← België

NETWERK VERPLEEGKUNDE contra BS FINANCIEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251023.1N.4 Rolnummer: F.23.0063.N Zaak: NETWERK VERPLEEGKUNDE contra BS FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-11-25 Raadplegingen: 444 - laatst gezien 2026-06-18 23:41 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiche 1 De regeling inzake de verkoop of afstand kan enkel worden toegepast op de levering van goederen verricht aan een belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon voor zover zij, noch in het lopende kalenderjaar, noch in de loop van het voorafgaande kalenderjaar, intracommunautaire verwervingen hebben verricht waarvan het bedrag hoger is dan 11.200 euro; wanneer deze aankoopdrempel wordt overschreden, dan kan de betreffende levering niet vallen onder de regeling inzake de verkoop op afstand. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Wettelijke bepalingen: Wet 3 juli 1969 tot invoering van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 15, § 4 - 32 Link Justel databank 19690703-32 Wet 3 juli 1969 tot invoering van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 25ter, § 1, tweede lid - 32 Link Justel databank 19690703-32 Fiche 2 De omstandigheid dat een leverancier in het lopende of voorgaand jaar goederen, andere dan accijnsgoederen, heeft geleverd in België voor een bedrag dat 35.000 euro overtreft, waardoor de verkoopdrempel was overschreden en er in beginsel sprake kon zijn van een verkoop op afstand, doet geen afbreuk aan de regel dat de verkoopdrempel en de aankoopdrempel twee cumulatieve voorwaarden betreffen die vervuld moeten zijn opdat de regeling inzake de verkoop op afstand van toepassing kan zijn. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Tekst van de beslissing Nr. F.23.0063.N NETWERK VERPLEEGKUNDE vzw, voorheen NATIONAAL VERBOND VAN KATHOLIEKE VLAAMSE VERPLEEGKUNDIGEN EN VROEDVROUWEN, met zetel te 1030 Schaarbeek, Vergotesquare 43, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0410.339.890, eiseres, bijgestaan door mr. Erhard Vermeulen, advocaat bij de balie provincie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Léon Stynenstraat 75C, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159, voor wie optreedt de Ontvanger van het 5de BTW-Ontvangkantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50, bus 3103, en de adviseur-generaal gewestelijk directeur van het centrum KMO Brussel 2, Expertise 2, met kantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50 bus 3408, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 1 juni 2021. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel 1. Overeenkomstig artikel 25ter, § 1, eerste lid, Btw-wetboek zijn aan de belasting onderworpen, wanneer ze in België plaatsvinden, de intracommunautaire verwervingen van goederen onder bezwarende titel door een belastingplichtige die als zodanig optreedt, of door een niet-belastingplichtige rechtspersoon, wanneer de verkoper een belastingplichtige is die als zodanig optreedt, op wie de vrijstelling van de belasting ten aanzien van de door hem verrichte leveringen van goederen niet toepasselijk is en die niet onder het bepaalde van artikel 15, § 2, tweede lid, 2°, of § 4, valt. 2. Overeenkomstig artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, Btw-wetboek zijn, in afwijking van het eerste lid, niet aan de belasting onderworpen, de intracommunautaire verwervingen van goederen andere dan die bedoeld onder 1° en die betrekking hebben op goederen andere dan de in artikel 8bis, § 2, bedoelde nieuwe vervoermiddelen en andere dan de producten in België onderworpen aan de accijnzen krachtens de richtlijn 92/12/EEG, verricht:
  2. a)door een belastingplichtige op wie de in artikel 56, § 2, bepaalde vrijstellingsregeling of de in artikel 57 bedoelde forfaitaire regeling toepasselijk is, door een belastingplichtige die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verricht waarvoor hij geen recht op aftrek heeft of door een niet-belastingplichtige rechtspersoon;
  3. b)binnen de grenzen of ten belope van een totaal bedrag, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde die verschuldigd of voldaan is in de Lidstaat waaruit de goederen zijn verzonden of vervoerd, dat in het lopende kalenderjaar niet hoger mag zijn dan een drempel van 11.200 euro;
  4. c)mits het totale bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde die verschuldigd of voldaan is in de Lidstaat waaruit de goederen zijn verzonden of vervoerd, van de intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan de in artikel 8bis, § 2, bedoelde nieuwe vervoermiddelen en accijnsproducten, in het voorafgaande kalenderjaar de in
  5. b)bedoelde drempel niet heeft overschreden. 3. Artikel 15, § 4, Btw-wetboek bepaalt: “In afwijking van § 2, tweede lid, 1°, van § 3 en van de uitsluiting van de leveringen van goederen onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing bedoeld in titel B of in titel C van de Richtlijn 94/5/EG, wordt de plaats van een levering van goederen geacht zich in België te bevinden wanneer ze door of voor rekening van de leverancier naar België worden verzonden of vervoerd vanuit een andere Lidstaat en indien de levering van de goederen wordt verricht voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon op wie de afwijking van artikel 25ter, § 1, tweede lid, toepasselijk is, of voor enige andere niet-belastingplichtige en indien de goederen geen nieuwe vervoermiddelen zijn in de zin van artikel 8bis, § 2, noch gemonteerd of geïnstalleerd zijn door of voor rekening van de leverancier. Ingeval echter de geleverde goederen andere zijn dan accijnsproducten, is het vorige lid niet van toepassing op de leveringen van goederen: 1° verricht binnen de grenzen of ten belope van een totaal bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, dat in een kalenderjaar niet hoger mag zijn dan 35.000 euro, en 2° mits het totale bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde van de in het voorafgaande kalenderjaar verrichte leveringen van andere goederen dan accijnsproducten 35.000 euro niet heeft overschreden. Deze bepalingen zijn niet van toepassing wanneer de leverancier er in de Lidstaat waarvan hij deel uitmaakt voor gekozen heeft dat de plaats van de levering België is”. 4. De regeling inzake de verkoop of afstand kan enkel worden toegepast op de levering van goederen verricht aan een belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon “op wie de afwijking van artikel 25ter, § 1, tweede lid, toepasselijk is”. Hieruit volgt dat de betreffende personen slechts aan die regeling kunnen worden onderworpen voor zover zij, noch in het lopende kalenderjaar, noch in de loop van het voorafgaande kalenderjaar, intracommunautaire verwervingen hebben verricht waarvan het bedrag hoger is dan de in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, b), Btw-wetboek voorziene drempel van 11.200 euro. Wanneer deze aankoopdrempel wordt overschreden, dan kan de levering niet vallen onder de regeling inzake de verkoop op afstand. De omstandigheid dat de leverancier in het lopende of voorafgaande jaar goederen, andere dan accijnsgoederen, heeft geleverd in België voor een bedrag dat 35.000 euro overtreft, waardoor de verkoopdrempel was overschreden en er in beginsel sprake kon zijn van een verkoop op afstand, doet daaraan geen afbreuk. De verkoopdrempel en de aankoopdrempel betreffen immers twee cumulatieve voorwaarden die vervuld moeten zijn opdat de regeling inzake de verkoop op afstand van toepassing kan zijn. 5. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de verkoopdrempel primeert op de aankoopdrempel, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht. Eerste onderdeel 6. Door te oordelen dat “het verder overbodig [voorkomt] nog de argumenten van partijen te behandelen nopens de vraag of de zogenaamde aankoop- en verkoopdrempels respectievelijk in hoofde van beiden overschreden werden of niet”, verwerpt en beantwoordt de appelrechter het verweer van de eiseres dat bij een ogenschijnlijk gelijktijdige overschrijding van deze drempels een verkoop op afstand in de zin van artikel 15, § 4, Btw-wetboek voorligt. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 343,30 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 23 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251023.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.