← België

PHILIP MORRIS BENELUX bv c. Belgische Mededingingsautor

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251030.1N.1 Rolnummer: C.23.0424.N-C.23.0426.N-C.23.0435.N-C.23.0436.N Zaak: PHILIP MORRIS BENELUX bv c. Belgische Mededingingsautor Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2025-11-28 Raadplegingen: 1160 - laatst gezien 2026-06-19 00:54 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251030.1N.1 Fiche Samenvatting(
  2. en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: HANDELSPRAKTIJKEN Tekst van de beslissing Nr. C.23.0424.N PHILIP MORRIS BENELUX bv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Borsbeeksebrug 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.196.039, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE MEDEDINGINGSAUTORITEIT, openbare instelling, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Vooruitgangstraat 50, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0535.765.741, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de verweerster woonplaats kiest, in aanwezigheid van 1. ETABLISSEMENTS L. LACROIX FILS nv, met zetel te 2610 Antwerpen (Wilrijk), Sint-Bavostraat 66, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.266.702, 2. BRITISH AMERICAN TOBACCO BELGIUM nv, met zetel te 1702 Dilbeek, Nieuwe Gentsesteenweg 21, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0402.018.577, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen, 3. JT INTERNATIONAL COMPANY NETHERLANDS, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 1181 RM Amstelveen (Nederland), Bella Donna 4 en met bijkantoor te 1853 Strombeek-Bever, Boechoutlaan 105 bus 2.03, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0452.578.838, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij woonplaats kiest, 4. VLAAMSE FEDERATIE VAN PERSVERKOPERS vzw, met zetel te 2100 Deurne, Ruggeveldlaan 524, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0408.317.144, 5. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de vice-eerste minister en de minister van Economie en Werk, met kabinet te 1000 Brussel, Hertogstraat 61, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen. II Nr. C.23.0426.N ETABLISSEMENTS L. LACROIX FILS nv, met zetel te 2610 Antwerpen (Wilrijk), Sint-Bavostraat 66, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.266.702, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE MEDEDINGINGSAUTORITEIT, openbare instelling, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Vooruitgangstraat 50, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0535.765.741, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de verweerster woonplaats kiest, in aanwezigheid van 1. PHILIP MORRIS BENELUX bv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Borsbeeksebrug 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.196.039, 2. BRITISH AMERICAN TOBACCO BELGIUM nv, met zetel te 1702 Dilbeek, Nieuwe Gentsesteenweg 21, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0402.018.577, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen, 3. JT INTERNATIONAL COMPANY NETHERLANDS, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 1181 RM Amstelveen (Nederland), Bella Donna 4 en met bijkantoor te 1853 Strombeek-Bever, Boechoutlaan 105 bus 2.03, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0452.578.838, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij woonplaats kiest, 4. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de vice-eerste minister en minister Economie en Werk, met kabinet te 1000 Brussel, Hertogstraat 61, 5. VLAAMSE FEDERATIE VAN PERSVERKOPERS vzw, met zetel te 2100 Deurne, Ruggeveldlaan 524, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0408.317.144, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen. III Nr. C.23.0435.N BRITISH AMERICAN TOBACCO BELGIUM nv, met zetel te 1702 Dilbeek, Nieuwe Gentsesteenweg 21, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0402.018.577, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Regentschapsstraat 4, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE MEDEDINGINGSAUTORITEIT, openbare instelling, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Vooruitgangstraat 50, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0535.765.741, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de verweerster woonplaats kiest, in aanwezigheid van 1. PHILIP MORRIS BENELUX bv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Borsbeeksebrug 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.196.039, 2. ETABLISSEMENTS L. LACROIX FILS nv, met zetel te 2610 Antwerpen, Sint-Bavostraat 66, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.266.702, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen, 3. JT INTERNATIONAL COMPANY NETHERLANDS, besloten vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 1181 RM Amstelveen (Nederland), Bella Donna 4 en met Belgisch bijkantoor te 1853 Strombeek-Bever, Boechoutlaan 105 bus 2.03, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0452.578.838, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij woonplaats kiest. IV Nr. C.23.0436.N JT INTERNATIONAL COMPANY NETHERLANDS, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 1181 RM Amstelveen (Nederland), Bella Donna 4 en met bijkantoor te 1853 Strombeek-Bever, Boechoutlaan 105 bus 2.03, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0452.578.838, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE MEDEDINGINGSAUTORITEIT, openbare instelling, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Vooruitgangstraat 50, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0535.765.741, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de verweerster woonplaats kiest, in aanwezigheid van 1. ETABLISSEMENTS L. LACROIX FILS nv, met zetel te 2610 Antwerpen (Wilrijk), Sint-Bavostraat 66, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.266.702, 2. PHILIP MORRIS BENELUX bv, met zetel te 2600 Berchem, Borsbeeksebrug 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.196.039, 3. BRITISH AMERICAN TOBACCO BELGIUM nv, met zetel te 1702 Dilbeek, Nieuwe Gentsesteenweg 21, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0402.018.577, 4. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door vice-eerste minister en minister Economie en Werk, met kabinet te 1000 Brussel, Hertogstraat 61, 5. VLAAMSE FEDERATIE VAN PERSVERKOPERS vzw, met zetel te 2100 Deurne, Ruggeveldlaan 524, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0408.317.144, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, sectie Marktenhof, van 15 februari 2023 zoals verbeterd bij arrest van 28 juni 2023. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 11 augustus 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd voor elk cassatieberoep. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres in de zaak C.23.0424.N voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, zeven middelen aan. De eiseres in de zaak C.23.0426.N voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. De eiseres in de zaak C.23.0435.N voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, acht middelen aan. De eiseres in de zaak C.23.0436.N voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling A. Voeging 1. De cassatieberoepen in de zaken gekend onder algemeen rolnummers C.23.0424.N, C.23.0426.N, C.23.0435.N en C.24.0436.N zijn gericht tegen hetzelfde arrest. Zij dienen te worden gevoegd. B. Zaak C.23.0424.N Zesde middel 2. Krachtens artikel 101.1 VWEU zijn onverenigbaar met de interne markt en verboden alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemingsverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke de handel tussen lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden en ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging binnen de interne markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst en met name die welke bestaan in:
  3. a)het rechtstreeks of zijdelings bepalen van de aan- of verkoopprijzen of van andere contractuele voorwaarden,
  4. b)het beperken of controleren van de productie, de afzet, de technische ontwikkeling of de investeringen,
  5. c)het verdelen van de markten of van de voorzieningsbronnen,
  6. d)het ten opzichte van handelspartners toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging, en
  7. e)het afhankelijk stellen van het sluiten van overeenkomsten van de aanvaarding door de handelspartners van bijkomende prestaties welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten. Krachtens artikel IV.1, § 1, WER zijn verboden, zonder dat hiertoe een voorafgaande beslissing vereist is, alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemingsverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Belgische betrokken markt of op een wezenlijk deel ervan merkbaar wordt verhinderd, beperkt of vervalst en met name die welke bestaan in: 1° het rechtstreeks of onrechtstreeks bepalen van de aan- of verkoopprijzen of van andere contractuele voorwaarden; 2° het beperken of controleren van de productie, de afzet, de technische ontwikkeling of de investeringen; 3° het verdelen van de markten of van de voorzieningsbronnen; 4° het ten opzichte van handelspartners toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hen daarmee nadeel berokkenend bij de mededinging; 5° het afhankelijk stellen van het sluiten van overeenkomsten, van de aanvaarding door de handelspartners van bijkomende prestaties welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten. 3. Opdat een inbreuk op voormelde bepalingen ingevolge een onderling afgestemde feitelijke gedraging bestaat, is vereist dat de periode waarin de gedraging is gesteld, wordt vastgesteld. De vaststelling van deze periode is immers onlosmakelijk verbonden met het bestaan zelf van de onderling afgestemde feitelijke gedraging. Hieruit volgt dat het Marktenhof niet een beslissing van het mededingingscollege kan bevestigen wat betreft de vaststelling van het bestaan van een inbreuk op artikel IV.1 WER en 101 VWEU wegens het bestaan van een onderling afgestemde feitelijke gedraging en terzelfdertijd deze beslissing vernietigen wat betreft het begin en het einde van de inbreuk. 4. Het Marktenhof stelt vast en oordeelt dat: - de tabaksfabrikanten wisten dat hun prijslijsten werden doorgestuurd aan hun concurrenten; - wel degelijk sprake was van een gangbare praktijk van uitwisseling van prijsinformatie, prijslijsten en prijsaankondigingen; - de beide onderling afgestemde feitelijke gedragingen op afdoende wijze zijn aangetoond; - deze een mededingingsbeperkende strekking hebben; - het Mededingingscollege onmogelijk tot het besluit kon komen dat enerzijds ITB (Lacroix), JTI (JT International Company Netherlands) en PMB (Philip Morris Benelux) betrokken waren in een enkele en voortdurende inbreuk en anderzijds PMB (Philip Morris Benelux) en BAT (British American Tobacco) hebben deelgenomen aan een andere enkele en voortdurende inbreuk; - er nog andere gebreken zijn in de beslissing van het Mededingingscollege zoals de duurtijd van de respectieve inbreuken van de tabaksfabrikanten. 5. Het Marktenhof oordeelt vervolgens dat: - de beroepen beslissing van het Mededingingscollege gedeeltelijk wordt vernietigd; - deze beslissing wordt bevestigd enkel wat betreft de vaststelling van een inbreuk van de fabrikanten op artikel IV.1 WER en artikel 101 VWEU; - de verdere afhandeling (motivering van het eventueel voortdurend karakter, begin en eindduur van de inbreuk en bepaling van eventuele boetes die proportioneel, passend en effectief moeten zijn rekening houdend met de door haar gemaakte overwegingen en de eigen beleidsmarge van de verweerster) toekomt aan de verweerster door een anders samengesteld college. 6. Het Marktenhof dat aldus oordeelt dat sprake is van een onderling afgestemde feitelijke gedraging, terwijl het zelf niet vaststelt wat de periode ervan is, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Overige grieven 7. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. C. Zaak C.23.0426.N 8. Gelet op het antwoord op het zesde middel in de zaak C.23.0424.N dienen de middelen die niet tot ruimere cassatie kunnen leiden, niet te worden beantwoord. D. Zaak C.23.0435.N 9. Gelet op het antwoord op het zesde middel in de zaak C.23.0424.N dienen de middelen die niet tot ruimere cassatie kunnen leiden, niet te worden beantwoord. E. Zaak C.23.0436.N 10. Gelet op het antwoord op het zesde middel in de zaak C.23.0424.N dienen de middelen die niet tot ruimere cassatie kunnen leiden, niet te worden beantwoord. Dictum Het Hof, Voegt de zaken C.23.0424.N, C.23.0426.N, C.23.0435.N en C.23.0436.N. Vernietigt het bestreden arrest van 15 februari 2023, zoals verbeterd bij arrest van 28 juni 2023, behalve in zoverre dit de zaken gekend onder de rolnummers 2022/AR/640, 2022/AR/652, 2022/AR/659, 2022/AR/662 en 2022/AR/745 samenvoegt en het beroep ontvankelijk verklaart. Verklaart het arrest gemeen en bindend aan de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel, sectie Marktenhof, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 30 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251030.1N.1 Gerelateerde publicatie(
  8. s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251030.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.