← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.14 Rolnummer: P.25.1438.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-11-28 Raadplegingen: 413 - laatst gezien 2026-06-15 13:46 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het enkele feit van de niet-naleving van de termijn van zeven dagen na vaststelling van een situatie die onverenigbaar is met de voorwaarden van een toegekende strafuitvoeringsmodaliteit, nodig voor de oproeping van de veroordeelde voor de strafuitvoeringsrechtbank, heeft niet tot gevolg dat de strafuitvoeringsrechtbank geen uitspraak meer kan doen over de vordering tot intrekking van deze strafuitvoeringsmodaliteit. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 61, §§ 1 en 2, eerste zin - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 61, §§ 1 en 2, eerste zin - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1438.N Y. D., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Thibaud Delva, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 27 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 61, § 2, Wet Strafuitvoering: volgens die bepaling moet de eiser bij aangetekende brief worden opgeroepen om te verschijnen voor de strafuitvoeringsrechtbank binnen de zeven dagen na de vaststelling van de onverenigbaarheid; de vordering van het openbaar ministerie dateert van 10 oktober 2025; de eiser verscheen op 23 oktober 2025, dit is laattijdig; het vonnis trekt niettemin het elektronisch toezicht van de eiser in.
  3. Artikel 61, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt dat indien zich, nadat de beslissing tot toekenning van een in titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteit is genomen maar voor de uitvoering ervan, een situatie voordoet die onverenigbaar is met de voorwaarden die in deze beslissing zijn bepaald, de strafuitvoeringsrechtbank op vordering van het openbaar ministerie een nieuwe beslissing kan nemen, met inbegrip van de intrekking van de toegekende strafuitvoeringsmodaliteit.
  4. Artikel 61, § 2, eerste zin, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de veroordeelde binnen de zeven dagen na de vaststelling van de onverenigbaarheid als bedoeld in paragraaf 1 bij een ter post aangetekend schrijven wordt opgeroepen om te verschijnen voor de strafuitvoeringsrechtbank.
  5. Het enkele feit van de niet-naleving van deze termijn heeft niet tot gevolg dat de strafuitvoeringsrechtbank geen uitspraak meer kan doen over de vordering tot intrekking. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 18 november 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.