id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 187
, § 9 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 187
, § 9 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Fiches 5 - 7 Het gegeven dat het appelgerecht bij een hoger beroep tegen een vonnis waarbij het verzet ongedaan wordt verklaard volledige saisine heeft en dit ongeacht een eventueel ingediend grievenformulier, belet een appellant evenwel niet om geheel of gedeeltelijk afstand te doen van zijn hoger beroep. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 206
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: VERZET Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 206
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: AFSTAND (RECHTSPLEGING) - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 206
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Fiches 8 - 10 Uit artikel 42 Wegverkeerswet volgt dat de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid een bewezenverklaring vereist van een overtreding van de politie over het wegverkeer of van een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader; daaruit volgt dat indien een beklaagde enkel afstand doet van zijn hoger beroep in zoverre gericht tegen de beslissing over de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel en het appelgerecht saisine blijft hebben voor wat betreft de beslissing over de schuld aan overtredingen van de politie over het wegverkeer of van een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, die afstand niet kan worden verleend, aangezien de beslissing over de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel onafscheidbaar is van de beslissing over de schuld voor wat betreft de telastleggingen inzake overtredingen van de politie over het wegverkeer of van een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader
(1).
(1)Zie Cass. 7 januari 2025, AR P.24.1675.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250107.2N.9. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: AFSTAND (RECHTSPLEGING) - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1175.N B. D.B., verzoeker tot herziening van een vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, eiser, met als raadsman mr. Gilles Rousseau, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 26 juni 2025. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. VOORGAANDEN 1. Met een bij verstek gewezen vonnis van 24 november 2022 spreekt de politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, tegen de eiser de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde maatregel van de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid uit. 2. Dit vonnis wordt betekend aan de eiser op 25 januari 2023 door achterlating van een afschrift op de woonplaats. 3. Op 2 april 2025 tekent de eiser tegen dit verstekvonnis verzet aan. 4. De politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, verklaart bij vonnis van 24 april 2025 dit verzet ongedaan. 5. De eiser tekent tegen alle beschikkingen van het vonnis van 24 april 2025 op 30 april 2025 hoger beroep aan. In het appelgrievenformulier kruist hij de rubrieken Procedure, Schuld (“Vordert vrijspraak) en Straf en of Maatregel (“… Beroep wordt niet ingesteld tegen de opgelegde maatregel art. 42, doch cliënte (
- is)niet akkoord met art. 42 onder voorbehoud van Cass. 18 april 2017”) aan. 6. Op 8 mei 2025 legt de eiser op het parket van de procureur des Konings West-Vlaanderen, afdeling Brugge, een verzoekschrift neer strekkende tot opheffing van de maatregel van de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid als bedoeld door artikel 44 Wegverkeerswet. 7. Bij vonnis van 26 juni 2025 verklaart de politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, dit verzoek onontvankelijk. Dat is het thans bestreden vonnis. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen 8. Het eerste onderdeel van het eerste middel voert schending aan van artikel 204 Wetboek van Strafvordering: het vonnis negeert de schorsende werking van eisers hoger beroep; het negeert bovendien de vermelding in het grievenformulier dat het hoger beroep niet was gericht “ten aanzien van artikel 42 WVW”. Het tweede onderdeel van het eerste middel voert schending aan van artikel 44 Wegverkeerswet en miskenning van de bewijskracht van akten: met het oordeel dat er geen hoger beroep werd ingesteld betreffende artikel 42 Wegverkeerswet miskent het vonnis de bewijskracht van het grievenformulier waaruit het tegendeel blijkt; aldus miskent het ook de draagwijdte van artikel 44 Wegverkeerswet. Het derde onderdeel van het eerste middel voert schending aan van artikel 42 Wegverkeerswet: het vonnis negeert de mogelijkheid van de eiser om door middel van het grievenformulier zijn hoger beroep te beperken; dat het appelgerecht ingevolge het hoger beroep volledige saisine heeft, belet dit niet; die mogelijkheid moet zeker worden geboden voor wat betreft de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde maatregel gelet op de onmiddellijke uitwerking die deze maatregel heeft en de lange duur vooraleer het appelgerecht uitspraak doet. Het vierde onderdeel van het eerste middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 187, § 9, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van het rechtszekerheidsbeginsel, het recht van verdediging en het proportionaliteitsbeginsel: het vonnis ontdoet artikel 44 Wegverkeerswet dat een herziening toelaat na een proeftijd van zes maanden van zijn wezenlijke inhoud; het gegeven dat bij toepassing van artikel 187, § 9, tweede lid, Wetboek van Strafvordering het hoger beroep tegen de beslissing van ongedaanverklaring de zaak in haar geheel bij het appelgerecht aanhangig maakt, ontneemt een partij niet de mogelijkheid om het hoger beroep te beperken. Het tweede middel voert schending aan van artikel l49 Grondwet, alsook miskenning van het rechtszekerheidsbeginsel en het recht van verdediging: niettegenstaande het bij toepassing van artikel 44 Wegverkeerswet ingediende verzoek was gegrond op zowel het verstekvonnis van 24 november 2022 als het op verzet gewezen vonnis van 24 april 2025 miskent de rechter met het thans bestreden vonnis zijn rechterlijk ambt en de motiveringsplicht; door niet te antwoorden op een essentieel onderdeel van het verzoek miskent de rechter ook eisers recht van verdediging; het vonnis is bovendien intern tegenstrijdig gemotiveerd: het neemt enerzijds aan dat het grievenformulier uiterst verwarrend is, maar het neemt anderzijds ook aan dat het hoger beroep is gericht tegen de maatregel van artikel 42 Wegverkeerswet; bij afwezigheid van duidelijke en coherente motieven miskent het vonnis bovendien het rechtszekerheidsbeginsel en het recht van verdediging. 9. Artikel 44, eerste lid, eerste zin, Wegverkeerswet bepaalt dat hij die wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vervallen is verklaard van het recht tot sturen, na minstens zes maanden te rekenen vanaf de dag van de uitspraak van het vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, een herziening kan vragen via een aan het openbaar ministerie gericht verzoekschrift voor het gerecht dat het verval heeft uitgesproken. 10. Uit deze bepaling volgt dat een door artikel 44 Wegverkeerswet bedoeld herzieningsverzoek slechts ontvankelijk kan worden verklaard als blijkt dat het vonnis waarbij de beveiligingsmaatregel van het verval wegens ongeschiktheid werd opgelegd kracht van gewijsde heeft. 11. De omstandigheid dat het aanwenden van rechtsmiddelen tegen het uitspreken van deze beveiligingsmaatregel geen schorsende werking heeft en de in acht te nemen minimale wachttijd van zes maanden dan ook slechts een aanvang kan nemen nadat uitspraak is gedaan over de ingestelde rechtsmiddelen, laat niet toe anders te oordelen. 12. Artikel 187, § 9, Wetboek van Strafvordering bepaalt: “Tegen de beslissing die op verzet is gewezen, staat hoger beroep open of, indien ze gewezen is in hoger beroep, cassatieberoep. Hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als ongedaan beschouwt, houdt in dat de grond van de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger beroep, ook al is er geen hoger beroep ingesteld tegen het bij verstek gewezen vonnis.” 13. Deze bepaling houdt in dat het hoger beroep tegen een vonnis waarbij het verzet ongedaan wordt verklaard, van rechtswege het geschil in zijn geheel ter beoordeling voorlegt aan het appelgerecht, met als enige beperking de relatieve werking van het verzet. Hieruit volgt dat artikel 204 Wetboek van Strafvordering geen toepassing vindt in zoverre het hoger beroep het bij het verstekvonnis beoordeelde geschil beoogt, zodat de appellant niet moet preciseren welke zijn grieven zijn tegen dat vonnis, maar ook dat indien een appellant toch een grievenformulier indient die grieven zonder invloed zijn op de saisine van het appelgerecht. 14. Het gegeven dat het appelgerecht bij een hoger beroep tegen een vonnis waarbij het verzet ongedaan wordt verklaard volledige saisine heeft en dit ongeacht een eventueel ingediend grievenformulier, belet een appellant evenwel niet om geheel of gedeeltelijk afstand te doen van zijn hoger beroep. 15. Uit artikel 42 Wegverkeerswet volgt dat de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid een bewezenverklaring vereist van een overtreding van de politie over het wegverkeer of van een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader. Daaruit volgt dat indien een beklaagde enkel afstand doet van zijn hoger beroep in zoverre gericht tegen de beslissing over de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel en het appelgerecht saisine blijft hebben voor wat betreft de beslissing over de schuld aan overtredingen van de politie over het wegverkeer of van een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, die afstand niet kan worden verleend. De beslissing over de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel is immers onafscheidbaar van de beslissing over de schuld voor wat betreft de telastleggingen inzake overtredingen van de politie over het wegverkeer of van een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader. 16. In zoverre de middelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht. 17. In zoverre de middelen schending aanvoeren van artikel 6.1 EVRM, alsook miskenning van de bewijskracht van akten, het rechtszekerheidsbeginsel, het recht van verdediging en het proportionaliteitsbeginsel zijn ze afgeleid uit de voormelde vergeefs aangevoerde onwettigheden en zijn ze bijgevolg niet ontvankelijk. 18. Het vonnis oordeelt dat uit artikel 187, § 9, tweede lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat ondanks de vermeldingen op het door de eiser ingediende grievenformulier het hoger beroep van de eiser tegen het vonnis van 24 april 2025 van ongedaanverklaring ook betrekking heeft op de beveiligingsmaatregel als bedoeld door artikel 42 Wegverkeerswet. Het oordeelt ook dat, indien zou worden aangenomen dat de draagwijdte van dit hoger beroep kan worden beperkt, de gevraagde uitsluiting van de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel uit de appelsaisine geen uitwerking kan hebben aangezien de eiser van het appelgerecht een beslissing wenst over zijn schuld. Aldus verantwoordt het vonnis de beslissing naar recht. Gelet op dit oordeel dient het vonnis geen standpunt in te nemen betreffende het verstekvonnis van 24 november 2022. In zoverre kunnen de middelen niet worden aangenomen. 19. Voor het overige zijn de middelen gericht tegen overtollige motieven, kunnen ze niet leiden tot cassatie en zijn ze bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek 20. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 56,16 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 28 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251028.2N.10 Gerelateerde publicatie(
- s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170111.3 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180227.4 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210601.2N.18 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220208.2N.7 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250107.2N.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div