← België

P. contra BELFIUS BANK nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251201.3N.2 Rolnummer: C.24.0339.N Zaak: P. contra BELFIUS BANK nv Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-12-22 Raadplegingen: 678 - laatst gezien 2026-06-18 11:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251201.3N.2 Fiche 1 De kennisgeving van een vonnis bij gerechtsbrief doet de beroepstermijn slechts ingaan in de gevallen waarin de wet die wijze van mededeling van de beslissing vaststelt en mits zij de termijn voor het instellen van de rechtsmiddelen doet ingaan

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn. Onsplitsbaar geschil Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1051, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiche 2 Aangezien artikel XX.173, § 2, vierde lid, WER niet voorziet in een kennisgeving bij gerechtsbrief aan de gefailleerde van het vonnis dat de kwijtschelding geheel of gedeeltelijk weigert, begint de termijn voor de gefailleerde om hoger beroep in te stellen tegen dergelijk vonnis pas te lopen vanaf de betekening ervan; de omstandigheid dat het vonnis, zonder wettelijke grondslag, bij gerechtsbrief werd ter kennis gebracht van de gefailleerde, doet hieraan geen afbreuk
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn. Onsplitsbaar geschil Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1051, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XX.173, § 2, vierde lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0339.N R.P., eiser, aan wie rechtsbijstand is verleend bij beschikking van 21 augustus 2024 (nr. G.24.0091.N), vertegenwoordigd door mr. Willy Van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
  1. BELFIUS BANK nv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Karel Rogierplein 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.201.185, eerste verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eerste verweerster woonplaats kiest,
  2. Liesbet JACOBS, advocaat met kantoor te 2630 Aartselaar, Populierenlaan 43, in haar hoedanigheid van curator over het faillissement van R.P., wonende te 2820 Bonheiden, Molenlei 38,
  3. KBC BANK nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2, ingeschreven in de KBO onder het nummer 0462.920.226, tweede en derde verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 22 februari
  4. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 17 september 2025 verwezen naar de derde kamer. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 19 september 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  5. Krachtens artikel 1051, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is, onder voorbehoud van termijnen waarin wordt voorzien in supranationale en internationale bepalingen, de termijn om hoger beroep aan te tekenen één maand, te rekenen van de betekening van het vonnis of de kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 792, tweede en derde lid. De kennisgeving van een vonnis bij gerechtsbrief doet de beroepstermijn slechts ingaan in de gevallen waarin de wet die wijze van mededeling van de beslissing vaststelt en mits zij de termijn voor het instellen van de rechtsmiddelen doet ingaan.
  6. In verband met de kennisgeving van het vonnis waarbij de ondernemingsrechtbank zich uitspreekt over het verzoek van de gefailleerde tot kwijtschelding, bepaalt artikel XX.173, § 2, vierde lid, WER slechts het volgende: “Het vonnis dat de kwijtschelding van de schuldenaar beveelt wordt door de griffier ter kennis gebracht van de curator en in het register neergelegd. Het wordt door de curator bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.”
  7. Aangezien deze bepaling niet voorziet in een kennisgeving bij gerechtsbrief aan de gefailleerde van het vonnis dat de kwijtschelding geheel of gedeeltelijk weigert, begint de termijn voor de gefailleerde om hoger beroep in te stellen tegen dergelijk vonnis pas te lopen vanaf de betekening ervan. De omstandigheid dat het vonnis, zonder wettelijke grondslag, bij gerechtsbrief werd ter kennis gebracht van de gefailleerde, doet hieraan geen afbreuk.
  8. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de kennisgeving bij gerechtsbrief de termijn voor het instellen van hoger beroep doet lopen telkens de wetgever door die kennisgeving in te voeren, duidelijk heeft gekozen voor een spoedige en goedkope procedure, hetgeen het geval was voor de kennisgeving bepaald in het vroegere artikel 80, tweede lid, Faillissementswet, inzake de verschoonbaarheid; - de kennisgeving eveneens de termijn doet ingaan wanneer uit de finaliteit van de wet blijkt dat de kennisgeving van het vonnis tot doel heeft de termijn te doen ingaan, ook al wordt dit niet uitdrukkelijk vermeld in de wet; - het gegeven dat in artikel XX.173 WER of elders in boek XX WER in de kennisgeving aan de gefailleerde van de beslissing tot weigering van de kwijtschelding niet is voorzien, aan het voorgaande geen afbreuk doet; - de kennisgeving van het bestreden vonnis aan de eiser plaatsvond bij gerechtsbrief van 17 mei 2022, waarbij op 19 mei 2022 voor ontvangst werd getekend; - deze kennisgeving uitdrukkelijk de beroepsmogelijkheid vermeldde en de termijn waarbinnen dit diende te gebeuren, evenals de benaming en adres van het rechtscollege dat bevoegd is daarvan kennis te nemen, en aldus de beroepstermijn deed lopen; - het hoger beroep dat werd ingesteld op 5 september 2022, zijnde buiten de termijn van een maand na de regelmatige kennisgeving, laattijdig is.
  9. De appelrechters die oordelen dat de kennisgeving bij gerechtsbrief aan de gefailleerde van de beslissing tot weigering van de kwijtschelding de termijn om tegen deze beslissing hoger beroep in te stellen heeft doen lopen en dat het hoger beroep dat op 5 september 2022 werd ingesteld bijgevolg laattijdig is, terwijl de wet niet voorziet in de kennisgeving bij gerechtsbrief van dit vonnis, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Bruno Lietaert, Michael Traest en Eva Van Hoorde en in openbare rechtszitting van 1 december 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251201.3N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251201.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.