← België

PG HB BRUSSEL INZAKE BS, FINANCIEN C.DA. S.C.–T

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251120.1N.3 Rolnummer: C.24.0093.N Zaak: PG HB BRUSSEL INZAKE BS, FINANCIEN C.DA. S.C.–T Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Insolventierecht Invoerdatum: 2025-12-05 Raadplegingen: 789 - laatst gezien 2026-06-17 14:34 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251120.1N.3 Fiches 1 - 2 Onder geschillen betreffende de toepassing van de belastingwet moet worden verstaan geschillen tussen de belastingplichtige en de fiscale administratie betreffende het bestaan en het bedrag van een fiscale schuld; daarentegen zijn geschillen met betrekking tot de invordering van de belasting geen geschillen betreffende de toepassing van de belastingwet in de zin van artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BELASTING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) - 10-10-1967 - Art. 569, eerste lid, 32° - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - BEVOEGDHEID Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) - 10-10-1967 - Art. 569, eerste lid, 32° - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0093.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, eiser, inzake BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, algemene administratie inning en invordering, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159, Algemene Administratie Inning en Invordering, vertegenwoordigd door de Adviseur bij haar Centrale Diensten, die woonplaats kiest op het kantoor van de dienstchef bij de Centrale Diensten, Algemene Administratie Inning en Invordering, Juridische Ondersteuning – Juridische Dienst te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 33 bus 295, tegen DA. S.C. – TEKNOLOGIES bv, met zetel te 3140 Keerbergen, Zwaluwweg 39, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0475.970.684, met als raadsman mr. Mark Herssens, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1150 Brussel, Tervurenlaan
  1. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank Leuven van 28 februari
  2. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 22 oktober 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  3. Krachtens artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek, neemt de rechtbank van eerste aanleg op uitsluitende wijze kennis van geschillen betreffende de toepassing van de belastingwet.
  4. Onder geschillen betreffende de toepassing van de belastingwet moet worden verstaan geschillen tussen de belastingplichtige en de fiscale administratie betreffende het bestaan en het bedrag van een fiscale schuld. Geschillen met betrekking tot de invordering van de belasting zijn daarentegen geen geschillen betreffende de toepassing van de belastingwet in de zin van voormeld artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek.
  5. Uit de stukken waarop het Hof kan acht slaan, blijkt dat: - de FOD Financiën DA. S.C. – TEKNOLOGIES bv heeft gedagvaard voor de ondernemingsrechtbank te Leuven teneinde DA. S.C. – TEKNOLOGIES bv failliet te laten verklaren, minstens te veroordelen tot betaling van de openstaande fiscale schulden en rolrechten; - DA. S.C. – TEKNOLOGIES bv een tegenvordering instelde tegen de FOD Financiën; - de ondernemingsrechtbank twijfelde aan haar materiële bevoegdheid wat betreft deze tegenvordering, daar waar ze betrekking heeft op de afrekening tussen de partijen van de beweerde fiscale schulden, waarbij de partijen wederzijds elkaars veroordeling vorderen tot betaling van een beweerde belastingschuld dan wel teruggave van een beweerd tegoed dat verschuldigd zou zijn door de Belgische Staat; - de FOD Financiën aanvoerde dat de ondernemingsrechtbank materieel bevoegd is om te oordelen over de tegenvordering omdat de betwisting louter betrekking heeft op haar afrekening en inhoudelijk niets anders betreft dan een betwisting van de staking van betaling en dergelijke betwisting een geschil is inzake de invordering van de bedoelde fiscale schulden en rolrechten, zodat artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek geen toepassing vindt; - DA. S.C. – TEKNOLOGIES bv aanvoerde dat de rechtbank van eerste aanleg op uitsluitende wijze bevoegd is om te oordelen over de tegenvordering die betrekking heeft op de toepassing van de belastingwet; de bedoelde geschillen betreffende de toepassing van de belastingwet immers ruim moeten worden geïnterpreteerd en de belastingwetgeving in haar geheel omvatten, met inbegrip van onder meer boetes en administratieve sancties; het niet enkel gaat om geschillen over het verschuldigde karakter van belastingen maar ook om geschillen over betalingstermijnen, een onbetwistbaar verschuldigd gedeelte van een belasting en nalatigheidsinterest.
  6. De arrondissementsrechtbank oordeelt dat: - het Hof van Cassatie de bedoelde geschillen betreffende de toepassing van de belastingwet verduidelijkte in zijn arrest van 25 januari 2018 in die zin dat: “de rechtbank van eerste aanleg bevoegd is om, na uitputting door de belastingschuldige van het voorafgaande administratief beroep, uitspraak te doen over alle geschillen tussen de belastingschuldige en de fiscale administratie betreffende het bestaan en het bedrag van een fiscale schuld. Geschillen met betrekking tot de invordering van de belasting zijn geen geschillen betreffende de toepassing van de belastingwet in de zin van het voornoemde artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek”; - de rechtsleer het toepassingsgebied verduidelijkt in die zin dat de vestiging van de aanslag moet worden onderscheiden van de invordering, waarbij het de beslagrechter enkel toekomt te oordelen over daden van tenuitvoerlegging maar niet over het regelmatige karakter van de aanslagprocedure; - hieruit volgt dat, wanneer de aanslag in een kohier is opgenomen en de beslagprocedure regelmatig verliep, de beslagrechter het beslag op geen enkele manier kan verhinderen; - invorderingsgeschillen, die losstaan van het materiële dan wel formele belastingrecht en slechts betrekking hebben op de invordering van belastingen, dus niet vallen onder de bedoelde geschillen betreffende de toepassing van de belastingwet; - de in artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek bedoelde toepassing van de belastingwet bijgevolg niet wordt geïnterpreteerd in die zin dat de rechtbank van eerste aanleg op uitsluitende wijze bevoegd zou zijn vanaf het ogenblik dat een geschil toevallig een fiscaal probleem doet rijzen; - in de voorliggende zaak DA. S.C. – TEKNOLOGIES bv de omvang van de fiscale schuldvorderingen zoals aangebracht door de FOD Financiën betwist, evenals haar afrekening; - deze betwisting geenszins de regelmatigheid van het kohier of de vestiging van de aanslag betreft, maar wel de beoordeling van de actualiteit van de vordering van de FOD Financiën; - het bijgevolg gaat om een invorderingsgeschil dat losstaat van enige betwisting betreffende het materiële dan wel formele belastingrecht.
  7. Zodoende oordeelt de arrondissementsrechtbank naar recht dat de tegenvordering geen geschil vormt betreffende de toepassing van de belastingwet in de zin van artikel 569, 32°, Gerechtelijk Wetboek. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 20 november 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251120.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251120.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.