← België

S. contra Ziekenhuis Oost-Limburg autonome verzor

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251117.3N.4 Rolnummer: C.24.0053.N Zaak: S. contra Ziekenhuis Oost-Limburg autonome verzor Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht - Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2025-12-09 Raadplegingen: 436 - laatst gezien 2026-06-18 15:02 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Artikel 35, § 4, ZIV-wet, zoals ingevoegd bij artikel 138 van de Programmawet van 19 december 2014 en in werking getreden op 8 januari 2015, is geen interpretatieve wetsbepaling

(1).
(1)Impliciet, Cass. 3 februari 2025, AR C.19.0207.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250203.3N.2/NL. Thesaurus CAS: ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING - ZIEKTEKOSTENVERZEKERING Wettelijke bepalingen: Gecoördineerde wet 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen - 14-07-1994 - Art. 35, § 4 - 38 ELI link Pub nr 1994071451 Programmawet 19 december 2014 - 19-12-2014 - Art. 138 - 07 ELI link Pub nr 2014021137 Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Wettelijke bepalingen: Gecoördineerde wet 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen - 14-07-1994 - Art. 35, § 4 - 38 ELI link Pub nr 1994071451 Programmawet 19 december 2014 - 19-12-2014 - Art. 138 - 07 ELI link Pub nr 2014021137 Fiche 3 Vóór de inwerkingtreding van voormeld artikel 35, § 4, ZIV-wet dekt het in de Nomenclatuur van de Geneeskundige Verstrekkingen bepaalde honorarium slechts de kosten van materiaal en medische verbruiksgoederen, voor zover dit blijkt uit de omschrijving van de toepassingsregelen van de bedoelde verstrekking; de Nomenclatuur van de Geneeskundige Verstrekkingen is immers van openbare orde en moet strikt worden geïnterpreteerd. Thesaurus CAS: ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING - ZIEKTEKOSTENVERZEKERING Wettelijke bepalingen: Gecoördineerde wet 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen - 14-07-1994 - Art. 35, § 4 - 38 ELI link Pub nr 1994071451 Fiche 4 Het budget van financiële middelen dekt uitsluitend kosten die verband houden met de verstrekking van zorgen aan patiënten die in het ziekenhuis verblijven, met inbegrip van een verblijf bij wijze van daghospitalisatie; kosten van ambulante behandeling van patiënten die niet in het ziekenhuis zijn opgenomen, worden niet door het budget van financiële middelen gedekt
(1).
(1)Cass. 20 november 2017, AR C.15.0213.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171120.1, AC 2017, nr. 654. Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Gecoördineerde Wet 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen - 10-07-2008 - Art. 100, eerste lid - 90 ELI link Pub nr 2008A24327 Fiches 5 - 6 De kosten van een implantaat dat bij een patiënt wordt ingeplant, is geen kost van materiaal en geneeskundige verbruiksgoederen, bedoeld in artikel 154 Ziekenhuiswet. Thesaurus CAS: ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING - ZIEKTEKOSTENVERZEKERING Wettelijke bepalingen: Gecoördineerde Wet 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen - 10-07-2008 - Art. 154 - 90 ELI link Pub nr 2008A24327 Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Gecoördineerde Wet 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen - 10-07-2008 - Art. 154 - 90 ELI link Pub nr 2008A24327 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0053.N M.S., in haar hoedanigheid van ouder en wettelijke beheerder over de persoon en de goederen van haar minderjarige dochter E.B., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen ZIEKENHUIS OOST-LIMBURG, met zetel te 3600 Genk, Schiepse Bos 6, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0256.543.917, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van het vredegerecht van het eerste kanton Hasselt van 15 november 2022, op verwijzing gewezen na het arrest van het Hof van 8 maart 2021. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 18 augustus 2025 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Eerste subonderdeel 1. Artikel 34, eerste lid, 4°bis, a), ZIV-wet, zoals van toepassing, bepaalt dat de geneeskundige verstrekkingen bestaan uit het verstrekken van implantaten met uitzondering van die bedoeld onder 1°, e), waaronder de osteogeïntegreerde implantaten in de tandheelkunde en de implantaten en invasieve medische hulpmiddelen die in de mond of ter hoogte van het aangezicht worden gebruikt en waarvan minimaal een gedeelte intrabucaal of extrabucaal zichtbaar is. Artikel 34, eerste lid, 1°, e), ZIV-wet, zoals van toepassing, bepaalt dat de geneeskundige verstrekkingen bestaan uit de tandheelkundige hulp zo bewaarshalve als herstelshalve met inbegrip van tandprothesen. Artikel 35, § 1, eerste lid, ZIV-wet, zoals van toepassing, bepaalt dat de Koning de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen vaststelt met uitzondering van de in artikel 34, eerste lid, 4°bis en 5°, b), c),
  1. d)en
  2. e)bedoelde verstrekkingen. 2. Krachtens artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen wordt de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen bedoeld in artikel 35 ZIV-wet vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van de bijlage bij dit koninklijk besluit, hierna de Nomenclatuur van de Geneeskundige Verstrekkingen genoemd. 3. Blijkens artikel 14, l), Nomenclatuur van de Geneeskundige Verstrekkingen, zoals van toepassing, betreft het nomenclatuurnummer 317295 het vervaardigen en plaatsen van radiumhoudende prothesen, obturators, prothesen voor breuk en ankylose, maxillofaciale prothesen, dilatators en mobilisators. 4. Hoewel de rechter op onaantastbare wijze de feiten vaststelt op grond waarvan hij tot het bestaan van een implantaat besluit, toetst het Hof of hij, uit die vaststellingen, zijn beslissing naar recht heeft kunnen afleiden. 5. De vrederechter stelt vast en oordeelt dat: - de “bollard with hook upper right 21” een botanker is met een haakje dat op het kaakbot wordt geplaatst door middel van twee of drie schroefjes, waarna de beugel kan worden vastgemaakt aan dit haakje; - dit botanker maanden tot jaren kan blijven zitten; - de “bollard with hook upper right 21” genotificeerd is; - het volgens de productomschrijving een niet resorbeerbaar implantaat voor CMF (schedel, maxilla en gelaat) is; - dit “bollard” botanker in de kaak wordt ingebracht door middel van een klinische ingreep en bedoeld is om daar gedurende langere tijd te blijven om orthodontische apparatuur aan te bevestigen. 6. De vrederechter die op grond van deze redenen oordeelt dat het botanker een implantaat en geen dilatator of mobilisator is, verantwoordt zijn beslissing naar recht. In zoverre het subonderdeel aanvoert dat de vrederechter de draagwijdte van nomenclatuurnummer 317295 miskent en aldus artikel 14, l), Nomenclatuur van de Geneeskundige Verstrekkingen schendt, kan het niet worden aangenomen. 7. Het is niet tegenstrijdig om enerzijds te oordelen dat het botanker is gebruikt voor de geneeskundige verstrekking met nomenclatuurnummer 312314, te weten de desinclusie van een palatinaal ingesloten hoektand waarbij het bot boven de kroon van de ingesloten tand geösteotomiseerd wordt met het doel een orthodontische tractie te verwezenlijken, en anderzijds te beslissen dat het botanker een implantaat en geen mobilisator is. In zoverre mist het subonderdeel feitelijke grondslag. 8. Na te hebben geoordeeld dat het botanker een implantaat en geen dilatator of mobilisator is, diende de vrederechter niet meer te antwoorden op het in het subonderdeel aangehaalde middel van de eiseres omtrent de omvang van de tussenkomst van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het raam van nomenclatuurnummer 317295. In zoverre kan het subonderdeel niet worden aangenomen. 9. Met de tevergeefs bekritiseerde reden dat het botanker een implantaat en geen dilatator of mobilisator is, geeft de vrederechter een zelfstandige reden van zijn beslissing dat nomenclatuurnummer 317295 niet van toepassing is. In zoverre het subonderdeel is gericht tegen de beslissing van de vrederechter dat nomenclatuurnummer 317295 een honorarium van 754,46 euro bepaalt, welke aanzienlijk hoger is dan in de nomenclatuurnummers 312314 en 312432, kan het niet tot cassatie leiden en is het derhalve niet ontvankelijk. 10. Voor het overige is het subonderdeel afgeleid en aldus niet ontvankelijk. Tweede subonderdeel 11. Artikel 35, § 4, ZIV-wet, zoals ingevoegd bij artikel 138 van de Programmawet van 19 december 2014 en in werking getreden op 8 januari 2015, is geen interpretatieve wetsbepaling. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 12. Artikel 34 ZIV-wet somt de geneeskundige verstrekkingen op waarin de verzekering voor geneeskundige verzorging tussenkomt. Overeenkomstig artikel 35, § 1, ZIV-wet stelt de Koning de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen vast. Die nomenclatuur somt die verstrekkingen op, bepaalt de betrekkelijke waarde ervan en stelt met name de toepassingsregelen ervan vast, alsook de bekwaming waarover de persoon dient te beschikken die gemachtigd is om elk van die verstrekkingen te verrichten. 13. Krachtens artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen wordt de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen bedoeld in artikel 35 ZIV-wet vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van de bijlage bij dit koninklijk besluit. Artikel 1 Nomenclatuur van de Geneeskundige Verstrekkingen bepaalt dat elke verstrekking in de nomenclatuur wordt aangeduid met een rangnummer vóór de omschrijving van de verstrekking, welke laatste wordt gevolgd door een sleutelletter, die komt vóór een coëfficientgetal dat de betrekkelijke waarde van elke verstrekking aangeeft. De sleutelletter is een teken waarvan de waarde in euro bij overeenkomst wordt bepaald, waarbij die waarde voor elke sleutelletter kan verschillen. Op elke nota, opgemaakt ter staving van het verrichten van een verstrekking, moet het voornoemde rangnummer worden vermeld. 14. Uit geen van de in r.o. 12 en 13 vermelde wetsbepalingen, afzonderlijk of in hun samenhang, volgt dat, tenzij anders is bepaald, de in de Nomenclatuur van de Geneeskundige Verstrekkingen bepaalde honoraria alle kosten dekken die rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn aan de uitvoering van een in die Nomenclatuur opgenomen verstrekking. 15. Hieruit volgt dat vóór de inwerkingtreding van voormeld artikel 35, § 4, ZIV-wet het in de Nomenclatuur van de Geneeskundige Verstrekkingen bepaalde honorarium slechts de kosten van materiaal en medische verbruiksgoederen dekt, voor zover dit blijkt uit de omschrijving van de toepassingsregelen van de bedoelde verstrekking. De Nomenclatuur van de Geneeskundige Verstrekkingen is immers van openbare orde en moet strikt worden geïnterpreteerd. Het onderdeel dat geheel van een andere rechtsopvatting uitgaat faalt in zoverre naar recht. Tweede onderdeel 16. Krachtens artikel 100, eerste lid, van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, hierna Ziekenhuiswet, dekt het budget van financiële middelen op forfaitaire wijze de kosten die verband houden met het verblijf en de verstrekking van zorgen aan de patiënten in het ziekenhuis, met inbegrip van de patiënten in daghospitalisatie zoals omschreven door de Koning. Uit die bepaling volgt dat het budget van financiële middelen uitsluitend kosten dekt die verband houden met de verstrekking van zorgen aan patiënten die in het ziekenhuis verblijven, met inbegrip van een verblijf bij wijze van daghospitalisatie. Kosten van ambulante behandeling van patiënten die niet in het ziekenhuis zijn opgenomen, worden niet door het budget van financiële middelen gedekt. In zoverre het onderdeel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht. 17. Blijkens artikel 14, l), Nomenclatuur van de Geneeskundige Verstrekkingen betreffen de nomenclatuurnummers 312314 en 312432 de ambulante behandeling van patiënten die niet in het ziekenhuis zijn opgenomen. 18. Deze in de plaats gestelde reden verantwoordt naar recht de beslissing van de vrederechter dat het botanker niet begrepen is in het budget van de financiële middelen van het ziekenhuis. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van de artikelen 100, 102, 4°, en 104 Ziekenhuiswet en de artikelen 34, eerste lid, 1°, e), 34, 4°bis, a), en 35septies/1, § 1, ZIV-wet, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. 19. Artikel 154 Ziekenhuiswet bepaalt dat de honoraria, centraal geïnd of niet, onverminderd artikel 155, alle kosten dekken die direct of indirect verbonden zijn aan de uitvoering van medische prestaties, zoals onder meer kosten van medisch, verpleegkundig, paramedisch, verzorgend, technisch, administratief, onderhouds- en ander hulppersoneel, kosten verbonden aan gebruik van lokalen, kosten van aanschaffing, vernieuwing, grote herstellingen en onderhoud van de benodigde uitrusting, kosten van materiaal en geneeskundige verbruiksgoederen en kosten van goederen en door derden geleverde diensten met betrekking tot de gemeenschappelijke diensten, die niet door het budget van financiële middelen worden vergoed. 20. De kosten van een implantaat dat bij een patiënt wordt ingeplant, is geen kost van materiaal en geneeskundige verbruiksgoederen, bedoeld in artikel 154 Ziekenhuiswet. 21. De vrederechter die oordeelt dat een implantaat niet kan worden gelijkgesteld met materiaal en geneeskundige verbruiksgoederen, verantwoordt zijn beslissing naar recht. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 154 Ziekenhuiswet, kan het niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 683,68 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Bruno Lietaert en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 17 november 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251117.3N.4 Gerelateerde publicatie(
  3. s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171120.1 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250203.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.