← België

NCT Holland bv contra H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 1068

, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiche 2 De appelrechter kan de vordering van de oorspronkelijke eiser niet onontvankelijk verklaren terwijl geen van de verweerders incidenteel hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de eerste rechter dat deze vordering ontvankelijk is

(1)
(2).
(1)Contra: Cass. 18 december 2023, AR C.23.0063.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231218.3N.2.
(2)Zie over het verband tussen de devolutieve werking van het hoger beroep en het instellen van incidenteel hoger beroep: MOSSELMANS, S., “Verzacht de devolutieve werking van het hoger beroep in civiele zaken de noodzaak om incidenteel hoger beroep in te stellen?”, in VANDENBUSSCHE W., BROECKX K., LUST S., KRANS B., VOET S. (eds.), Liber Amicorum Piet Taelman. Puur Procesrecht, Wolters Kluwer Belgium, 2025, 203-227. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Incidenteel beroep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1068

, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1054, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr.

C.24.0198.N

  1. NCT HOLLAND bv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 4817 ZJ Breda (Nederland), Minervum 7208A,
  2. HDI GERLING VERZEKERINGEN nv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 3012 KL Rotterdam (Nederland), Westblaak 14,
  3. CHUBB EUROPEAN GROUP Ltd, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 3068 AV Rotterdam (Nederland), Maarten Meesweg 8-10,
  4. DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERINGEN nv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 1096 BA Amsterdam (Nederland), Spaklerweg 4,
  5. SOMPO JAPAN CANOPIUS bv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 1083 HN Amsterdam (Nederland), Barbara Strozzilaan 370,
  6. AEGON SCHADEVERZEKERINGEN nv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 2591 TV s’Gravenhage (Nederland), Aegonplein 50, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen
  7. HENRI ESSERS EN ZONEN INTERNATIONAL TRANSPORT nv, met zetel te 3600 Genk, Transportlaan 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0401.296.720, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest,
  8. POLYMER TEAM nv, met zetel te 3980 Tessenderlo-Ham, Transportstraat 6, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0451.811.251, verweerster,
  9. MS AMLIN INSURANCE se, met zetel te 1030 Schaarbeek, Koning Albert II-laan 37, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0644.921.425, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. II Nr. C.24.0210.N TRINSEO BELGIUM bv, met zetel te 3980 Tessenderlo-Ham, Havenlaan 7, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0820.679.188, in eigen naam en in naam en voor rekening van TRINSEO NETHERLANDS bv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 4542 NM Hoek (Nederland), Herbert H. Domweg 5, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  10. HENRI ESSERS EN ZONEN INTERNATIONAL TRANSPORT nv, met zetel te 3600 Genk, Transportlaan 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0401.296.720,
  11. POLYMER TEAM nv, met zetel te 3980 Tessenderlo-Ham, Transportstraat 6, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0451.811.251,
  12. MS AMLIN INSURANCE se, met zetel te 1030 Schaarbeek, Koning Albert II-laan 37, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0644.921.425, verweersters. III Nr. C.24.0362.N
  13. NCT HOLLAND bv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 4817 ZJ Breda (Nederland), Minervum 7208A,
  14. HDI GERLING VERZEKERINGEN nv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 3012 KL Rotterdam (Nederland), Westblaak 14,
  15. CHUBB EUROPEAN GROUP Ltd, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 3068 AV Rotterdam (Nederland), Maarten Meesweg 8-10,
  16. DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERINGEN nv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 1096 BA Amsterdam (Nederland), Spaklerweg 4,
  17. SOMPO JAPAN CANOPIUS bv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 1083 HN Amsterdam (Nederland), Barbara Strozzilaan 370,
  18. AEGON SCHADEVERZEKERINGEN nv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 2591 TV s’Gravenhage (Nederland), Aegonplein 50, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen
  19. HENRI ESSERS EN ZONEN INTERNATIONAL TRANSPORT nv, met zetel te 3600 Genk, Transportlaan 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0401.296.720, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest,
  20. POLYMER TEAM nv, met zetel te 3980 Tessenderlo-Ham, Transportstraat 6, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0451.811.251, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest,
  21. MS AMLIN INSURANCE se, met zetel te 1030 Schaarbeek, Koning Albert II-laan 37, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0644.921.425, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. IV Nr. C.24.0396.N TRINSEO BELGIUM bv, met zetel te 3980 Tessenderlo-Ham, Havenlaan 7, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0820.679.188, in eigen naam en in naam en voor rekening van TRINSEO NETHERLANDS bv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 4542 NM Hoek (Nederland), Herbert H. Domweg 5, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiezen, tegen
  22. HENRI ESSERS EN ZONEN INTERNATIONAL TRANSPORT nv, met zetel te 3600 Genk, Transportlaan 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0401.296.720, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest,
  23. POLYMER TEAM nv, met zetel te 3980 Tessenderlo-Ham, Transportstraat 6, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0451.811.251, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest,
  24. AMLIN INSURANCE SE, met zetel te 1030 Schaarbeek, Koning Albert II-laan 37, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0644.921.425, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 15 januari
  25. De eiseressen I hebben bij akte, neergelegd ter griffie van het Hof op 25 september 2024, verklaard voorwaardelijk afstand te doen van het cassatieberoep I zonder berusting. De eiseres II heeft bij akte, neergelegd ter griffie van het Hof op 22 oktober 2024, verklaard voorwaardelijk afstand te doen van het cassatieberoep II zonder berusting. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseressen III voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, twee middelen aan. De eiseres IV voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling A. Voeging De cassatieberoepen zijn gericht tegen hetzelfde arrest en dienen te worden gevoegd. B. Zaak C.24.0198.N De afstand kan worden verleend. C. Zaak C.24.0210.N De afstand kan worden verleend. D. Zaak C.24.0362.N Eerste middel
  26. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat de eerste eiseres bij de berekening van de door haar geleden schade uitgaat van de inkoopwaarde van de goederen, verminderd met de opbrengst van de verkoop ervan en vermeerderd met de verkoopcommissie.
  27. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de schade aan de goederen van de eerste eiseres ontstaan is tijdens de bewaarneming door de eerste verweerster van de goederen; - partijen in essentie het erover eens zijn dat de schade aan de goederen van de eerste eiseres veroorzaakt werd doordat de met mijt, larven, vliegen en vocht aangetaste goederen van de tweede verweerster door de eerste verweerster in dezelfde ruimte opgeslagen werden als de goederen van de eerste eiseres; - bij gebrek aan bewijs van overmacht als oorzaak van de schade, de eerste verweerster als bewaarder van de goederen van de eerste eiseres aansprakelijk is wegens een inbreuk op de teruggaveverbintenis; - de beweerde gecontamineerde goederen van de eerste eiseres middels een averijverkoop door de eerste eiseres verkocht werden aan de meest biedende; - de schadeberekening van de eiseressen, wat betreft de door hen gevorderde schadevergoeding, uitgaat van een inkoopwaarde van de goederen voor een bedrag van 781.641 euro, zonder dat hiervoor rechtvaardigingsstukken worden voorgelegd en zonder dat deze waarde onderbouwd is door een objectief verslag van de bedrijfsrevisor; - de eerste eiseres het kennelijk niet nodig heeft gevonden deel te nemen aan de tegensprekelijke expertiseverrichtingen door de gerechtsdeskundige die op verzoek van de eerste verweerster aangesteld werd, zodat de schade geleden door de eerste eiseres niet tegensprekelijk werd vastgesteld; - de schadevergoeding berekend wordt op de volledige bij de eerste verweerster aanwezige stock, terwijl niet blijkt dat alle aldaar aanwezige goederen aangetast werden en dienden te worden verkocht; - dit had kunnen worden vastgesteld in het kader van een tegensprekelijke expertise die op verzoek van de eerste verweerster gevoerd werd; - de eerste eiseres echter kennelijk beslist heeft hieraan geen deel te nemen, zodat haar schadevergoeding louter gebaseerd wordt op eenzijdige stukken die niet gestaafd worden door objectieve rechtvaardigingsstukken; - de vordering van de eerste eiseres ongegrond is bij gebrek aan bewijs van schade.
  28. Met deze redenen geven de appelrechters te kennen dat, ondanks de schade aan de goederen van de eerste eiseres, niet bewezen is dat de eerste eiseres effectief schade heeft geleden.
  29. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de appelrechters oordelen dat de schade aan de goederen van de eerste eiseres niet bewezen is, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het bijgevolg feitelijke grondslag.
  30. Voor het overige is het middel afgeleid en bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede middel
  31. Gelet op hun oordeel dat niet bewezen is dat de eerste eiseres schade heeft geleden, dienden de appelrechters het in het middel bedoelde verweer dat de tweede verweerster op basis van artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is voor de schade die de eerste eiseres heeft geleden, niet meer te beantwoorden. Het middel kan niet worden aangenomen. E. Zaak C.24.0396.N Eerste middel Eerste onderdeel Ontvankelijkheid
  32. De tweede verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het onderdeel komt op tegen een overtollige reden aangezien het arrest gedragen blijft door de vergeefs bekritiseerde redengeving dat zowel uit het dispositief van haar verzoekschrift als dat van haar conclusies blijkt dat de eiseres slechts betaling vordert voor eigen rekening omdat zij niet vermeldt welk bedrag zij vordert voor rekening van Trinseo Netherlands.
  33. De appelrechters trekken uit de redenen dat “zowel uit het dispositief van haar verzoekschrift tot vrijwillige tussenkomst als dat van haar conclusies [blijkt] dat [de eiseres] slechts betaling vordert voor eigen rekening” en dat “Zij (…) immers niet [vermeldt] welk bedrag zij vordert voor rekening van Trinseo Netherlands” geen juridisch gevolg wat betreft de toelaatbaarheid van de vordering van de eiseres handelend in naam en voor rekening van Trinseo Netherlands. Deze redenen dragen derhalve niet de beslissing dat deze vordering ontoelaatbaar is. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
  34. Krachtens artikel 1068, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek maakt het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil bij de appelrechter aanhangig met al de feitelijke en juridische vragen die met het geschil samenhangen. Het staat evenwel aan de partijen door het hoofdberoep en het incidenteel beroep de grenzen te bepalen waarbinnen de appelrechter uitspraak moet doen over de vorderingen.
  35. Krachtens artikel 1054, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek wordt het incidenteel beroep alleen toegelaten indien het wordt ingesteld in de eerste conclusie van de gedaagde in hoger beroep na het hoofdberoep of incidenteel beroep dat tegen hem is ingesteld.
  36. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - de eerste rechter in zijn vonnis van 14 oktober 2019 vastgesteld heeft dat de eerste verweerster op gemotiveerde wijze de ontvankelijkheid van de vordering van de eiseres betwistte omdat niet zou vast staan dat de eiseres zelf eigenaar is van de beschadigde goederen maar wel de Nederlandse vennootschap Trinseo bv; - de eerste rechter geoordeeld heeft dat de eiseres aannemelijk maakt dat zij de commissionair-expediteur is van de bij de eerste verweerster opgeslagen goederen; - zij in die hoedanigheid optreedt als bewaargever en weldegelijk het nodige belang en de hoedanigheid heeft om in rechte op te treden voor de vergoeding van de schade die werd aangebracht aan de in bewaring gegeven goederen, zodat haar vordering ontvankelijk is; - de verweersters in hun eerste conclusie in hoger beroep geen incidenteel beroep hebben ingesteld tegen deze beslissing.
  37. Door te oordelen dat de vordering van de eiseres handelend in naam en voor rekening van Trinseo Netherlands onontvankelijk is, terwijl geen van de verweersters incidenteel beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de eerste rechter dat deze vordering ontvankelijk is en de appelrechter bijgevolg zonder rechtsmacht is om daarover te oordelen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Omvang van cassatie
  38. De cassatie van de beslissing dat de vorderingen van de eiseres handelend in naam en voor rekening van Trinseo Netherlands ontoelaatbaar zijn, strekt zich uit tot de in het tweede middel bestreden beslissing dat de vorderingen van de eiseres in eigen naam en voor eigen rekening tegen de verweersters ongegrond zijn bij gebrek aan bewijs van schade, omwille van het nauw verband tussen deze beslissingen. De beslissing over de aansprakelijkheid van de eerste verweerster kon door geen van de partijen met een ontvankelijk cassatieberoep worden bestreden, zodat die beslissing vanuit het oogpunt van de omvang van cassatie niet te onderscheiden is van de te vernietigen beslissing en bijgevolg mee moet worden vernietigd. Overige grieven
  39. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie. Dictum Het Hof, Voegt de zaken C.24.0198.N, C.24.0210.N, C.24.0362.N en C.24.0396.N. Zaak C.24.0198.N Verleent akte van de afstand. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 941,42 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Zaak C.24.0210.N Verleent akte van de afstand. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 998,41 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Zaak C.24.0362.N Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 941,42 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Zaak C.24.0396.N Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de vordering van de eiseres, zowel handelend in eigen naam als in naam en voor rekening van Trinseo Netherlands, tegen de verweersters en in zoverre het uitspraak doet over de kosten in de verhouding tussen deze partijen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 6 november 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251106.1N.17 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941118.15 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990325.8 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990628.6 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001023.9 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040319.7 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090403.4 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150115.3 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231218.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.