id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 828
, 1° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 828
, 1° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiches 3 - 6 Het enkele feit dat een onderzoeksrechter een verzoek tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen afwijst met opgave van één van de in artikel 61quinquies, § 3, Wetboek van Strafvordering vermelde weigeringsgronden en daaraan toevoegt dat het verzoek dilatoir is, levert objectief gezien geen gewettigde verdenking op; noch derden noch de partijen kunnen daaruit afleiden dat de betrokken magistraat niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze het gerechtelijk onderzoek kan voeren; evenmin kan daaruit worden afgeleid dat de onderzoeksrechter daarmee aanneemt dat de schuld van de verzoeker tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen aan de hem verweten feiten vaststaat en dat de onderzoeksrechter zo het vermoeden van onschuld miskent. Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 61quinquies, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 828
, 1° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 828
, 1° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 61quinquies, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 828
, 1° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 61quinquies, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 828, 1° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr.
P.25.1363.N R, verzoeker tot wraking, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadslieden mr. Sanne De Clerck en mr. Zakaria Arrousi, beiden advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, burgerlijke kamer, van 9 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek: het arrest oordeelt ten onrechte dat uit de beschikking van 17 september 2025 waarbij de onderzoeksrechter een verzoek om bijkomend onderzoek heeft afgewezen, niet blijkt dat op hem gewettigde verdenking rust; die verdenking blijkt uit de door de onderzoeksrechter gebruikte bewoordingen; de bewoordingen “louter dilatoir zijnde” houden ontegensprekelijk een pejoratief waardeoordeel in, waarbij een intentieproces van de eiser wordt gemaakt, alsook de eiser kennelijk wordt verweten ab initio te kwader trouw te hebben gehandeld en de procedure doelbewust en nodeloos te hebben gefrustreerd en vertraagd; dit vormt geen loutere toetsing aan de in artikel 61quinquies, § 3, Wetboek van Strafvordering vermelde weigeringsgronden; impliciet volgt uit die bewoordingen dat de betrokkenheid van de eiser aan de onderzochte feiten is komen vast te staan en dat de schijn is gewekt dat de onderzoeksrechter het vermoeden van onschuld heeft miskend; de beslissing tot afwijzing van het wrakingsverzoek is niet naar recht verantwoord.
- Artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter kan worden gewraakt wegens gewettigde verdenking.
- Er is gewettigde verdenking indien de aangevoerde feiten bij de verzoeker tot wraking, de partijen en derden de verdenking kunnen wekken dat de betrokken magistraat niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen. Die verdenking moet evenwel objectief gerechtvaardigd zijn.
- De rechter wordt vermoed onafhankelijk en onpartijdig te zijn. Dit vermoeden is slechts weerlegd indien uit vaststaande feitelijke gegevens het tegendeel blijkt.
- Het enkele feit dat een onderzoeksrechter een verzoek tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen afwijst met opgave van één van de in artikel 61quinquies, § 3, Wetboek van Strafvordering vermelde weigeringsgronden en daaraan toevoegt dat het verzoek dilatoir is, levert objectief gezien geen gewettigde verdenking op. Noch derden noch de partijen kunnen daaruit afleiden dat de betrokken magistraat niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze het gerechtelijk onderzoek kan voeren. Evenmin kan daaruit worden afgeleid dat de onderzoeksrechter daarmee aanneemt dat de schuld van de verzoeker tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen aan de hem verweten feiten vaststaat en dat de onderzoeksrechter zo het vermoeden van onschuld miskent.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest dat aldus oordeelt, verantwoordt de beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 18 november 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.22 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210615.2N.11 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.19 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231129.2F.8 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.15 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250429.2N.21 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250722.VAK.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251216.2N.27 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251216.2N.33 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div