id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251020.3N.4 Rolnummer: S.24.0057.N Zaak: A. contra Société anomyme des autobus régionaux Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-12-01 Raadplegingen: 503 - laatst gezien 2026-06-15 10:10 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Artikel 861, eerste lid Gerechtelijk Wetboek onderstelt dat de partij die de exceptie opwerpt door het verzuim of de onregelmatigheid haar rechten in het geding redelijkerwijze niet of niet volledig heeft kunnen laten gelden binnen de normale procesgang; de rechter gaat na of het aangeklaagde verzuim de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt en oordeelt onaantastbaar over het oorzakelijk verband tussen de ingeroepen belangenschade van die partij en het aangeklaagde verzuim of onregelmatigheid; het Hof kan niettemin nagaan of de rechter uit de feiten die hij vaststelt, geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 861, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr. S.24.0057.N F.A., eiser, aan wie rechtsbijstand is verleend bij beschikking van 5 september 2024 (nr. …) vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen SOCIETE ANONYME DES AUTOBUS REGIONAUX nv, met zetel te 4720 Kelmis, Lütticher Strasse 268, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0405.685.969, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Luik, afdeling Luik, van 19 februari 2024, in het Duits gewezen. Raadsheer Ann De Wolf heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- In zijn verzoekschrift op 15 juni 2022 neergelegd ter griffie van de arbeidsrechtbank te Eupen verzocht de eiser de rechtbank om het ontslag zonder opzegtermijn, gevoegd bij dit verzoek, te controleren.
- De appelrechter die oordeelt dat het voormelde gedinginleidende verzoekschrift een verzoek om een onderzoek bevat, maar “geen concrete veroordeling, zoals bijvoorbeeld een opzeggingsvergoeding” geeft van het verzoekschrift geen uitleg die met de bewoordingen ervan onverenigbaar is en miskent derhalve de bewijskracht ervan niet. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
- Krachtens artikel 861, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter een proceshandeling alleen dan nietig verklaren of het niet-naleven van een termijn die op straffe van nietigheid is voorgeschreven sanctioneren, indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt. Deze bepaling onderstelt dat de partij die de exceptie opwerpt door het verzuim of de onregelmatigheid haar rechten in het geding redelijkerwijze niet of niet volledig heeft kunnen laten gelden binnen de normale procesgang. De rechter gaat na of het aangeklaagde verzuim de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt en oordeelt onaantastbaar over het oorzakelijk verband tussen de ingeroepen belangenschade van die partij en het aangeklaagde verzuim of onregelmatigheid. Het Hof kan niettemin nagaan of de rechter uit de feiten die hij vaststelt, geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
- De appelrechter stelt vast dat de eiser noch in het gedinginleidende verzoekschrift noch in een conclusie voor de eerste rechter een concrete vordering stelt en dat hij pas in hoger beroep, vertegenwoordigd door een advocaat, bij appelconclusie een concrete vordering stelt.
- Met de reden uiteengezet onder r.o. 2 en met de reden dat de verweerster zich door de niet-geconcretiseerde vordering niet voldoende heeft kunnen verweren en haar belangen geschaad zijn, verwerpt en beantwoordt de appelrechter het verweer van de eiser dat er in de concrete omstandigheden geen sprake kan zijn van belangenschade gelet op de daadwerkelijke verdediging door de verweerster, en kan hij wettig oordelen dat de belangen van de verweerster geschaad werden in de zin van artikel 861, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Tweede middel
- De in het eerste middel vergeefs bekritiseerde reden dat het verzoekschrift nietig is, draagt de beslissing van de appelrechter tot afwijzing van de vordering. Het middel dat opkomt tegen een overtollige reden kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg, bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 345,24 euro in debet. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, Bruno Lietaert, Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 20 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251020.3N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div