id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251028.2N.7 Rolnummer: P.25.0797.N Zaak: DE BELGISCHE STAAT FOD FINANCIËN contra V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Overige Invoerdatum: 2025-11-06 Raadplegingen: 653 - laatst gezien 2026-06-18 21:28 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Wanneer de rechter de verbeurdverklaring van niet in beslag genomen goederen die werden onttrokken aan het douanetoezicht beveelt, is hij tevens verplicht te veroordelen tot de betaling van de tegenwaarde van die goederen en dit ongeacht of de niet-voorbrenging ervan als dusdanig een gevolg is van een van het bewezenverklaarde misdrijf te onderscheiden foutief gedrag, aangezien die verplichting enkel voortvloeit uit het gepleegde misdrijf zelf; de veroordeling tot de betaling van de tegenwaarde van de verbeurdverklaarde maar niet in beslag genomen goederen vereist dan ook geen definitieve eigendomsoverdracht van die goederen aan de Belgische Staat door middel van een in kracht van gewijsde getreden verbeurdverklaring ervan; die veroordeling is immers onafhankelijk van de eigendomsoverdracht van de verbeurdverklaarde goederen en de tegenwaarde van de betrokken goederen is te bepalen op het ogenblik dat het misdrijf werd gepleegd
(1).
(1)Cass. 7 oktober 2025, AR P.25.0804.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.24; Cass. 28 juni 2016, AR P.14.1588.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160628.2, AC 2016, nr. 424; zie concl. OM bij Cass. 7 oktober 2025, AR P.25.0842.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.
- Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Wettelijke bepalingen: Algemene Wet 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen - 18-07-1977 - Art. 221, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1977071850 Algemene Wet 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen - 18-07-1977 - Art. 257, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1977071850 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 44 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Algemene Wet 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen - 18-07-1977 - Art. 221, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1977071850 Algemene Wet 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen - 18-07-1977 - Art. 257, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1977071850 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 44 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0797.N BELGISCHE STAAT, fod Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de regionale directeur van de algemene administratie van de douane en accijnzen te Antwerpen, met kantoor te 2060 Antwerpen, Ellermanstraat 21, ON 0308.357.159, vervolgende partij, eiser, vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67 bus 14, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- A. V., beklaagde,
- N. S., beklaagde,
- R. H., beklaagde, met als raadsman mr. Erhard Vermeulen, advocaat bij de balie Antwerpen,
- C. B., beklaagde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 22 april 2025, gewezen op verwijzing ingevolge het arrest van het Hof van 19 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 44 en 50 Strafwetboek, de artikelen 1382 en 1383 oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 6.5 en 6.6 Burgerlijk Wetboek en de artikelen 221, § 1, en 257, § 3, AWDA: met het oordeel dat de verbeurdverklaring van de aan het douanetoezicht onttrokken goederen geen retroactieve werking heeft tot op het tijdstip van het plegen van het misdrijf zodat de tegenwaarde van de verbeurdverklaarde goederen slechts bepaald kan worden op het ogenblik van hun eigendomsoverdracht aan de eiser bij het in gewijsde treden van de beslissing tot verbeurdverklaring van 10 september 2014 en door vervolgens te oordelen dat de eiser niet het bewijs levert van nog enige bestaande waarde van de goederen op dat ogenblik, verantwoordt het arrest niet naar recht de beslissing om de vordering van de eiser om de verweerders te veroordelen tot de betaling van de tegenwaarde van de goederen af te wijzen; de tegenwaarde van de goederen moet integendeel worden bepaald op basis van hun waarde op het ogenblik van het misdrijf en dus bij de onttrekking aan het douanetoezicht, ongeacht het tijdstip waarop de eiser van rechtswege eigenaar van de verbeurdverklaarde goederen is geworden.
- De artikelen 221, § 1, en 257, § 3, AWDA verplichten de verbeurdverklaring van de goederen die worden onttrokken aan het douanetoezicht. De rechter moet enkel van het opleggen van die verbeurdverklaring afzien wanneer daarmee aan een beklaagde een onredelijke straf zou worden opgelegd.
- Die verbeurdverklaring heeft een zakelijk karakter omdat het uitspreken ervan niet vereist dat de veroordeelde eigenaar is van de betrokken goederen noch dat de overtreder bekend moet zijn. Zij vereist evenmin een voorafgaande inbeslagneming van de goederen. Door de verbeurdverklaring wordt de Belgische Staat van rechtswege eigenaar van de goederen.
- Indien de verbeurdverklaring betrekking heeft op niet in beslag genomen goederen, rust op de veroordeelde de verplichting om de verbeurdverklaarde goederen voor te brengen. Bij niet-naleving van die verplichting heeft de Belgische Staat recht op schadevergoeding door middel van diens veroordeling door de strafrechter tot de betaling van de tegenwaarde van de verbeurdverklaarde goederen. Die veroordeling is een toepassing van de uit de artikelen 1382 en 1383 oud Burgerlijk Wetboek voortvloeiende regel dat elke schuldenaar van een zaak als schadevergoeding de tegenwaarde ervan moet betalen indien hij ze heeft onttrokken aan zijn schuldeiser of wanneer hij door zijn toedoen tekortkomt aan de verplichting om de zaak te leveren. Artikel 44 Strafwetboek dat bepaalt dat de veroordeling tot de bij de wet gestelde straffen altijd wordt uitgesproken onverminderd de teruggave en de schadevergoeding die aan de partijen mochten zijn verschuldigd, vormt daarvan een toepassing.
- Uit het voorgaande volgt dat, wanneer hij de verbeurdverklaring van niet in beslag genomen goederen beveelt, de rechter tevens verplicht is te veroordelen tot de betaling van de tegenwaarde van die goederen en dit ongeacht of de niet-voorbrenging ervan als dusdanig een gevolg is van een van het bewezenverklaarde misdrijf te onderscheiden foutief gedrag. Die verplichting vloeit enkel voort uit het gepleegde misdrijf zelf.
- De veroordeling tot de betaling van de tegenwaarde van de verbeurdverklaarde maar niet in beslag genomen goederen vereist dan ook geen definitieve eigendomsoverdracht van die goederen aan de Belgische Staat door middel van een in kracht van gewijsde getreden verbeurdverklaring ervan. Die veroordeling is immers onafhankelijk van de eigendomsoverdracht van de verbeurdverklaarde goederen en de tegenwaarde van de betrokken goederen is te bepalen op het ogenblik dat het misdrijf werd gepleegd.
- Het arrest dat anders oordeelt en op die grond de vordering van de eiser om de verweerders te veroordelen tot de betaling van de tegenwaarde van de goederen afwijst, schendt de vermelde bepalingen. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
- De grieven die niet kunnen leiden tot een cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 28 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251028.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160628.2 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.19 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.24 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div