id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.98 Rolnummer: P.25.1275.N Zaak: R. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2025-10-29 Raadplegingen: 540 - laatst gezien 2026-06-16 13:59 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 De vordering tot herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit betreft geen nieuwe berechting of bestraffing voor een strafbaar feit waarvoor de betrokkene reeds onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld in de zin van het voormelde algemeen rechtsbeginsel; op die procedure is het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem niet van toepassing; dit algemeen rechtsbeginsel kan dan ook niet beletten dat het openbaar ministerie, nadat de strafuitvoeringsrechtbank een herroepingsvordering gegrond op artikel 64, 7°, Wet Strafuitvoering heeft afgewezen, een nieuwe herroepingsvordering gegrond op artikel 67/1 Wet Straftuitvoering aanhangig maakt, alsook dat de strafuitvoeringsrechtbank daarover uitspraak doet. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.7 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 4.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 7° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 67/1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Wettelijke bepalingen: Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.7 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 4.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 7° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 67/1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei Wettelijke bepalingen: Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.7 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 4.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 7° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 67/1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.7 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 4.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 7° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 67/1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1275.N V. R., veroordeelde tot vrijheidsstraf, eiser, gedetineerd, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 19 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. VOORGAANDEN
- Aan de eiser wordt bij vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank van 8 december 2023 de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht toegekend.
- Bij vonnis van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon, van 26 juni 2025 wordt de eiser veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar wegens druginbreuken.
- De eiser wordt op 29 juli 2025 op bevel van het openbaar ministerie voorlopig aangehouden.
- Het openbaar ministerie vordert met een akte van 31 juli 2025 de herroeping van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht omdat de eiser niet meer in de tijdsvoorwaarden is voor die strafuitvoeringsmodaliteit.
- Met een vonnis van 1 augustus 2025 schorst de strafuitvoeringsrechtbank het elektronisch toezicht.
- Op de rechtszitting van 27 augustus 2025 van de strafuitvoeringsrechtbank die uitspraak moet doen over de herroepingsvordering van 31 juli 2025 wordt aan de eiser gevraagd of hij vrijwillig wenst te verschijnen voor een op grond van artikel 67/1 Wet Strafuitvoering gesteunde vordering tot herbeoordeling van het elektronisch toezicht, wat de eiser weigert.
- Op 28 augustus 2025 beveelt het openbaar ministerie opnieuw de voorlopige aanhouding van de eiser.
- Met een vonnis van 29 augustus 2025 oordeelt de strafuitvoeringsrechtbank dat de eiser ondertussen opnieuw in de tijdsvoorwaarden verkeert voor elektronisch toezicht en beslist ze het elektronisch toezicht niet te herzien of te herroepen.
- Met een akte van 29 augustus 2025 vordert het openbaar ministerie opnieuw de herroeping van het elektronisch toezicht en ditmaal op grond van artikel 67/1 Wet Strafuitvoering.
- Met een vonnis van 1 september 2025 schorst de strafuitvoeringsrechtbank het elektronisch toezicht.
- Met het vonnis van 19 september 2025 verwerpt de strafuitvoeringsrechtbank eisers op grond van het non bis in idem-beginsel gesteunde verweer en herroept ze het elektronisch toezicht op basis van artikel 67/1 Wet Strafuitvoering. Dit is het bestreden vonnis. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert miskenning aan van het non bis in idem-beginsel: het vonnis had moeten oordelen dat het openbaar ministerie de “strafvordering” tot herroeping van het elektronisch toezicht niet voor een tweede keer kon steunen op het vonnis van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon, van 26 juni 2025; zowel het thans bestreden vonnis als het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank van 29 augustus 2025 spreken zich uit over de door het openbaar ministerie gevorderde herroeping van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht; alle voorwaarden voor de toepassing van het non bis in idem-beginsel, namelijk met betrekking tot de vorige uitspraak en met betrekking tot de nieuwe vervolging, zijn vervuld; de omstandigheid dat de vonnissen geen uitspraak doen over de schuld van de eiser sluit de toepassing van dit beginsel niet uit indien er sprake is van twee vervolgingen die betrekking hebben op eenzelfde inbreuk.
- Het openbaar ministerie oefent voor de strafuitvoeringsrechtbank de strafvordering niet uit, maar enkel de haar in het kader van de strafuitvoering door de wetgever opgedragen bevoegdheden.
- Artikel 14.7 IVBPR bepaalt dat niemand voor een tweede keer mag worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land bij einduitspraak is veroordeeld en waarvan hij is vrijgesproken.
- Volgens artikel 4.1 Zevende Aanvullend Protocol EVRM wordt niemand opnieuw berecht of gestraft in een strafrechtelijke procedure binnen de rechtsmacht van dezelfde Staat voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld overeenkomstig de wet en het strafprocesrecht van die Staat.
- Het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem heeft dezelfde draagwijdte.
- De vordering tot herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit betreft geen nieuwe berechting of bestraffing voor een strafbaar feit waarvoor de betrokkene reeds onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld in de zin van het voormelde algemeen rechtsbeginsel. Op die procedure is het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem niet van toepassing.
- Dit algemeen rechtsbeginsel kan dan ook niet beletten dat het openbaar ministerie, nadat de strafuitvoeringsrechtbank een herroepingsvordering gegrond op artikel 64, 7°, Wet Strafuitvoering heeft afgewezen, een nieuwe herroepingsvordering gegrond op artikel 67/1 Wet Straftuitvoering aanhangig maakt, alsook dat de strafuitvoeringsrechtbank daarover uitspraak doet.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis dat aldus beslist, verantwoordt de beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 21 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.98 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div