← België

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST c. Brussels Overslagbedr

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251023.1N.9 Rolnummer: C.23.0236.N Zaak: BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST c. Brussels Overslagbedr Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2025-11-25 Raadplegingen: 416 - laatst gezien 2026-06-15 09:49 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Opdat een onderneming op algemene investeringssteun aanspraak zou kunnen maken, moet zij enerzijds op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een economische activiteit verrichten of plannen en anderzijds in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een vestiging hebben of plannen van waaruit zij die economische activiteit uitoefent of plant uit te oefenen. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - UITLEGGING Wettelijke bepalingen: Organieke ordonnantie van 13 december 2007 betreffende de steun ter bevordering van de economische expansie - 13-12-2007 - Art. 3 - 39 ELI link Pub nr 2007031563 Organieke ordonnantie van 13 december 2007 betreffende de steun ter bevordering van de economische expansie - 13-12-2007 - Art. 7 - 39 ELI link Pub nr 2007031563 Organieke ordonnantie van 13 december 2007 betreffende de steun ter bevordering van de economische expansie - 13-12-2007 - Art. 61 - 39 ELI link Pub nr 2007031563 Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 juni 2008 betreffende de steun voor algemene investeringen - 26-06-2008 - Art. 3 - 37 ELI link Pub nr 2008031424 Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 juni 2008 betreffende de steun voor algemene investeringen - 26-06-2008 - Art. 7 - 37 ELI link Pub nr 2008031424 Fiche 2 Opdat een rechtspersoon in het Brussel Hoofdstedelijk Gewest een vestiging zou hebben, moet zij in het Gewest hetzij over haar maatschappelijke zetel hetzij over een gedecentraliseerde economische bedrijfs- of werkingseenheid beschikken, en moet zij vanuit die maatschappelijke zetel of bedrijfs- of werkingseenheid een economische activiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uitoefenen. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - UITLEGGING Wettelijke bepalingen: Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 juni 2008 betreffende de steun voor algemene investeringen - 26-06-2008 - Art. 2, 16°, a - 37 ELI link Pub nr 2008031424 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0236.N BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, vertegenwoordigd door de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met kantoor te 1000 Brussel, Hertogstraat 7-9, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BRUSSELS OVERSLAGBEDRIJF bv, met zetel te 1130 Brussel, Vaartdijk 101, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0847.823.055, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 9 januari

  1. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  2. Krachtens artikel 3, eerste lid, Organieke Ordonnantie van 13 december 2007 betreffende de steun ter bevordering van de economische expansie, hierna Organieke Ordonnantie, zoals van toepassing, kan de regering, om bij te dragen tot de sociaal-economische ontwikkeling van het Gewest, en binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, steun verlenen, met eerbied voor de regels die zijn vastgesteld door de ordonnantie en zijn uitvoeringsbesluiten. Krachtens artikel 7 Organieke Ordonnantie, zoals van toepassing, kan de regering, tegen de voorwaarden die in deze afdeling zijn bepaald, steun verlenen aan de micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die een investering verrichten op het grondgebied van het Gewest. Krachtens artikel 61 Organieke Ordonnantie, zoals van toepassing, mag de steun slechts aan de begunstigde worden verleend indien deze een economische activiteit uitoefent of een economische activiteit wil uitoefenen op het grondgebied van het Gewest, en waarbij deze beschikt of overweegt te beschikken over menselijke middelen en goederen die voor hem specifiek zijn bestemd.
  3. Krachtens artikel 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 juni 2008 betreffende steun voor algemene investeringen, zoals van toepassing, verleent de minister binnen de beschikbare begrotingskredieten steun aan een micro-, kleine of middelgrote onderneming die een investering realiseert op het Brussels Hoofdstedelijk Grondgebied. Krachtens artikel 7, eerste lid, van voormeld besluit, zoals van toepassing, is enkel de investering of het investeringsprogramma, materieel of immaterieel, voor de oprichting van een vestiging of voor de uitbreiding van een bestaande vestiging, voor de diversificatie van de productie van een vestiging op nieuwe productmarkten of voor een fundamentele wijziging van het geheel van het productieproces van een bestaande vestiging toelaatbaar. Krachtens artikel 2, 16°, a), van voormeld besluit, zoals van toepassing, wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan onder ‘vestiging’, wanneer het gaat om een rechtspersoon, de maatschappelijke zetel van de rechtspersoon of van elke, van de maatschappelijke zetel van de onderneming gedecentraliseerde economische bedrijfs- of werkingseenheid. De bedoelde vestigingen moeten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen zijn en over menselijke middelen of goederen beschikken die er specifiek aan toegewezen zijn.
  4. Uit de samenhang van deze wetsbepalingen volgt dat, opdat een onderneming op algemene investeringssteun aanspraak zou kunnen maken, zij enerzijds op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een economische activiteit moet verrichten of moet plannen en anderzijds in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een vestiging moet hebben of plannen van waaruit zij die economische activiteit uitoefent of plant uit te oefenen. Opdat een rechtspersoon in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een vestiging zou hebben, moet zij in het gewest hetzij over haar maatschappelijke zetel hetzij over een gedecentraliseerde economische bedrijfs- of werkingseenheid beschikken en moet zij vanuit die maatschappelijke zetel of bedrijfs- of werkingseenheid een economische activiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uitoefenen.
  5. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eerste aanvraag van de verweerster dateert van augustus 2012 en het, in overeenstemming met artikel 61 Organieke Ordonnantie, volstond dat zij toen van plan was om een economische activiteit met mensen en goederen te voeren in het gewest waarbij het bestaan van die intentie wordt bevestigd door de milieuvergunning die zij in 2014 heeft gevraagd en verkregen voor een overdekte opslagruimte en aanleg van een verhard terrein voor overslag; - het bestaan van de intentie voorts blijkt uit de realisatie ervan, gezien de stukken die de verweerster voorlegt, zoals foto’s van maart 2014, vaststellingen en foto’s van de gerechtsdeurwaarder van 2014 alsook vaststellingen en foto’s van de gerechtsdeurwaarder van 2017; - dit geen uitgebreid personeelsbestand, machinepark of belangrijke gebouwen zijn, maar de verweerster aannemelijk maakt dat dit in overeenstemming is met het soort van onderneming die zij voert; - de verweerster laat gelden dat haar activiteit, het lossen en laden van schepen, gebeurt op afroep, op verschillende plaatsen langs het kanaal en dat dit geen permanentie vergt van personeel of een uitgebreid administratief centrum; - zij verduidelijkt dat haar activiteit voor een deel ook niet op haar eigen terrein gebeurt maar bij de klant wat zij ook heeft vermeld in haar aanvragen voor dossier EXPA/21.074/158 en EXPA/21.106/158 en zij ook opmerkt dat zij in haar steunaanvragen EXPA/20.425/158, EXPA/20.583.158 en EXPA/20.776/15 heeft vermeld dat haar maatschappelijke zetel op de Vaartdijk is, maar dat de te subsidiëren goederen ingezet worden op terreinen van derden, met name aan de (…); - de verweerster in 2012 dus een werkelijke intentie had om in het gewest een economische activiteit te voeren met mensen en goederen en die activiteit ook heeft gevoerd; - de grootte of het succes van de activiteit geen criteria zijn in de Ordonnantie of in het besluit; - dit volstaat om te besluiten dat de verweerster voldeed aan het vereiste van artikel 61 Organieke Ordonnantie; - de eiser zijn beslissingen steunt op de beweerde vaststelling dat de verweerster op het adres Vaartdijk 101 te 1130 Brussel alleen een brievenbus heeft en dat daaruit volgt dat zij in het gewest alleen een brievenbus heeft; - of de verweerster een bepaald adres heeft vermeld in een formulier van aanvraag als maatschappelijke zetel of als exploitatiezetel zonder belang is, het evenmin relevant is of haar activiteiten in het gewest gebeuren op een in een formulier vermeld adres en het al helemaal onbelangrijk is waar zij haar boekhouding voert zodat de stelling van de eiser dat de verweerster op de Vaartdijk slechts een brievenbus zou hebben geen beslissing van weigering of terugvordering kan rechtvaardigen; - het bovenstaande ook meebrengt dat de afwezigheid van personeel die de eiser herhaaldelijk heeft vastgesteld op de maatschappelijke zetel ook geen bewijs vormt van afwezigheid van een economische activiteit met mensen en goederen in het gewest; - de beslissingen van de eiser tot terugvordering dus onwettig zijn en buiten toepassing moeten worden gelaten, de terugvorderingen dus ongegrond zijn en de saldi van de toegezegde steun moeten worden uitbetaald; - het hof van beroep ook met betrekking tot de geweigerde steunaanvragen vaststelt dat de weigeringen alleen gesteund zijn op de beweerde vaststelling dat er op de Vaartdijk alleen een brievenbus was, er geen betwisting is over enige andere voorwaarde voor het toekennen van steun en het gelet op de onwettige weigering alleen kan vaststellen dat de steun moet worden toegekend.
  6. De appelrechters die aldus op grond van de enkele vaststelling dat de verweerster op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een economische activiteit heeft, oordelen dat de beslissingen van de eiser tot terugvordering van de steun en de beslissingen van de eiser tot weigering van steunaanvragen onwettig zijn, zonder na te gaan of de verweerster op dat grondgebied ook daadwerkelijk een vestiging heeft van waaruit die economische activiteit wordt uitgeoefend, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 23 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251023.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.