id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.32 Rolnummer: P.25.1422.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-11-28 Raadplegingen: 485 - laatst gezien 2026-06-19 00:23 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit de wetsgeschiedenis van artikel 98/13 Wet Strafuitvoering blijkt dat de wetgever met de wettelijke omschrijving van de tegenaanwijzing van een direct waarneembaar risico bestaat voor de fysieke integriteit van derden, waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden, een extensieve interpretatie wilde tegengaan en dat de beoordeling van de tegenaanwijzing moet gebeuren:
- a)op basis van actuele gedragingen van de veroordeelde waarmee wordt bedoeld het gedrag dat hij stelde in detentie, tijdens de arrestatie of op het ogenblik van de opsluiting, met uitsluiting van gedragingen tijdens vorige detentieperiodes;
- b)of op basis van de in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering vermelde stukken, zonder dat bijkomende stukken of adviezen mogen worden gevraagd; de strafuitvoeringsrechter oordeelt onaantastbaar of de tegenaanwijzing voorhanden is van een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden zoals omschreven in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering
(1).
(1)Cass. 14 oktober 2025, AR P.25.1279.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.13; zie ook Parl. St. Kamer, DOC 56 0972/001, p.
- Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13, eerste en derde lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/16, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13, eerste en derde lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/16, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 3 - 5 De strafuitvoeringsrechter omkleedt de weigering om bij toepassing van artikel 98/13 Wet Strafuitvoering de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied toe te kennen regelmatig met redenen met de vaststelling dat de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing van een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden voorhanden is en door te vermelden op welke feitelijke gegevens hij die vaststelling steunt; die feitelijke gegevens moeten gelet op de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering opgenomen omschrijving van de tegenaanwijzing zijn ontleend aan ofwel actuele gedragingen van de veroordeelde ofwel aan de stukken van het dossier bedoeld in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering, meer bepaald het afschrift van de opsluitingsfiche, het advies van de gevangenisdirecteur bevat, een geactualiseerd afschrift van het strafregister, een afschrift van de vonnissen en arresten van veroordeling en in voorkomend geval van de slachtofferfiches; het is evenwel niet vereist dat de strafuitvoeringsrechter uitdrukkelijk vermeldt aan welke van door artikel 98/16 Wet Strafuitvoering bedoelde stukken hij die feitelijke gegevens heeft ontleend; het Hof gaat na of de strafuitvoeringsrechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/16 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/16 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/16 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1422.N Y. E., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Boris Reynaerts, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 22 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 98/13 Wet Strafuitvoering: het vonnis wijst de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied af op basis van de vaststelling dat er een direct waarneembaar risico bestaat dat de eiser de fysieke integriteit van derden zal aantasten en het verwijst daarvoor naar het gegeven dat hij de relatie met V. nieuw leven heeft ingeblazen en het aannemelijk is dat hij het grondgebied niet zal verlaten dan wel zal terugkeren naar België; het laat evenwel na te motiveren waarin dat risico voor derden en in het bijzonder voor V. is verscholen; het mogelijks niet verlaten van het grondgebied of een mogelijke terugkeer vormt geen dergelijk direct waarneembaar risico; het vonnis concretiseert niet uit welke actuele gedragingen het dit risico afleidt; het verwijst evenmin naar de in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering bedoelde stukken; het vonnis verwijst enkel naar het veroordelend vonnis van 10 december
- Artikel 98/13, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoeringsrechter de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied toekent onder meer op voorwaarde dat er bij de veroordeelde geen direct waarneembaar risico bestaat voor de fysieke integriteit van derden waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden.
- Artikel 98/13, derde lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat onder een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden wordt verstaan een risico dat op het eerste gezicht blijkt uit de actuele gedragingen van de veroordeelde of uit de stukken van het dossier bedoeld in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering.
- Artikel 98/16, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de directeur een dossier samenstelt dat voor de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied naast een afschrift van de opsluitingsfiche het advies van de directeur bevat, met de elementen die de directeur relevant acht voor de beoordeling van het direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden alsook een voorstel tot toekenning of afwijzing en in voorkomend geval de bijzondere voorwaarden die hij noodzakelijk acht om het risico op recidive te beperken of die noodzakelijk zijn in het belang van het slachtoffer.
- Artikel 98/16, derde lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank aan het dossier een geactualiseerd afschrift van het strafregister, een afschrift van de vonnissen en arresten van veroordeling en in voorkomend geval van de slachtofferfiches toevoegt.
- Uit de wetsgeschiedenis van artikel 98/13 Wet Strafuitvoering blijkt dat de wetgever met de wettelijke omschrijving van deze tegenaanwijzing een extensieve interpretatie wilde tegengaan en dat de beoordeling van de tegenaanwijzing moet gebeuren: - op basis van actuele gedragingen van de veroordeelde waarmee wordt bedoeld het gedrag dat hij stelde in detentie, tijdens de arrestatie of op het ogenblik van de opsluiting, met uitsluiting van gedragingen tijdens vorige detentieperiodes; - of op basis van de in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering vermelde stukken, zonder dat bijkomende stukken of adviezen mogen worden gevraagd.
- De strafuitvoeringsrechter oordeelt onaantastbaar of de tegenaanwijzing voorhanden is van een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden zoals omschreven in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering.
- De strafuitvoeringsrechter omkleedt de weigering om bij toepassing van artikel 98/13 Wet Strafuitvoering de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied toe te kennen regelmatig met redenen met de vaststelling dat de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing van een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden voorhanden is en door te vermelden op welke feitelijke gegevens hij die vaststelling steunt.
- Die feitelijke gegevens moeten gelet op de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering opgenomen omschrijving van de tegenaanwijzing zijn ontleend aan ofwel actuele gedragingen van de veroordeelde ofwel aan de stukken van het dossier bedoeld in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering.
- Het is evenwel niet vereist dat de strafuitvoeringsrechter uitdrukkelijk vermeldt aan welke van door artikel 98/16 Wet Strafuitvoering bedoelde stukken hij die feitelijke gegevens heeft ontleend.
- Het Hof gaat na of de strafuitvoeringsrechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het vonnis oordeelt als volgt: - de eiser werd door de correctionele rechter te Turnhout op 10 december 2024 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig maanden wegens feiten van belaging en het schenden van een opgelegd huisverbod; - de eiser is daarmee niet aan zijn proefstuk toe: zijn strafregister vermeldt twee voorgaande veroordelingen. In het veroordelend vonnis wordt melding gemaakt van een ECRIS-verslag waaruit blijkt dat hij in Frankrijk reeds werd veroordeeld voor feiten van slagen, verkrachting en drugs; - de feiten werden gepleegd ten aanzien van zijn ex-partner V., met wie hij drie kinderen zou hebben; - tegenover de gevangenisdirecteur geeft de eiser toe dat hij zijn kinderen toch niet kan achterlaten; - de eiser doet suïcidale uitlatingen wanneer hij zou worden verplicht tot het achterlaten van zijn kinderen; - de eiser heeft vervolgens aan naar Frankrijk te zullen terugkeren als het moet; - even later komt de eiser daar evenwel op terug; - uit het veroordelend vonnis blijkt onder meer dat volgens V. de relatie van de eiser moeilijk was waarbij veel fysiek en psychisch geweld werd gebruikt door de eiser tegen haar, alsook dat de relatie regelmatig werd beëindigd maar V. telkens terugkeerde naar de eiser; - de eiser gaf zelf aan dat de relatie met V. niet stabiel was, alsook toxisch; - tegenover de directeur gaf de eiser aan dat hij de relatie met V. nieuw leven heeft ingeblazen en de directeur heeft bevestigd dat de eiser opnieuw bezoek ontvangt van V. Op grond van die feitelijke gegevens, waarvan niet blijkt dat ze niet zijn ontleend aan de in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering bedoelde stukken, oordeelt het vonnis dat het aannemelijk is dat de eiser bij zijn invrijheidstelling het grondgebied niet zal verlaten of dat hij zal terugkeren naar België om de relatie met V. te hervatten. Het vonnis kan dan ook wettig oordelen dat er een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden voorhanden is en met deze redenen is de beslissing regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 18 november 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.32 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.13 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251209.2N.10 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251209.2N.42 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260310.2N.10 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260310.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div