id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251023.1N.6 Rolnummer: F.24.0058.N Zaak: JCAL Vastgoed bv contra BELGISCHE STAAT FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-11-25 Raadplegingen: 746 - laatst gezien 2026-06-18 08:28 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Behoudens bewijs van het tegendeel, is de datum van verzending de op het aanslagbiljet vermelde verzendingsdatum; de loutere bewering door de belastingplichtige dat een aanslagbiljet niet verzonden is, heeft niet tot gevolg dat het bestuur dat voorhoudt dat het op het juiste adres van de belastingplichtige en in de gepaste vorm een aanslagbiljet heeft verzonden, ook het bewijs moet leveren dat die verzending effectief is gebeurd. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslagbiljet Tekst van de beslissing Nr. F.24.0058.N JCAL VASTGOED bv, met zetel te 2650 Edegem, Prins Boudewijnlaan 130, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0828.392.173, eiseres, met als raadsman mr. Philippe Renier, advocaat bij de balie Limburg, met kantoor te 3500 Hasselt, Casterstraat 70, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, ingeschreven bij de KBO onder 0308.357.159, voor wie optreedt de adviseur-generaal directeur KMO Centrum Mechelen, met kantoor te 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6/767, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 6051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 9 januari
- Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 371, eerste lid, WIB92, zoals van toepassing, moeten de bezwaarschriften op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat, en die voorkomt op voormeld aanslagbiljet, dan wel de datum van de kennisgeving van de aanslag of van de inning van de belastingen op een andere wijze dan per kohier.
- Uit deze bepaling, alsook uit de parlementaire voorbereiding bij de wet van 19 mei 2010 houdende fiscale en diverse bepalingen volgt dat de datum van verzending, behoudens bewijs van het tegendeel, de op het aanslagbiljet vermelde verzendingsdatum is. De loutere bewering door de belastingplichtige dat een aanslagbiljet niet verzonden is, heeft niet tot gevolg dat het bestuur dat voorhoudt dat het op het juiste adres van de belastingplichtige en in de gepaste vorm een aanslagbiljet heeft verzonden, ook het bewijs moet leveren dat die verzending effectief is gebeurd.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat : - de aanslag werd ingekohierd op 18 december 2019 en het aanslagbiljet als datum van verzending 19 december 2019 vermeldt; - het aanslagbiljet werd geadresseerd aan de eiseres op haar adres Prins Boudewijnlaan 130, 2650 Edegem, waarbij niet betwist wordt dat dit het adres van haar maatschappelijke zetel is; - ook het bericht van wijziging, de kennisgeving van beslissing tot taxatie en de briefwisseling inzake btw naar dit adres werden verzonden en dit tevens het domicilie betreft van de zaakvoerder van de eiseres.
- De appelrechters konden op grond van deze redenen zonder schending van artikel 371 WIB92 oordelen dat de bestreden aanslag, middels het aanslagbiljet waarvan een kopie werd gevoegd in het administratief dossier op 19 december 2019 regelmatig aan de eiseres werd toegezonden en dat uit de enkele vaststelling dat de aanslag manueel werd ingekohierd het tegendeel niet kon worden afgeleid. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- De appelrechters stellen vervolgens vast en oordelen dat : - de eiseres niet aantoont pas naar aanleiding van het dwangbevel houdende een bevel tot betaling van 24 september 2020 kennis te hebben gekregen van de betrokken aanslag; - dit een loutere bewering betreft die niet ondersteund wordt door objectief controleerbare stukken en het enkele feit dat de eiseres wel tijdig reageerde op het bericht van wijziging niet bewijst dat ze pas in september 2020 kennis kreeg van de betrokken aanslag; - de eiseres de betrokken belastingschuld in haar interne jaarrekening voor boekjaar 2019 heeft opgenomen als betwiste belastingen; - de eiseres bovendien inzake btw werd ingelicht van het bestaan van de betrokken belasting waarop btw-tegoeden werden aangewend; - op 24 juni 2020 een betaalherinnering werd verzonden naar de eiseres, eveneens op het adres van haar maatschappelijke zetel.
- Met voormelde redenen geven de appelrechters te kennen dat de eiseres naar aanleiding van de verzending op 19 december 2019 van het aanslagbiljet kennis heeft gekregen van deze aanslag. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek is het afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 371 WIB92 en is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 294,45 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 23 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251023.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div