id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.26 Rolnummer: P.25.1344.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2025-10-29 Raadplegingen: 609 - laatst gezien 2026-06-18 20:17 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 De weigering tot overlevering op grond van artikel 4, 5° Wet Europees Aanhoudingsbevel is enkel verantwoord wanneer er ernstige en concrete gegevens worden aangevoerd die doen aannemen dat de fundamentele rechten van de persoon zelf, om wiens overlevering wordt gevraagd, in de uitvaardigende staat kennelijk in gevaar zullen worden gebracht, of met andere woorden dat er een ernstig, persoonlijk en direct risico is op miskenning van zijn fundamentele rechten; het onderzoeksgerecht oordeelt onaantastbaar of dergelijke gegevens voorhanden zijn
(1); het onderzoeksgerecht is voor dat oordeel niet gebonden door wat een rechter uit een andere lidstaat heeft beslist met betrekking tot een eerder overleveringsverzoek door dezelfde uitvaardigende staat tegen dezelfde persoon wegens dezelfde te vervolgen feiten.
(1)Cass. 26 november 2024, AR P.24.1540.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.30; Cass. 27 juni 2023, AR P.23.0898.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.41; Cass. 8 maart 2022, AR P.22.0295.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220308.2N.1; Cass. 19 november 2013, AR P.13.1765.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131119.5, AC 2013, nr. 615; Cass. 23 januari 2013, AR P.13.0087.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130123.1, AC 2013, nr. 55; J. VAN GAEVER, Het Europees aanhoudingsbevel in de praktijk, Kluwer, 2013, 86-104; M.A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, die Keure, 2025, 2412-
- Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1344.N M. A., persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Piet Vandoolaeghe, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 9 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 3 en 6 EVRM, artikel 4 Handvest Grondrechten EU en artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel, alsmede miskenning van de wederzijdse erkenning van buitenlandse strafrechtelijke beslissingen en de bewijskracht van geschreven stukken: met het oordeel dat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan, beveelt het arrest de tenuitvoerlegging van het Franse Europees aanhoudingsbevel; nochtans heeft de eiser voldoende aangetoond dat er ernstige redenen bestaan dat hij daarmee aan een risico van onmenselijke behandeling of foltering wordt blootgesteld; dat risico blijkt uit een uitspraak van de internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam (Nederland) van 11 april 2024 waarin eisers overlevering aan Frankijk na verder onderzoek werd geweigerd, alsook uit de stavingsstukken waarop die beslissing is gebaseerd; die processtukken werden eveneens neergelegd voor de appelrechters; niettemin werd door het openbaar ministerie geen enkel verder onderzoek gedaan naar de detentieomstandigheden in Frankrijk en miskent het arrest de inhoud en de bewijskracht van die neergelegde stukken.
- In zoverre het middel is gericht tegen de houding van het openbaar ministerie en dus niet tegen het arrest, is het niet ontvankelijk.
- Het middel preciseert niet op welke wijze het arrest met het bekritiseerde oordeel de bewoordingen van de uitspraken van de internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam verdraait of met andere woorden die akten doet liegen. Evenmin verduidelijkt het van welke daartoe dienende stavingsstukken het arrest een uitlegging geeft die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan. In zoverre is het middel bij gebrek aan precisie evenzeer niet ontvankelijk.
- Artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel wordt geweigerd ingeval er ernstige redenen bestaan te denken dat de tenuitvoerlegging van dat bevel afbreuk zou doen aan de fundamentele rechten van de betrokkene, zoals die worden bevestigd door artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
- De weigering tot overlevering op grond van die bepaling is enkel verantwoord wanneer er ernstige en concrete gegevens worden aangevoerd die doen aannemen dat de fundamentele rechten van de persoon zelf, om wiens overlevering wordt gevraagd, in de uitvaardigende staat kennelijk in gevaar zullen worden gebracht, of met andere woorden dat er een ernstig, persoonlijk en direct risico is op miskenning van zijn fundamentele rechten.
- Het onderzoeksgerecht oordeelt onaantastbaar of dergelijke gegevens voorhanden zijn.
- Het onderzoeksgerecht is voor dat oordeel niet gebonden door wat een rechter uit een andere lidstaat heeft beslist met betrekking tot een eerder overleveringsverzoek door dezelfde uitvaardigende staat tegen dezelfde persoon wegens dezelfde te vervolgen feiten.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Met van de beroepen beschikking overgenomen redenen en met eigen redenen oordeelt het arrest (p. 5-6) dat de eiser niet aannemelijk maakt dat hij na overlevering aan Frankrijk zou worden blootgesteld aan een risico van onmenselijke behandeling of foltering. Aldus verantwoordt het arrest zonder schending van de in het middel aangewezen bepalingen en zonder miskenning van het aangevoerde beginsel de beslissing dat er geen ernstig, persoonlijk en direct risico is op miskenning van eisers fundamentele rechten. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 21 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.26 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130123.1 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131119.5 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220308.2N.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.41 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.30 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div