← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.19 Rolnummer: P.25.0808.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-11-28 Raadplegingen: 519 - laatst gezien 2026-06-15 09:45 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 De artikelen 47, eerste lid, en 48, eerste lid, 2° Wegverkeerswet en artikelen 67 en 69, § è, eerste lid, KB Rijbewijs leggen aan de betrokken griffie geen verplichting op om ook te onderzoeken of hij die werd veroordeeld tot een verval van het recht tot sturen na afloop van de termijn waarvoor het verval tot sturen werd uitgesproken, ook heeft voldaan aan de bijkomend opgelegde examens en onderzoeken om in het recht tot sturen te worden hersteld; uit het geheel van die bepalingen volgt verder dat indien de griffie van de rechtbank waar de veroordeelde ter uitvoering van een verval van het recht tot sturen zijn rijbewijs heeft neergelegd en waar hij het na afloop van de termijn van het verval weer afhaalt, dit rijbewijs aan de veroordeelde teruggeeft ondanks dat hij de hem voor het herstel van het recht tot sturen opgelegde examens en onderzoeken niet heeft ondergaan, hieruit niet mag worden afgeleid dat hij wordt geacht te hebben voldaan aan de uitvoering van de hem opgelegde examens en onderzoeken; dit gegeven kan dan ook geen grondslag vormen voor het oordeel dat er geen opzet is of dat de betrokkene onoverwinnelijk heeft gedwaald. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 48 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 47, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 67 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 69, § 7, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 47, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: GRIFFIE. GRIFFIER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 47, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 67 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 69, § 7, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 47, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 67 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 69, § 7, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0808.N A. V. C., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Alexander Meuwissen, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 8 mei

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 38, § 3 en 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis verklaart de eiser ten onrechte schuldig aan de telastlegging C, te weten het besturen van een motorvoertuig op de openbare weg zonder het voorgeschreven onderzoek hem opgelegd door het in kracht van gewijsde getreden vonnis van de politierechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, van 6 december 2021, te hebben ondergaan; het rijbewijs werd aan de eiser teruggegeven zonder enige vermelding van voorwaarden, beperking of ongeschiktheid; het terugkrijgen van het rijbewijs is onderworpen aan het slagen voor examens, zodat het loutere gegeven dat de diensten van de griffie het rijbewijs hebben teruggegeven het vermoeden creëert dat op dat ogenblik het slagen voor de examens werd gecontroleerd en in orde werd bevonden; dat dit naderhand mogelijks foutief werd verwerkt op de griffie ligt buiten de verantwoordelijkheid van de eiser; er was bijgevolg bij de eiser geen enkele kennis dat er sprake zou kunnen zijn van een inbreuk, minstens is er sprake van een onoverkomelijke dwaling; het bestreden vonnis oordeelt dat de eiser zeer goed weet hoe een rijverbod werkt, gelet op zijn voorgaande veroordelingen, waarbij een rijverbod werd opgelegd; het vonnis van Turnhout werd evenwel eerder uitgevoerd dan het vonnis van Leuven, zodat het vonnis van Turnhout het eerste vonnis was waarbij aan de eiser ooit herstelexamens werden opgelegd; de eiser was ten tijde van het rijverbod 23 jaar oud en was dus op geen enkele manier vertrouwd met de specifieke reglementering inzake rijbewijzen of herstelexamens; het oordeel van het bestreden vonnis dat de eiser zeer goed weet hoe een rijverbod werkt, strookt dan ook niet met de objectieve elementen van het dossier; aldus kan het bestreden vonnis niet oordelen dat het moreel element bewezen is en evenmin beslissen dat alle wettelijk bepaalde constitutieve elementen van de telastlegging C aanwezig zijn.
  3. In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
  4. Artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet bestraft hij die een motorvoertuig bestuurt van de categorie bedoeld in de beslissing van vervallenverklaring of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, zonder het voorgeschreven onderzoek met goed gevolg te hebben ondergaan. Die bepaling maakt het strafbaar karakter van het daarin bedoelde feit afhankelijk van de omstandigheid dat de betrokken persoon, die het verval van het recht tot sturen heeft uitgevoerd, het onderzoek of het examen om in het recht tot sturen te worden hersteld niet heeft ondergaan, terwijl die verplichting hem werd opgelegd bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing.
  5. Krachtens artikel 47, eerste lid, Wegverkeerswet mag hij die verval van het recht tot sturen heeft opgelopen na 25 mei 1965 en onderworpen werd aan een theoretisch, praktisch, geneeskundig of psychologisch onderzoek, wanneer het verval geëindigd is, een voertuig van een der categorieën waarop de beslissing van vervallenverklaring slaat, slechts besturen mits hij met goed gevolg het opgelegde onderzoek heeft ondergaan.
  6. Krachtens artikel 67 KB Rijbewijs moet hij die een verval van het recht tot sturen heeft opgelopen, zijn rijbewijs of voorlopig rijbewijs bij de griffier van het gerecht dat de beslissing heeft uitgesproken laten toekomen. Krachtens artikel 69, § 7, eerste lid, KB Rijbewijs kan hij die werd veroordeeld tot een verval van het recht tot sturen het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs weer op de griffie afhalen, onder meer wanneer: 1° de termijn van het verval verstreken is en het herstel van het recht tot sturen niet afhankelijk werd gemaakt van het slagen voor de in artikel 38 Wegverkeerswet bedoelde examens of onderzoeken; 2° de betrokkene de examens of onderzoeken krachtens artikel 38 Wegverkeerswet met goed gevolg heeft afgelegd en de termijn van het verval verstreken is.
  7. Die bepalingen leggen aan de betrokken griffie geen verplichting op om ook te onderzoeken of hij die werd veroordeeld tot een verval van het recht tot sturen na afloop van de termijn waarvoor het verval tot sturen werd uitgesproken, ook heeft voldaan aan de bijkomend opgelegde examens en onderzoeken om in het recht tot sturen te worden hersteld.
  8. Uit het geheel van die bepalingen volgt verder dat indien de griffie van de rechtbank waar de veroordeelde ter uitvoering van een verval van het recht tot sturen zijn rijbewijs heeft neergelegd en waar hij het na afloop van de termijn van het verval weer afhaalt, dit rijbewijs aan de veroordeelde teruggeeft ondanks dat hij de hem voor het herstel van het recht tot sturen opgelegde examens en onderzoeken niet heeft ondergaan, hieruit niet mag worden afgeleid dat hij wordt geacht te hebben voldaan aan de uitvoering van de hem opgelegde examens en onderzoeken Dit gegeven kan dan ook geen grondslag vormen voor het oordeel dat er geen opzet is of dat de betrokkene onoverwinnelijk heeft gedwaald.
  9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. Tweede middel
  10. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis is tegenstrijdig gemotiveerd; het oordeelt, enerzijds, dat gelet op zijn voorgaanden waarbij een rijverbod werd opgelegd, de eiser zeer goed weet hoe een rijverbod werkt, terwijl, anderzijds, uit het strafdossier blijkt dat de veroordeling te Turnhout het eerste rijverbod met herstelexamens is, zodat de eiser geenszins wist hoe een rijverbod werkt.
  11. Het middel dat verplicht tot een onderzoek van feiten, is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 18 november 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.