id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251117.3N.3 Rolnummer: C.22.0352.N Zaak: V. contra Algemeen Ziekenhuis Diest Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2025-12-09 Raadplegingen: 461 - laatst gezien 2026-06-15 10:24 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Een prestatie in de zin van artikel 34, tweede lid ZIV-wet vereist dat het esthetische doel het enige doel is van de ingreep. Thesaurus CAS: ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING - ZIEKTEKOSTENVERZEKERING Wettelijke bepalingen: Gecoördineerde wet 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen - 14-07-1994 - Art. 34, tweede lid - 38 ELI link Pub nr 1994071451 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0352.N
- E.V.D.V.,
- J.V., beiden in eigen naam en als ouders van F.V., eisers, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen ALGEMEEN ZIEKENHUIS DIEST vzw, met zetel te 3290 Diest, Statiestraat 65, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0434.602.560, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg gewezen van de vrederechter van het kanton Diest van 4 januari
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 18 augustus 2025 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan het arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 34, tweede lid, ZIV-wet, komt de verzekering voor geneeskundige verzorging niet tussen in met een esthetisch doel verrichte prestaties, tenzij onder de door de Koning bepaalde voorwaarden, na advies van het Verzekeringscomité. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een prestatie in de zin van deze bepaling vereist dat het esthetische doel het enige doel is van de ingreep.
- Overeenkomstig artikel 35, § 1, ZIV-wet stelt de Koning de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen vast. Die nomenclatuur somt die verstrekkingen op, bepaalt de betrekkelijke waarde ervan en stelt met name de toepassingsregelen ervan vast, alsook de bekwaming waarover de persoon dient te beschikken die gemachtigd is om elk van die verstrekkingen te verrichten. Krachtens artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen wordt de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen bedoeld in artikel 35 ZIV-wet vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van de bijlage bij dit koninklijk besluit, hierna de Nomenclatuur van de Geneeskundige Verstrekkingen genoemd. Artikel 1, § 7, Nomenclatuur van de Geneeskundige Verstrekkingen, zoals van toepassing, bepaalt dat de ingrepen met een louter esthetisch doel niet worden gehonoreerd, behoudens in de gevallen welke zijn aanvaard in de revalidatie- en herscholingsprogramma’s bedoeld in artikel 19 ZIV-wet 1963, teneinde de rechthebbende de mogelijkheid te bieden een betrekking te verkrijgen of te behouden. Artikel 14, c), Nomenclatuur van de Geneeskundige Verstrekkingen dat betrekking heeft op de verstrekkingen die tot het specialisme plastische heelkunde behoren, omschrijft onder het nomenclatuurnummer 253573-253584 “Correctie heelkunde op het oor (twee oren)”, zonder vermelding van voorwaarden voor tussenkomst.
- Uit het voorgaande volgt dat het nomenclatuurnummer 253573-253584 “Correctie heelkunde op het oor (twee oren)” betrekking heeft op prestaties die niet louter een esthetisch doel hebben. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De vrederechter oordeelt dat het aan de arts toekomt om in eer en geweten te bepalen of een zorgverstrekking voor tegemoetkoming in aanmerking komt wanneer geen voorwaarden vermeld worden bij de omschrijving van de prestatie van de nomenclatuurcode, en geeft hiermee te kennen dat de arts bij het plannen van de ingreep met het oog op de toepassing van de ZIV-wet oordeelt of de ingreep die zal worden verricht een louter esthetisch doel heeft of niet. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het bijgevolg feitelijke grondslag.
- De rechter oordeelt in een geschil over de terugbetaling van prestaties door de ziekteverzekering onaantastbaar in feite wat het doel was of welke de doelen waren van de prestatie die correctieve heelkunde op de oren inhoudt.
- Het middel komt op tegen het oordeel van de vrederechter dat de ingreep louter esthetisch was gelet op het verslag van dr. S. en het feit dat uit geen enkel van de voorgelegde verslagen blijkt dat er sprake zou zijn van een ingreep die tevens medisch geïndiceerd was. In zoverre vereist het middel een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is en is het niet ontvankelijk.
- In zoverre het middel schending van artikel 6 Oud Burgerlijk Wetboek aanvoert, is het afgeleid uit de voormelde vergeefs aangevoerde schendingen en mitsdien niet ontvankelijk.
- De vrederechter oordeelt dat uit geen enkel van de voorgelegde verslagen blijkt dat er sprake zou zijn van een ingreep die tevens medisch geïndiceerd zou zijn.
- Met deze reden geeft de vrederechter van de verslagen een uitleg die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is en miskent hij de bewijskracht ervan niet. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
- De aangevoerde grief dat de vrederechter niet wettig oordeelt dat de ingreep niet tevens medisch geïndiceerd is, is volledig afgeleid uit de vergeefs aangevoerde miskenning van de bewijskracht en mitsdien niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 510,01 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Bruno Lietaert en Eva Van Hoorde en in openbare rechtszitting van 17 november 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251117.3N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div