← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.30 Rolnummer: P.25.1400.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-11-28 Raadplegingen: 431 - laatst gezien 2026-06-15 09:44 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit het enkele feit dat de rechter geen melding maakt van overwegingen uit recente adviezen en verslagen, volgt niet dat de rechter die overwegingen niet in zijn beraad heeft betrokken; het enkele feit dat de rechter het aannemen van een tegenaanwijzing en de daarop gesteunde afwijzing van een strafuitvoeringsmodaliteit grondt op gegevens uit oudere adviezen en verslagen levert geen motiveringsgebrek op en evenmin een schending van artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 3 - 4 Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel verzet zich ertegen dat de strafuitvoeringsrechtbank bij de beoordeling van het voorhanden zijn van een tegenaanwijzing die de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit belet, rekening houdt met de persoonlijkheid van de veroordeelde of bepaalde persoonlijkheidskenmerken; de strafuitvoeringsrechtbank die rekening houdt met de persoonlijkheid van de veroordeelde of bepaalde persoonlijkheidskenmerken oordeelt daarmee niet dat het gedrag van de veroordeelde nooit zal veranderen en sluit hem daarmee ook niet definitief uit van de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1400.N L. C., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Nathalie Buisseret, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 20 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering: het vonnis weigert de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit met als doorslaggevend motief dat de eiser persoonlijkheidstrekken heeft met een sterk opportunistische component, wat het ontleent aan adviezen van de directie en de psychosociale dienst (hierna PSD) voor andere strafuitvoeringsmodaliteiten en aan een verouderd deskundigenverslag; het laat na de geactualiseerde positieve overwegingen van de directie en de PSD in het beraad te betrekken; het neemt daarover geen standpunt in.
  3. In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
  4. Uit het enkele feit dat de rechter geen melding maakt van overwegingen uit recente adviezen en verslagen, volgt niet dat de rechter die overwegingen niet in zijn beraad heeft betrokken.
  5. Het enkele feit dat de rechter het aannemen van een tegenaanwijzing en de daarop gesteunde afwijzing van een strafuitvoeringsmodaliteit grondt op gegevens uit oudere adviezen en verslagen levert geen motiveringsgebrek op en evenmin een schending van artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering.
  6. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  7. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling door het vonnis van het voorhanden zijn van de door artikel 47, § 2, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing en is het niet ontvankelijk. Tweede middel
  8. Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 13 EVRM: door te verwijzen naar de persoonlijkheid van de eiser wordt die a priori uitgesloten van de strafuitvoeringsmodaliteit; er wordt aangenomen dat het gedrag van de eiser niet meer kan veranderen aangezien er geen rekening wordt gehouden met de actuele overwegingen in de adviezen van de directie en de PSD; door zo de eiser uit te sluiten van een mogelijke vervroegde invrijheidstelling, wordt eisers recht van verdediging en op een effectief rechtsmiddel miskend.
  9. In zoverre het middel dezelfde strekking heeft als het eerste middel moet het om de in het antwoord op dat middel vermelde redenen worden verworpen.
  10. Artikel 6 EVRM is niet van toepassing op de strafuitvoeringsrechtbank die zich immers niet uitspreekt over de gegrondheid van een strafvervolging.
  11. Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel verzet zich ertegen dat de strafuitvoeringsrechtbank bij de beoordeling van het voorhanden zijn van een tegenaanwijzing die de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit belet, rekening houdt met de persoonlijkheid van de veroordeelde of bepaalde persoonlijkheidskenmerken.
  12. De strafuitvoeringsrechtbank die rekening houdt met de persoonlijkheid van de veroordeelde of bepaalde persoonlijkheidskenmerken oordeelt daarmee niet dat het gedrag van de veroordeelde nooit zal veranderen en sluit hem daarmee ook niet definitief uit van de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit.
  13. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 18 november 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.30 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.