id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 1
CAO
Art. 2
CAO
Art. 3Tekst van de beslissing Nr.
C.24.0299.N BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen, Posthofbrug 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.048.883, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen ALLIANZ BENELUX nv, met zetel te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 32, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.258.197, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 15 januari
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 15 oktober 2025 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel in zijn geheel
- Krachtens artikel 29bis, § 1, eerste lid, WAM, zoals van toepassing voor de wijziging bij wet van 17 maart 2024, wordt bij een verkeersongeval waarbij een of meer motorrijtuigen betrokken zijn, op de plaatsen bedoeld in artikel 2, § 1, met uitzondering van de stoffelijke schade en de schade geleden door de bestuurder van elk van de betrokken motorrijtuigen, alle schade geleden door de slachtoffers en hun rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden, met inbegrip van de kledijschade, hoofdelijk vergoed door de verzekeraars die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder of de houder van de motorrijtuigen overeenkomstig deze wet dekken. Krachtens artikel 2, § 1, eerste lid, WAM, zoals van toepassing voor de wijziging bij wet van 17 maart 2024, worden motorrijtuigen alleen toegelaten tot het verkeer op de openbare weg en op terreinen die toegankelijk zijn voor het publiek of slechts voor een zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen, indien de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe zij aanleiding kunnen geven, gedekt is door een verzekeringsovereenkomst die aan de bepalingen van deze wet voldoet en waarvan de werking niet is geschorst.
- Met het begrip “terreinen die toegankelijk zijn voor een zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen” worden de plaatsen bedoeld die, hoewel ze privaat zijn, blijvend toegankelijk zijn voor een welbepaalde categorie van personen, zoals aangestelden, klanten, leveranciers, bezoekers of passanten. Private terreinen die slechts toegankelijk zijn voor personen die hiertoe specifiek en afzonderlijk zijn uitgenodigd of gemachtigd, vallen niet onder dit begrip.
- Bij collectieve arbeidsovereenkomst van 28 september 2016, gesloten in het paritair comité voor het havenbedrijf, betreffende de invoering van een veiligheidscertificaat voor de werknemers zoals bepaald in artikel 1, § 3, van het koninklijk besluit van 5 juli 2004 betreffende de erkenning van havenarbeiders in de havengebieden die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 30 augustus 2017, wordt de Alfapass-kaart ingevoerd. Deze collectieve arbeidsovereenkomst bepaalt dat “werknemers die logistieke activiteiten verrichten in de Belgische havengebieden voortaan niet meer hoeven te voldoen aan specifieke erkenningsvoorwaarden. Echter, om de veiligheid binnen de havengebieden te kunnen waarborgen en om zicht te hebben op de werknemers die er dagelijks actief zijn, zal voor elke betrokken werknemer een veiligheidscertificaat worden uitgegeven (…) in de vorm van een Alfapass-kaart” en dat “de Alfapass-kaart vaak (wordt) geïntegreerd in toegangscontrolesystemen van bedrijven en bij diefstal of misbruik onmiddellijk kan worden geblokkeerd.” Krachtens artikel 1 is deze collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder de bevoegdheid van het paritair comité voor het havenbedrijf en op werknemers zoals bepaald in artikel 1, § 3, koninklijk besluit van 5 juli 2004 betreffende de erkenning van havenarbeiders in de havengebieden die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid, hierna “logistieke werknemers” genoemd, die zij tewerkstellen. Krachtens artikel 2 is de werkgever verplicht voor zijn logistieke werknemers een Alfapass-kaart aan te vragen en te bestellen volgens de daartoe bepaalde procedure en kan de logistieke werknemer na het ontvangen van de Alfapass-kaart starten met de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Krachtens artikel 3 vervalt het veiligheidscertificaat bij het einde van de arbeidsovereenkomst.
- Uit deze bepalingen volgt dat de terreinen van het havengebied vrij en blijvend toegankelijk zijn voor een welbepaalde categorie van personen die houder is van een Alfapass-kaart, zijnde de logistieke werknemers, zonder dat die personen hiertoe specifiek zijn uitgenodigd of gemachtigd, zodat die terreinen plaatsen vormen in de zin van artikel 2, § 1, eerste lid, WAM, zoals van toepassing.
- De appelrechter oordeelt dat: - de eerste rechter terecht in aanmerking heeft genomen dat kaai 480 waar het ongeval zich voordeed, vrij en voortdurend toegankelijk is voor havenarbeiders die beschikken over een badge “Alfapass”, benevens de anderen die specifiek toestemming bekomen van de security; - doorslaggevend voor het vallen onder het toepassingsgebied van artikel 2, § 1, eerste lid, WAM, het feit is dat de kwestieuze badge wordt verstrekt aan een categorie van personen, niet-eigenaars, die daarmee vrij en voortdurend toegang hebben tot die terreinen, zelfs indien dit enkel binnen bepaalde diensturen is, zonder dat zij hiertoe nog eens specifiek zijn uitgenodigd of gemachtigd; - het feit dat de machtiging van een persoon kan worden ingetrokken waardoor hij vanaf dan niet meer behoort tot de categorie van gerechtigden, daaraan niets afdoet; - de vergelijking met een private garage niet opgaat aangezien men daar alleen binnen kan als eigenaar of mits afzonderlijke toestemming van de eigenaar.
- Door op die grond te beslissen dat het betreffende terrein van het havengebied een plaats uitmaakt in de zin van artikel 2, § 1, eerste lid, WAM, zodat artikel 29bis WAM van toepassing is op het ongeval, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel, in beide subonderdelen, niet worden aangenomen.
- In zoverre de subonderdelen schending aanvoeren van de artikelen 48bis, § 1, en 48ter Arbeidsongevallenwet, zijn ze afgeleid en derhalve niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het is niet tegenstrijdig enerzijds te oordelen dat havenarbeiders over een Alfapass-kaart moeten beschikken om toegang te krijgen tot welbepaalde kaaien of andere terreinen van het havengebied en, anderzijds, dat, eens de havenarbeiders over zulke Alfapass-kaart beschikken, zij vrij en voortdurend toegang hebben tot die terreinen zonder dat zij hiertoe nog eens specifiek moeten worden uitgenodigd of gemachtigd. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 603,56 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Bruno Lietaert, Michael Traest en Eva Van Hoorde en in openbare rechtszitting van 1 december 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251201.3N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051012.19 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100923.4 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131210.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230508.3N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div