← België

B. contra L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 383bis

, § 2 oud - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/46 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen:

Art. 383bis

, § 2 oud - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417

/46 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen:

Art. 383bis

, § 2 oud - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 417/46 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.

P.25.0972.N P. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sanne De Clerck en mr. Koen Vaneecke, beiden advocaat bij de balie Antwerpen, tegen

  1. E. L., burgerlijke partij, verweerder, met als raadsman mr. Kurt Deferm, advocaat bij de balie Limburg,
  2. A. J., in eigen naam en in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger over de persoon en de goederen van haar minderjarige dochter K. L., en van haar minderjarige zoon K. L., burgerlijke partij, verweerster,
  3. F. J., burgerlijke partij, verweerder,
  4. L. S., burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 5 juni
  5. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen van onontvankelijkheid van de memorie
  6. De verweerder 1 voert aan dat de memorie niet ontvankelijk is omdat de raadsman die de memorie heeft ondertekend hierbij louter vermeldt dat hij houder is van het getuigschrift betreffende de opleiding in cassatieprocedures in strafzaken maar geen melding maakt van het erkenningsnummer met betrekking tot dit getuigschrift.
  7. Volgens artikel 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan de eiser in cassatie, behalve het openbaar ministerie, zijn middelen slechts aanvoeren in een memorie die ondertekend is door een advocaat die houder is van het in artikel 425, § 1, tweede lid, bedoelde getuigschrift. Die bepaling vereist niet dat die advocaat melding maakt van een erkenningsnummer dat aan dit getuigschrift zou zijn toegekend.
  8. Verder voert de verweerder 1 aan dat de memorie ter kennis werd gebracht op een verkeerd adres, namelijk het adres te …, en niet op zijn juiste adres, zijnde te ...
  9. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de memorie per aangetekende post ter kennis werd gebracht van de verweerder 1 op het adres te …; - de verweerder 1 sinds 17 februari 2025 woont te ...
  10. De memorie, die niet op het juiste adres van de verweerder 1 ter kennis werd gebracht zoals vereist door artikel 429, vierde lid, Wetboek van Strafvordering, is ten aanzien van deze verweerder niet ontvankelijk. Eerste middel
  11. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht op een eerlijk proces, het recht op tegenspraak en het recht van verdediging: de schuldigverklaring van de eiser aan verkrachting (telastlegging A) en aanranding van de eerbaarheid (telastlegging B) van een kind dat nog geen volle tien jaar oud was, houdt geen rekening met de bevindingen van de door de eiser gecontacteerde tegenexpert dr. D., zodat de schuldigverklaring van de eiser aan de telastleggingen A en B eisers recht op een eerlijk proces miskent en niet naar recht verantwoord is; de schuldigverklaring van de eiser is op een doorslaggevende wijze gebaseerd op de bevindingen van de door de appelrechters aangestelde gerechtsdeskundige dr. T. met betrekking tot de geloofwaardigheid van de verklaringen van het minderjarige slachtoffer tijdens het audiovisuele verhoor, terwijl het verslag van dr. D. zonder meer terzijde wordt geschoven en er geen rekening wordt gehouden met de argumentatie die in dit verband in eisers appelconclusie werd ontwikkeld; de tegenexpert dr. D. komt tot heel andere bevindingen dan gerechtsdeskundige dr. T.; wanneer rekening zou zijn gehouden met de bevindingen van dr. D., had dit een ander oordeel over eisers schuld opgeleverd.
  12. Er bestaat in strafzaken geen algemeen rechtsbeginsel van het recht op tegenspraak, te onderscheiden van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging. In zoverre het middel miskenning van een algemeen rechtsbeginsel van het recht op tegenspraak aanvoert, faalt het naar recht.
  13. Wanneer de wet geen bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, beoordeelt de rechter in strafzaken onaantastbaar de hem regelmatig voorgelegde feitelijke gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren, waaronder de bevindingen van het verslag van een door een beklaagde gecontacteerde deskundige. Uit de enkele omstandigheid dat de rechter zich baseert of mede baseert op het verslag van een door hem aangestelde gerechtsdeskundige en niet op het verslag van de tegen¬expertise die op verzoek van de beklaagde werd opgesteld, kan geen miskenning van het recht op een eerlijk proces of van het recht van verdediging van die laatste worden afgeleid. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  14. Het arrest (p. 18, derde en vierde alinea) oordeelt dat gerechtsdeskundige dr. T., wiens “tegensprekelijke bevindingen” door het arrest worden bijgetreden: - kennis heeft genomen van het eenzijdig waarheidsonderzoek dat op verzoek van de eiser door dr. D. werd uitgevoerd en aan het strafdossier werd gevoegd; - over het verslag van dr. D. opmerkte dat diens analyse niet conform de CBCA-richtlijnen werd uitgevoerd en de SVA-validiteitscheck niet werd uitgevoerd. Met die redenen verwerpt en beantwoordt het arrest het in eisers appelconclusie op het verslag van dr. D. gebaseerde verweer. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  15. Voor het overige komt het middel op tegen het onaantastbare oordeel van de appelrechters over de feiten of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Tweede middel
  16. Het middel voert schending aan van de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat het minderjarige slachtoffer tijdens het audiovisuele verhoor zou hebben verklaard dat de eiser “haar vaginaal met de vinger penetreerde boven op haar broekje “in het gaatje van haar poep van voor”; “in het gaatje dat ze gebruikt om te “pissen””, miskent het arrest de bewijskracht van het audiovisuele verhoor van 31 juli 2020, zoals weergegeven in het navolgend proces-verbaal nr. 015465/20; in dat verhoor verklaarde de minderjarige immers “dat gaatje van de poep. Vanvoor, daar waarmee je plast”; deze specifieke verwoording is cruciaal voor de beoordeling van het waarheidsgetrouwe karakter van het taalgebruik van een negenjarige.
  17. De rechter miskent de bewijskracht van een geschrift wanneer hij van dat geschrift, waarnaar hij uitdrukkelijk verwijst, een uitlegging geeft die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan, hetzij omdat hij aan dat geschrift een vermelding toeschrijft die niet erin voorkomt, hetzij omdat hij ontkent dat dit geschrift een vermelding bevat die wel erin voorkomt.
  18. Met de in het middel weergegeven reden geeft het arrest van de in het navolgend proces-verbaal nr. 015465/20 opgenomen verklaring van het minderjarige slachtoffer een uitlegging die niet onverenigbaar is met de bewoordingen ervan. Het middel mist feitelijke grondslag. Derde middel Eerste onderdeel
  19. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 149 Grondwet: met het oordeel dat de eiser de zoekterm “teen seks” heeft gebruikt en dus welbewust op zoek ging naar de bewuste beelden, is de schuldigverklaring van de eiser aan het misdrijf van het bezit van kinderpornografisch materiaal (telastlegging C) niet regelmatig met redenen omkleed; die zoekterm verwijst niet noodzakelijk naar minderjarigen, zodat het onderscheid tussen opzettelijk handelen en onachtzaamheid wordt miskend; uit die zoekterm kan dan ook niet worden afgeleid dat de eiser, die de bewuste beelden per ongeluk heeft gedownload, het opzet had om opzettelijk pornografisch materiaal van minderjarigen op te zoeken; het arrest bevat dan ook niet de voornaamste redenen om de beslissing te begrijpen en is bovendien tegenstrijdig gemotiveerd, omdat enerzijds wordt geoordeeld dat de eiser de voormelde zoekterm heeft gebruikt, wat niet wijst op een opzet om pornografisch materiaal van minderjarigen op te zoeken, en anderzijds wordt geoordeeld dat het gebruik van die zoekterm aantoont dat hij wel bewust daarnaar op zoek ging.
  20. Om strafbaar te zijn aan het bezit van kinderpornografisch materiaal zoals bedoeld in artikel 383bis, § 2, oud, Strafwetboek, thans het bezit van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen zoals bedoeld in artikel 417/46 Strafwetboek, moet vaststaan dat de beklaagde die beelden wetens in zijn bezit heeft gehad. Het wetens bezitten van dergelijke beelden is als zodanig strafbaar en moet worden onderscheiden van het verwerven ervan.
  21. De rechter oordeelt onaantastbaar of de beklaagde wist dat hij kinderpornografisch materiaal, thans beelden van seksueel misbruik van minderjarigen, in zijn bezit had. Hiervoor kan de rechter zich baseren op de omstandigheid dat de beklaagde doelbewust hiernaar op zoek was, wat de rechter mede kan afleiden uit de omstandigheid dat de beklaagde op zijn computer gebruik heeft gemaakt van bepaalde zoektermen.
  22. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  23. Het arrest (p. 21) oordeelt dat “werd vastgesteld dat (de eiser) de zoekterm “teen seks” heeft gebruikt (…), hetgeen erop duidt dat (de eiser) welbewust op zoek ging naar afbeeldingen van minderjarigen op wie seksuele handelingen werden gesteld of die seksuele handelingen dienden te ondergaan” en dat “ook het aantal teruggevonden beelden

(36)(…) het volstrekt ongeloofwaardig (maakt) dat het louter om een “bijvangst” zou gaan van het bezoek aan websites met reguliere, wettelijke toegestane pornografie”. Uit die redenen, die niet tegenstrijdig zijn en de eiser toelaten de beslissing te begrijpen, kan het arrest wettig afleiden dat de eiser doelbewust op zoek was naar de bewuste beelden en schuldig is aan het bezit van kinderpornografisch materiaal. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
  1. Voor het overige komt het onderdeel op tegen het onaantastbare oordeel van de appelrechters over de feiten of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 100ter, 383bis, § 2, § 4 en § 5, oud, Strafwetboek en de artikelen 417/46 en 417/59, § 1 en § 3, Strafwetboek: door het algemeen opzet niet correct te motiveren, is de schuldigverklaring van de eiser aan het bezit van kinderpornografisch materiaal niet naar recht verantwoord; die feiten zijn slechts strafbaar wanneer ze wetens gebeuren.
  3. Het onderdeel is volledig afgeleid uit de in het eerste onderdeel vergeefs aangevoerde wettigheidskritiek en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 166,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 25 november 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251125.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.