← België

Kliniek Sint-Jan vzw contra M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251117.3N.9 Rolnummer: C.24.0466.N Zaak: Kliniek Sint-Jan vzw contra M. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-12-09 Raadplegingen: 502 - laatst gezien 2026-06-15 09:30 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251117.3N.9 Fiche Wanneer de beheerder een beslissing tot afzetting neemt, doet de ongeldigheid van het advies van de medische raad op zich niet af aan de geldigheid van de beslissing van de beheerder

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARTS Wettelijke bepalingen: Gecoördineerde Wet 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen - 10-07-2008 - Art. 16 - 90 ELI link Pub nr 2008A24327 Gecoördineerde Wet 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen - 10-07-2008 - Art. 137, eerste lid, 7° - 90 ELI link Pub nr 2008A24327 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0466.N KLINIEK SINT JAN vzw, met zetel te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 32, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0409.890.128, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. J.M.,
  2. DR. J. M. bv, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 8 december
  3. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 10 september 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 9 september 2025 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Overeenkomstig artikel 16 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, hierna Ziekenhuiswet, zoals van toepassing voor de wijziging bij de wet van 28 februari 2019, berust de algemene en uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de ziekenhuisactiviteit op het vlak van de organisatie en werking alsook op het financiële vlak bij de beheerder. De beheerder bepaalt het algemeen beleid van het ziekenhuis en neemt de beheersbeslissingen met inachtneming van de specifieke bepalingen en procedures voorzien in Titel IV. Krachtens artikel 137, eerste lid, 7°, Ziekenhuiswet, zoals van toepassing voor de wijziging bij de wet van 18 december 2016, verstrekt de medische raad aan de beheerder advies in het kader van het in artikel 136 bepaalde doel aan de beheerder over de afzetting van de ziekenhuisgeneesheren, behalve de afzetting om dringende redenen.
  5. Wanneer de beheerder een beslissing tot afzetting neemt, doet de ongeldigheid van het advies van de medische raad op zich niet af aan de geldigheid van de beslissing van de beheerder.
  6. De appelrechters die enkel op grond van de ongeldigheid van de beslissing van de medische raad wegens het niet-horen van de eerste verweerder oordelen dat de geldigheid tot afzetting van de eerste verweerder wordt aangetast, verantwoorden deze beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Bruno Lietaert en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 17 november 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251117.3N.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251117.3N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.