id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251020.3N.5 Rolnummer: S.24.0038.N Zaak: WOONHAVEN ANTWERPEN contra D. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2025-11-27 Raadplegingen: 681 - laatst gezien 2026-06-18 14:14 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251020.3N.5 Fiche Artikel 1135 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat overeenkomsten niet alleen verbinden tot hetgeen daarin uitdrukkelijk bepaald is, maar ook tot alle gevolgen die door de billijkheid, het gebruik of de wet aan de verbintenis, volgens de aard ervan, worden toegekend; de rechter mag op grond van de billijkheid niet afwijken van de dwingende bepalingen van de wet
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - AARD VAN DE WET. TOEPASSINGSSFEER Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1135 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. S.24.0038.N WOONHAVEN ANTWERPEN bv, met zetel te 2020 Antwerpen, Jan Denucéstraat 23, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.795.657, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen A.-M. D., vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 22 februari
- Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 5 juni 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bruno Lietaert heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Ontvankelijkheid van het middel
- De verweerster werpt een eerste grond van niet-ontvankelijkheid op: het middel komt op tegen de feitelijke beoordeling door het arbeidshof dat de verweerster recht heeft op een vergoeding voor het aantal meeruren die het aantal werkuren te boven gaan die redelijkerwijze van haar verwacht kunnen worden.
- Het middel voert aan dat de billijkheid geen rechtsbron is die de appelrechter toelaat loon toe te kennen voor de meeruren die de verweerster presteerde. Dit middel noodzaakt het Hof niet over te gaan tot een beoordeling van feiten. De eerste grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.
- De verweerster werpt een tweede en derde grond van niet-ontvankelijkheid op: het middel voert geen schending aan van artikel 1134, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek en evenmin van de artikelen 5, 774, 1138, 2° en 3°, Gerechtelijk Wetboek.
- De in het middel als geschonden aangewezen wetsbepalingen volstaan om tot cassatie te kunnen leiden. De tweede en derde grond van niet-ontvankelijkheid moeten worden verworpen.
- De verweerster werpt een vierde en vijfde grond van niet-ontvankelijkheid op: het middel verwart een inhoudelijke schending van de artikelen 10, 11 en 12 van het als geschonden aangewezen besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 tot bepaling van de nadere regels met betrekking tot de beheeraspecten van sociale huisvestingsmaatschappijen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 2010 tot vaststelling van de aanvullende voorwaarden en de procedure voor de erkenning als sociale huisvestingsmaatschappij en tot vaststelling van de procedure voor de beoordeling van de prestaties van sociale huisvestingsmaatschappijen (hierna: besluit Vlaamse regering 16 mei 2014) en de artikelen 4.138, 4.139 en 4.140 van het als geschonden aangewezen besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (hierna: besluit Vlaamse regering 11 september 2020) met een schending van de plicht van de rechter het recht toe te passen op het geschil; het middel is aldus onvoldoende nauwkeurig en om die reden niet ontvankelijk (vierde onderdeel); het middel voert schending aan van het algemeen rechtsbeginsel luidens hetwelk de rechter ertoe gehouden is het geschil te beslechten overeenkomstig de rechtsregels die erop van toepassing zijn maar het geeft niet aan dat de toepassing van de betreffende bepalingen van de betreffende besluiten van de Vlaamse regering zich onmiskenbaar aan het arbeidshof opdrong door de feiten die door de partijen werden aangevoerd tot staving van hun eisen; het middel is aldus onvoldoende nauwkeurig en om die reden niet ontvankelijk (vijfde onderdeel).
- Het middel voert aan dat het arbeidshof voorbij gaat aan voormelde regels en dat het arbeidshof het geschil diende te beslechten overeenkomstig die regels. Het middel is niet onnauwkeurig. Ook de vierde en vijfde grond van niet-ontvankelijkheid moeten worden verworpen. Gegrondheid
- Artikel 1135 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat overeenkomsten niet alleen verbinden tot hetgeen daarin uitdrukkelijk bepaald is, maar ook tot alle gevolgen die door de billijkheid, het gebruik of de wet aan de verbintenis, volgens de aard ervan, worden toegekend. De rechter mag op grond van de billijkheid niet afwijken van de dwingende bepalingen van de wet.
- Krachtens artikel 10, eerste lid, besluit Vlaamse regering 16 mei 2014 stelt de raad van bestuur bij elke aanwerving van de directeur een geïndividualiseerde bezoldigingsregeling voor de functie vast volgens de voorwaarden, vermeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Die bezoldiging moet voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 11 en 12 van dit besluit. Artikel 4.138, eerste lid, besluit Vlaamse regering 11 september 2020, dat van toepassing is vanaf 1 januari 2021, bepaalt dat het bestuursorgaan bij elke aanwerving van de directeur een geïndividualiseerde bezoldigingsregeling voor de functie vaststelt volgens de voorwaarden, vermeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Die bezoldiging moet voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.139 en 4.140 van dit besluit.
- Krachtens artikel 11, § 1, eerste en tweede lid, besluit Vlaamse regering 16 mei 2014 ontvangt de directeur bij de aanstelling door de raad van bestuur een salarisschaal die overeenstemt met het aantal jaren nuttige werkervaring en het barema dat daaraan verbonden is en past de sociale huisvestingsmaatschappij voor de verloning van de directeur de barema’s en de salarisschalen toe vermeld in artikel VII.12 van het Vlaams Personeelsstatuut. Artikel 12 van hetzelfde Besluit bepaalt dat het salaris van de directeur door de raad van bestuur uitsluitend kan aangevuld worden met een managementtoelage. Het besluit Vlaamse regering 11 september 2020, bepaalt in artikel 4.139, § 1, eerste en tweede lid, dat de directeur bij de aanstelling door het bestuursorgaan een salarisschaal ontvangt die overeenstemt met het aantal jaren nuttige werkervaring en het barema dat daaraan verbonden is en dat de woonmaatschappij voor de verloning van de directeur de barema’s en de salarisschalen toepast, vermeld in artikel VIIbis 16, § 1, van het Vlaams Personeelsstatuut. Artikel 4.140 van hetzelfde Besluit bepaalt dat het salaris van de directeur door het bestuursorgaan uitsluitend aangevuld kan worden met een managementtoelage.
- De artikelen artikel 10, eerste lid, 11, § 1, eerste en tweede lid, en 12 van het voormelde besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 en 4.138, eerste lid, 4.139, § 1, eerste en tweede lid en 4.140 van het besluit van de Vlaamse regering van 11 september 2020, die de raad van bestuur dan wel het bestuursorgaan de mogelijkheid verlenen het salaris uitsluitend aan te vullen met een managementtoelage, zijn dwingende bepalingen.
- De appelrechters die gelet op alle omstandigheden van de zaak aan de verweerster op grond van de billijkheid een vergoeding toekennen voor de meeruren die de werkuren te boven gaan die redelijkerwijze van haar konden worden verwacht in haar functie van algemeen directeur van de eiseres, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de vorderingen van de verweerster met betrekking tot de meeruren en het uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, Bruno Lietaert, Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 20 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251020.3N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251020.3N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div