← België

D. contra ETHIAS nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251127.1N.3 Rolnummer: C.24.0252.N Zaak: D. contra ETHIAS nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-12-11 Raadplegingen: 492 - laatst gezien 2026-06-18 14:18 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Een zaak is gebrekkig in de zin van artikel 1384, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek, wanneer zij een abnormaal kenmerk vertoont dat in bepaalde omstandigheden schade kan veroorzaken

(1); een kenmerk van de zaak dat schade kan veroorzaken, impliceert niet noodzakelijk dat de zaak gebrekkig is.
(1)Cass. 24 oktober 2022, AR C.20.0580.F, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221024.3F.3, met concl. van advocaat-generaal H. MORMONT, ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221024.3F.3; Cass. 25 maart 2021, AR C.20.0362.F, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210325.1F.2; Cass. 8 maart 2018, AR C.17.0248.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180308.2, AC 2018, nr. 162; Cass. 7 oktober 2016, AR C.15.0314.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161007.4-C.16.0060.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161007.4, AC 2016, nr. 554; Cass. 4 januari 2016, AR C.15.0191.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160104.1, AC 2016, nr. 1; Cass. 13 maart 2015, AR C.14.0284.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150313.6, AC 2015, nr. 193; Cass. 31 oktober 2013, AR C.12.0628.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131031.2, AC 2013, nr. 570; Cass. 11 maart 2010, AR C.09.0186.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100311.6, AC 2010, nr. 171; Cass. 2 januari 2009, AR C.08.0074.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090102.2-C.08.0217.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090102.2, AC 2009, nr.
  1. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Zaken Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1384, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0252.N M. D. C., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen ETHIAS nv, met zetel te 4000 Luik, Voie Gisèle Malini 10, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.484.654, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 21 september
  2. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. De appelrechter stelt vast dat het wegdek een lichte oneffenheid vertoonde en dit geen abnormaal kenmerk uitmaakt waardoor het wegdek, op het ogenblik van de braderie, niet geschikt was voor een normaal en veilig gebruik door voetgangers.
  4. Anders dan het middel aanvoert, betrekt de appelrechter aldus de mogelijkheid dat een kenmerk van het wegdek schade berokkent, in zijn beoordeling van het gebrek van het wegdek. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  5. Een zaak is gebrekkig in de zin van artikel 1384, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek, wanneer zij een abnormaal kenmerk vertoont dat in bepaalde omstandigheden schade kan veroorzaken. Een kenmerk van de zaak dat schade kan veroorzaken, impliceert niet noodzakelijk dat de zaak gebrekkig is. In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 429,61 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, Bart Wylleman, sectievoorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 27 november 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251127.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090102.2 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100311.6 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131031.2 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150313.6 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160104.1 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161007.4 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180308.2 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210325.1F.2 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221024.3F.3 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221024.3F.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.