← België

V. contra WILLEMEN GROEP NV

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.6 Rolnummer: P.25.1136.N Zaak: V. contra WILLEMEN GROEP NV Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-11-28 Raadplegingen: 460 - laatst gezien 2026-06-15 20:09 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Op grond van artikel 1094 Gerechtelijk Wetboek kan de eiser in cassatie met een memorie van wederantwoord, die hij op straffe van verval moet indienen binnen een maand vanaf de betekening van de memorie van antwoord, antwoorden op een door de verweerder in cassatie opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep; die bepaling is overeenkomstig artikel 432 Wetboek van Strafvordering niet van toepassing op de cassatieprocedure in strafzaken; de memorie van wederantwoord van een partij in een strafzaak is bijgevolg niet ontvankelijk

(1).
(1)Cass. 7 januari 2025, AR P.24.1150.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250107.2N.
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 432 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1094 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1136.N M. V. P., burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Filip Liebaut, advocaat bij de balie Dendermonde, tegen
  2. WILLEMEN GROEP nv, met zetel te 2800 Mechelen, Boerenkrijgstraat 133, ON 0466.256.432, inverdenkinggestelde,
  3. B.C.S. INVESTISSEMENT nv, thans NOWA nv, met zetel te 2800 Mechelen, Boerenkrijgstraat 133, ON 0441.436.112, inverdenkinggestelde,
  4. IMMO CUBES nv, met zetel te 2800 Mechelen, Boerenkrijgstraat 133, ON 0405.023.401, inverdenkinggestelde,
  5. J. W., inverdenkinggestelde, met als raadsman mr. Sven Mertens, advocaat bij de balie Antwerpen,
  6. D. V., inverdenkinggestelde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 17 juni
  7. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, grieven aan. Sectievoorzitter Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie van wederantwoord
  8. De eiser heeft op 6 oktober 2025 een memorie van wederantwoord ingediend.
  9. Op grond van artikel 1094 Gerechtelijk Wetboek kan de eiser in cassatie met een memorie van wederantwoord, die hij op straffe van verval moet indienen binnen een maand vanaf de betekening van de memorie van antwoord, antwoorden op een door de verweerder in cassatie opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
  10. Die bepaling is overeenkomstig artikel 432 Wetboek van Strafvordering niet van toepassing op de cassatieprocedure in strafzaken. De memorie van wederantwoord is niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de memorie
  11. Artikel 429, vierde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt: “Behoudens de uitzondering bedoeld in artikel 427, eerste lid, wordt de memorie van de eiser per aangetekende brief of langs elektronische weg, ter kennis gebracht van de partij waartegen het beroep gericht is en brengt de verweerder hem zijn memorie van antwoord op dezelfde wijze ter kennis. Het bewijs van verzending wordt ter griffie neergelegd binnen de in het eerste tot derde lid bedoelde termijnen. Deze vormvereisten zijn voorgeschreven op straffe van onontvankelijkheid.” Op grond van die bepaling moet een burgerlijke partij die cassatieberoep heeft ingesteld tegen de buitenvervolginstelling van een inverdenkinggestelde, zijn memorie ter kennis brengen van deze laatste. Een kennisgeving van de memorie aan de raadsman van de betrokkene voldoet niet aan dat vormvereiste.
  12. In het dossier van de rechtspleging voor het Hof bevindt zich een document met als titel “DPA-Jbox Verzendingsattest”, neergelegd op 4 augustus 2025, waaruit blijkt dat de eiser een afschrift van zijn memorie langs elektronische weg ter kennis heeft gebracht van de raadslieden van de verweerders. Uit geen enkel stuk waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt evenwel dat de eiser zijn memorie ter kennis heeft gebracht van de verweerders zelf. De memorie is niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  13. Volgens artikel 427, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering moet de eiser in cassatie zijn cassatieberoep betekenen aan de partijen tegen wie het is gericht en het exploot van betekening neerleggen binnen de termijn om de memorie in te dienen. Die algemene betekeningsverplichting kent slechts één uitzondering, namelijk indien het cassatieberoep uitgaat van de vervolgde persoon of een daarmee gelijk te stellen persoon en het geen betrekking heeft op de burgerlijke vordering.
  14. Uit deze bepalingen volgt dat de burgerlijke partij op straffe van niet-ontvankelijkheid haar cassatieberoep moet laten betekenen aan het openbaar ministerie, in zoverre het is gericht tegen haar veroordeling tot betaling van de kosten van de strafvordering.
  15. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser zijn cassatieberoep heeft laten betekenen aan het openbaar ministerie.
  16. In zoverre gericht tegen de beslissing van het arrest tot veroordeling van de eiser tot de kosten van de strafvordering, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 130,21 euro, waarvan 95,21 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 18 november 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250107.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.