← België

L. contra C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251201.3N.1 Rolnummer: C.24.0421.N Zaak: L. contra C. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-12-22 Raadplegingen: 375 - laatst gezien 2026-06-18 18:24 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Uit de regel dat een samengestelde bekentenis niet mag worden gesplitst volgt dat het voor de rechter in beginsel niet mogelijk is om rekening te houden met een van de onderdelen van die bekentenis en om het tweede onderdeel, dat de gevolgen van het eerste teniet doet of beperkt, buiten beschouwing te laten; deze regel geldt echter niet indien de onjuistheid van dit tweede onderdeel van de bekentenis wordt bewezen. In dat geval mag de rechter enkel het eerste onderdeel in aanmerking nemen, onafhankelijk van het tweede onderdeel

(1).
(1)Zie betreffende de toepassing van artikel 1356, derde lid Oud Burgerlijk Cass. 3 september 1992, AR 9393, AC 1991-92,
  1. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bekentenis Wettelijke bepalingen: Burgerlijk Wetboek - Boek 8: Bewijs - 13-04-2019 - Art. 8.1, 10° en 11° - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Burgerlijk Wetboek - Boek 8: Bewijs - 13-04-2019 - Art. 8.32, derde lid - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0421.N
  2. J.L.,
  3. L. cv, eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  4. A.C.,
  5. S.B., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 4 juli
  6. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 11 september 2025 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  7. De appelrechter stelt vast dat “[de eerste eiser] in conclusie stelt dat hij en zijn echtgenote [M.D.] de pacht en de exploitatie van de percelen voordien hadden overgelaten aan hun zoon [S.L.]” en oordeelt dat de percelen op het ogenblik van de opzegging op 14 maart 2022 dus niet langer door de echtgenote M.D. werden geëxploiteerd, maar wel door de zoon S.L., aan wie de eerste eiser en zijn echtgenote de exploitatie van de percelen hadden overgedragen.
  8. Anders dan waarvan het middel uitgaat, oordeelt de appelrechter niet zelf dat de eerste eiser en zijn echtgenote ook de pachtrechten aan hun zoon S.L. hadden overgedragen, maar verwijst hij slechts naar een verklaring van de eerste eiser in die zin in zijn beroepsconclusie. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 149 Grondwet en 1138, 4°, Gerechtelijk Wetboek, berust het op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het mitsdien feitelijke grondslag.
  9. Krachtens artikel 8.1, 10°, Burgerlijk Wetboek wordt onder een bekentenis verstaan een erkenning door een persoon of door haar bijzonder gevolmachtigde vertegenwoordiger van een feit dat rechtsgevolgen tegen hem kan hebben. Krachtens artikel 8.1, 11°, Burgerlijk Wetboek wordt onder een samengestelde bekentenis verstaan een bekentenis die gepaard gaat met verduidelijkingen of voorbehouden die van aard zijn om de rechtsgevolgen ervan teniet te doen of te beperken. Krachtens artikel 8.32, derde lid, Burgerlijk Wetboek is de samengestelde bekentenis onsplitsbaar, tenzij een van de onderdelen ervan vals, onwaarschijnlijk of in tegenspraak is met het andere onderdeel. In dat geval mag elk onderdeel worden ingeroepen, onafhankelijk van het andere.
  10. Uit de regel dat een samengestelde bekentenis niet mag worden gesplitst volgt dat het voor de rechter in beginsel niet mogelijk is om rekening te houden met een van de onderdelen van die bekentenis en om het tweede onderdeel, dat de gevolgen van het eerste teniet doet of beperkt, buiten beschouwing te laten. Deze regel geldt echter niet indien de onjuistheid van dit tweede onderdeel van de bekentenis wordt bewezen. In dat geval mag de rechter enkel het eerste onderdeel in aanmerking nemen, onafhankelijk van het tweede onderdeel.
  11. Uit de vaststellingen van de appelrechter blijkt dat de eerste eiser in zijn appelconclusie erkent dat hij en zijn echtgenote de exploitatie van de percelen voordien hadden overgelaten aan hun zoon S.L., zodat zijn echtgenote die percelen op het ogenblik van de opzegging niet langer exploiteerde, maar hieraan toevoegt dat hij en zijn echtgenote ook alle pachtrechten hadden overgedragen aan hun zoon.
  12. De appelrechter oordeelt, met overname van redenen van de eerste rechter, dat is bewezen dat de echtgenote van de eerste eiser nog steeds pachtrechten bezit over alle percelen waarvoor de pachtopzegging op 14 maart 2022 werd betekend. De eerste rechter oordeelde in het beroepen vonnis dat de door de verweerders ondertekende brief van 11 februari 2022, waarin zij de minnelijke beëindiging van de pacht van een perceel hadden voorgesteld en die ook was gericht aan de echtgenote van de eiser als pachter, bewijst dat ook de echtgenote van de eiser pachtrechten bezit inzake de betrokken percelen en zij die pachtrechten, krachtens artikel 34bis Pachtwet, na terugtrekking door de eerste eiser, alleen heeft voortgezet. Op die grond oordeelt de appelrechter dat enkel de eiser zijn pachtrechten kan hebben willen overdragen aan de zoon, wat een ongeldige pachtoverdracht is, zodat de opzegging niet aan de zoon moest worden betekend. Hij oordeelt aldus, op een andere grond dan de bekentenis, dat het tweede onderdeel van de bekentenis, namelijk dat de eerste eiser en zijn echtgenote hun pachtrechten hebben overgedragen aan hun zoon, onjuist is.
  13. Door enkel rekening te houden met het eerste onderdeel van de bekentenis, namelijk dat de echtgenote van de eerste eiser de percelen niet meer exploiteerde doordat die exploitatie aan de zoon werd overgelaten, en op die grond te oordelen dat de verweerders de opzegging niet moesten betekenen aan de echtgenote, miskent de appelrechter niet de regel van de onsplitsbaarheid van de samengestelde bekentenis en verantwoordt hij zijn beslissing naar recht. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 8.1, 10°, en 8.32, derde lid, Burgerlijk Wetboek, kan het niet worden aangenomen.
  14. De appelrechter oordeelt dat “aangezien bewezen is dat [M.D.] pachtrechten bezit over alle percelen waarvoor de pachtopzegging van 14 maart 2022 werd betekend, enkel [de eerste eiser] zijn pachtrechten kan hebben willen overdragen aan [S.L.], wat een ongeldige pachtoverdracht is.” Anders dan waarvan het middel uitgaat, oordeelt de appelrechter niet dat de eerste eiser en zijn echtgenote de pachtrechten hebben overgedragen aan hun zoon. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 12, 3° en 6°, 31 en 34 Pachtwet, berust het op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 715,49 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Bruno Lietaert, Michael Traest en Eva Van Hoorde en in openbare rechtszitting van 1 december 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251201.3N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.