiser”, zich niet uit over de vraag of de koper in de rechten van de eiser is getreden wat de dwangsomveroordeling betreft. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Dictum Het Hof Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 591,80 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, sectievoorzitter Bart Wylleman, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 16 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.