id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251030.1N.8 Rolnummer: C.22.0183.N-C.23.0485.N Zaak: QI Collectief contra ASR SCHADEVERZEKERING NV Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal privaatrecht - Unierecht - Overige Invoerdatum: 2025-11-28 Raadplegingen: 1007 - laatst gezien 2026-06-19 00:01 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Samenvatting(
- en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - ALLERLEI (INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT. AARD VAN DE WET. ENZ) EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Algemeen BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Allerlei Tekst van de beslissing Nr. C.22.0183.N QI COLLECTIEF, met zetel te 2070 Zwijndrecht, Walstraat 32, ingeschreven in de KBO onder het nummer 0718.658.350, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen ASR SCHADEVERZEKERING nv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 3584 BA Utrecht (Nederland), Archimedeslaan 10, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de verweerster woonplaats kiest. II ASR SCHADEVERZEKERING nv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 3584 BA Utrecht (Nederland), Archimedeslaan 10, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen QI COLLECTIEF, met zetel te 2070 Zwijndrecht, Walstraat 32, ingeschreven in de KBO onder het nummer 0718.658.350, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 14 september 2021. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL In de zaak C.22.0183.N voert de eiseres in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. In de zaak C.23.0485.N voert de eiseres in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling A. Voeging 1. De cassatieberoepen gekend onder de rolnummers C.22.0183.N en C.23.0485.N zijn gericht tegen hetzelfde arrest en dienen te worden gevoegd. B. Zaak C.22.0183.N Middel in zijn geheel 2. Artikel 4 van de Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen, hierna Rome II-Vo, bepaalt: “1. Tenzij in deze verordening anders bepaald, is het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad het recht van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. 2. Indien evenwel degene wiens aansprakelijkheid in het geding is, en degene die schade lijdt, beiden hun gewone verblijfplaats in hetzelfde land hebben op het tijdstip waarop de schade zich voordoet, is het recht van dat land van toepassing. 3. Indien uit het geheel der omstandigheden blijkt dat de onrechtmatige daad een kennelijk nauwere band heeft met een ander dan het in de leden 1 en 2 bedoelde land, is het recht van dat andere land van toepassing. Een kennelijk nauwere band met een ander land zou met name kunnen berusten op een reeds eerder bestaande, nauw met de onrechtmatige daad samenhangende betrekking tussen de partijen, zoals een overeenkomst.” 3. Om te bepalen of een onrechtmatige daad een kennelijk nauwere band heeft met een ander land dan het land waar de schade zich voordoet of het land van de gemeenschappelijke verblijfplaats van de aansprakelijke partij en de schadelijder op het ogenblik van de schade, moet de rechter alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen die kunnen duiden op een band tussen dat ander land en het schadegeval, met inbegrip van omstandigheden buiten de eigenlijke onrechtmatige daad. Zowel een latere overeenkomst die werd gesloten ingevolge de onrechtmatige daad als een reeds bestaande verzekeringsovereenkomst, gesloten tussen een van de partijen en haar verzekeraar, kunnen dergelijke omstandigheden uitmaken. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 4. Voor het overige is het middel afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 4.3 Rome II-Vo en is het niet ontvankelijk. C. Zaak C.23.0485.N Eerste onderdeel 5. Artikel 4.1 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, hierna Brussel Ibis-Vo, bepaalt dat, onverminderd deze verordening, zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, worden opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. Artikel 5.1 Brussel Ibis-Vo bepaalt dat degenen die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats hebben, slechts voor de gerechten van een andere lidstaat worden opgeroepen krachtens de in de afdelingen 2 tot en met 7 van hoofdstuk II gegeven regels. Krachtens artikel 11.1 Brussel Ibis-Vo kan de verzekeraar met woonplaats op het grondgebied van een lidstaat worden opgeroepen voor
- a)de gerechten van de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft,
- b)in een andere lidstaat, indien het een vordering van de verzekeringsnemer, de verzekerde of een begunstigde betreft, voor het gerecht van de woonplaats van de eiser, of
- c)indien het een medeverzekeraar betreft, voor het gerecht van de lidstaat waar de vordering tegen de eerste verzekeraar is ingesteld. Krachtens artikel 12 Brussel Ibis-Vo kan de verzekeraar bovendien worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan indien het geschil een aansprakelijkheidsverzekering betreft. Artikel 13.2 Brussel Ibis-Vo bepaalt dat de artikelen 10, 11 en 12 van toepassing zijn op de vordering die door de getroffene rechtstreeks tegen de verzekeraar wordt ingesteld, indien de rechtstreekse vordering mogelijk is. 6. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelt in vaste rechtspraak dat: - hoofdstuk II, afdeling 3, Brussel Ibis-Vo, met name de artikelen 10 tot 16 bijzondere bevoegdheidsregels in verzekeringszaken vaststelt, teneinde, zoals in overweging 18 van de preambule wordt verklaard, de zwakke partij bij de overeenkomst te beschermen door regels die gunstiger zijn voor haar belangen dan de algemene regels (HvJ 20 mei 2021, C-913/19, CNP spólka z ograniczona odpowiedzialnoscia, r.o. 39; HvJ 27 februari 2020, C-803/18, Balta, r.o. 27); - uit deze doelstelling tevens voortvloeit dat de toepassing van deze bijzondere bevoegdheidsregels niet mag worden uitgebreid tot personen die deze bescherming niet nodig hebben (HvJ 20 mei 2021, C-913/19, CNP spólka z ograniczona odpowiedzialnoscia, r.o. 39); - het begrip “zwakke partij” in verzekeringszaken een ruimere betekenis heeft dan inzake door consumenten gesloten overeenkomsten of individuele overeenkomsten uit arbeidsovereenkomst en tevens de getroffene, zijnde de persoon die schade heeft geleden, omvat (HvJ 20 juli 2017, C-340/16, KABEG, r.o. 32 en 33, met verwijzing naar de conclusie van advocaat-generaal Bobek, punt 47); - geen bijzondere bescherming nodig is wanneer het gaat om betrekkingen tussen beroepsbeoefenaren in de verzekeringssector, die geen van allen kunnen worden geacht in een zwakkere positie te verkeren dan de anderen (HvJ 31 januari 2018, C-106/17, Pawel Hofsoe, r.o. 42); - een persoon van wie de beroepsactiviteit bestaat in het instellen van schadevorderingen tegen verzekeraars en die zich beroept op een door het slachtoffer van een schadegeval gesloten overeenkomst voor de cessie van schuldvordering zich dan ook niet kan beroepen op de beschermende bevoegdheidsregels van hoofdstuk II, afdeling 3, Brussel Ibis-Vo (HvJ 31 januari 2018, C-106/17, Pawel Hofsoe, r.o. 47). Uit deze rechtspraak volgt kennelijk dat artikel 12 Brussel Ibis-Vo zich niet ertegen verzet dat een derde-benadeelde aan wie de schuldvordering van de verzekerde werd overgedragen en die geen beroepsbeoefenaar is in de verzekeringssector, de verzekeraar dagvaardt voor de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 7. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de beroepsactiviteit van de eiseres bestaat in het instellen van schadevorderingen tegen verzekeraars, vereist het een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk. 8. De prejudiciële vraag, die uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting, wordt niet gesteld. (…) Dictum Het Hof, Voegt de zaken C.22.0183.N en C.23.0485.N. Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten voor de eiseres in de zaak C.22.0183.N op 340,62 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Bepaalt de kosten voor de eiseres in de zaak C.23.0485.N op 588,06 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 30 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251030.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.