id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251030.1N.12 Rolnummer: C.24.0305.N Zaak: D. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-11-27 Raadplegingen: 809 - laatst gezien 2026-06-18 23:27 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251030.1N.12 Fiche Samenvatting(
- en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Tekst van de beslissing Nr. C.24.0305.N M. D., eiseres, aan wie rechtsbijstand is verleend bij beschikking van 20 augustus 2024 (G.24.0141.N), vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen K. D., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel van 31 juli 2024. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft op 30 september 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede onderdeel 1. Artikel 5, § 2, Wet Persoon Geesteszieke, zoals van toepassing, bepaalt: “Op straffe van niet-ontvankelijkheid van de vordering moet hieraan een omstandig geneeskundig verslag worden toegevoegd dat, op basis van een onderzoek dat ten hoogste vijftien dagen oud is, de gezondheidstoestand van de persoon wiens opneming ter observatie wordt gevraagd evenals de symptomen van de ziekte beschrijft en vaststelt dat is voldaan aan de voorwaarden bepaald in artikel 2. Dit verslag mag niet worden opgesteld door een geneesheer die een bloed- of aanverwant van de zieke of van de verzoeker is of op enigerlei wijze verbonden is aan de psychiatrische dienst waar de zieke zich bevindt.” 2. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat met deze wetsbepaling beoogd wordt te vermijden dat welkdanige druk wordt uitgeoefend om een persoon te laten opnemen en dit de reden is waarom de arts geen bloed- of aanverwant mag zijn, zowel van de zieke als van de verzoeker, en elke invloed vanwege de instelling wordt tegengegaan om een zieke in die instelling te behouden. Hieruit volgt niet dat ook de behandelende huisarts het omstandig geneeskundig verslag niet mag opstellen. In zoverre het onderdeel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht. 3. In zoverre het onderdeel aanvoert dat de behandelende huisarts van de eiseres haar verslag steunt op haar eigen voorkennis van de eiseres uit het verleden, verplicht het het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk. Derde onderdeel 4. Artikel 5, § 2, eerste lid, Wet Persoon Geesteszieke bepaalt: “Op straffe van niet-ontvankelijkheid van de vordering moet hieraan een omstandig geneeskundig verslag worden toegevoegd dat, op basis van een onderzoek dat ten hoogste vijftien dagen oud is, de gezondheidstoestand van de persoon wiens opneming ter observatie wordt gevraagd evenals de symptomen van de ziekte beschrijft en vaststelt dat is voldaan aan de voorwaarden bepaald in artikel 2.” Deze wetsbepaling sluit niet uit dat het omstandig geneeskundig verslag gebaseerd wordt op een telefonisch medisch onderzoek voor zover dit ten hoogste vijftien dagen oud is. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres in debet op 167,40 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 30 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251030.1N.12 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251030.1N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.