id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.8 Rolnummer: C.24.0195.N Zaak: TELENET contra M. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2025-10-29 Raadplegingen: 1532 - laatst gezien 2026-06-18 20:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De partij die de overlegging van een stuk vordert, dient niet het bewijs te leveren dat het stuk waarvan de overlegging wordt gevorderd, daadwerkelijk het bewijs van het terzake dienend feit inhoudt; het volstaat dat die partij aanwijzingen in dat verband aanbrengt. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 877 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 877 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0195.N TELENET bv, met zetel te 2800 Mechelen, Liersesteenweg 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0473.416.418, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen P.M., gerechtsdeurwaarder, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Brugge, van 7 december
- Sectievoorzitter Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 877 Gerechtelijk Wetboek kan de rechter, wanneer er ernstige en bepaalde aanwijzingen bestaan dat een partij of een derde een stuk onder zich heeft dat het bewijs inhoudt van een ter zake dienend feit, bevelen dat het stuk of een eensluidend afschrift ervan bij het dossier van de rechtspleging wordt gevoegd. De partij die de overlegging van een stuk vordert, dient niet het bewijs te leveren dat het stuk waarvan de overlegging wordt gevorderd, daadwerkelijk het bewijs van het terzake dienend feit inhoudt. Het volstaat dat die partij aanwijzingen in dat verband aanbrengt.
- De rechtbank stelt vast dat: - de verweerder in opdracht van FTI twintig processen-verbaal van vaststelling heeft opgesteld met het oog op het verbeuren van dwangsommen; - volgens de eiseres de verweerder, naast de twintig voorgelegde processen-verbaal van vaststelling, nog andere processen-verbaal van vaststelling heeft opgesteld; - in het kader van de procedure voor het hof van beroep te Antwerpen, resulterend in het arrest van 27 juni 2022, de raadsman van FTI zou verklaard hebben dat dit niet het geval is; - volgens de eiseres deze andere processen-verbaal van vaststelling zullen aantonen dat FTI tijdens de procedure voor het hof van beroep te Antwerpen gelogen heeft, wat een herroeping van het gewijsde van het arrest van 27 juni 2022 verrechtvaardigt. De rechtbank oordeelt dat: - artikel 8.3 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat feiten of rechtshandelingen moeten worden bewezen wanneer ze worden aangevoerd, artikel 8.4 in zijn eerste lid bepaalt dat hij die meent een ander in rechte te kunnen aanspreken, de rechtshandelingen of feiten die daaraan ten grondslag liggen moet bewijzen en het vierde lid van dat artikel bepaalt dat in geval van twijfel hij die de door hem beweerde rechtshandelingen of feiten moet bewijzen, in het ongelijk wordt gesteld; - het bewijs verder zeker dient te zijn; - de bewijsstandaard de mate van overtuiging is die vereist is opdat de rechter een betwist feit bewezen kan verklaren; - het bewijs met een redelijke mate van zekerheid dient geleverd te worden, maar dit geen 100 pct. dient te zijn, doch een overtuiging die elke redelijke twijfel uitsluit, waarbij 90 pct. als maatstaf wordt genomen; - niet aangetoond wordt met een redelijke mate van zekerheid dat de door de eiseres geclaimde processen-verbaal bestaan; - er dan ook geen reden is om de verweerder het repertorium te laten overleggen; - het bevel tot overlegging facultatief is; - de eiseres met haar vordering een fishing expedition wenst uit te lokken; - de eiseres, zonder dat er ook maar enige mate van zekerheid bestaat over het bestaan van de processen-verbaal, met alle middelen probeert te achterhalen of deze zouden bestaan; - de eiseres geenszins aantoont dat de processen-verbaal bestaan; - de gevorderde bewijsmaatregel niet mag ontaarden in een proactief onderzoek, waarbij men vist naar informatie die niet bekend is, in de hoop alsnog op bepaalde bezwarende elementen te stuiten ter stoffering van de aanspraak die men meent te hebben;
- Door aldus te eisen dat de eiseres met redelijke mate van zekerheid bewijst dat het repertorium waarvan de overlegging wordt gevorderd het bewijs zal opleveren van het bestaan van de processen-verbaal, verantwoordt de rechtbank haar beslissing tot afwijzing van de vordering tot overlegging van het repertorium niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de ondernemingsrechtbank Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, sectievoorzitter Bart Wylleman, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 16 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251016.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div