id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 187
, § 6, 2° - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 187
, § 6, 2° - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 187
, § 6, 2° - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 187
, § 6, 2° - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 187
, § 6, 2° - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0988.N A. S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bart Verbelen, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen UNIVERSAL TRADERS ANTWERP bv, met zetel te 2018 Antwerpen, Hoveniersstraat 53 bus 14, ON 0500.905.624, burgerlijke partij, verweerster, mede inzake MYTH CREATIONS limited, met zetel te Tsim Sha Tsui, Kowloon (Hong Kong), Room 1204, Lee Wai Comm. Bldg, 1-3 Hart Avenue, tussenkomende partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 9 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Isabelle De Tandt heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep en de memorie
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser zijn cassatieberoep heeft laten betekenen aan de verweerster en zijn memorie ter kennis heeft gebracht aan de verweerster, zoals nochtans vereist door de artikelen 427, eerste lid, en 429, vierde lid, Wetboek van Strafvordering. In zoverre gericht tegen de beslissing op de burgerlijke vordering van de verweerster, zijn het cassatieberoep en de memorie niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 187, § 6, 2°, Wetboek van Strafvordering: het arrest verklaart eisers verzet ongedaan zonder dat werd aangetoond dat hij afstand heeft gedaan van zijn recht om te verschijnen en zich te verdedigen of dat hij de bedoeling had zich aan de rechtspleging te onttrekken; het arrest kon niet ermee volstaan vast te stellen dat de eiser niet aanwezig was en niet werd vertegenwoordigd op de rechtszitting om het verzet ongedaan te verklaren; uit de procedurestukken blijkt duidelijk dat de eiser herhaaldelijk te kennen heeft gegeven dat hij aanwezig of vertegenwoordigd wilde zijn op de rechtszitting waarop de zaak ten gronde wordt behandeld, zo nodig door om uitstel te verzoeken om een nieuwe raadsman te kunnen raadplegen (eerste onderdeel); het arrest kon het verzet maar ongedaan verklaren bij toepassing van artikel 187, § 6, 2°, Wetboek van Strafvordering indien er geen sprake is van overmacht en wanneer het verstek aan de beklaagde kan worden toegerekend; de eiser heeft om uitstel verzocht dat onrechtmatig werd afgewezen, zodat het verstek niet aan de eiser te wijten is (tweede onderdeel).
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser voor de appelrechters heeft aangevoerd dat overmacht hem heeft belet om te verschijnen. Hij kan dat niet voor de eerste maal voor het Hof doen. In zoverre is het middel nieuw en bijgevolg niet ontvankelijk.
- Artikel 187, § 6, 2°, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat indien de eiser op verzet nogmaals verstek laat gaan bij zijn verzet in alle gevallen en ongeacht de redenen voor de opeenvolgende verstekken en zelfs indien het verzet reeds ontvankelijk werd verklaard, het verzet als ongedaan wordt beschouwd. Hieruit volgt dat indien de verzetdoende partij opnieuw verstek laat gaan, de rechter het verzet ongedaan moet verklaren, zonder dat hij moet onderzoeken of hij afstand heeft gedaan van zijn recht om te verschijnen en zich te verdedigen of dat hij de bedoeling had zich aan de rechtspleging te onttrekken.
- Artikel 6 EVRM belet niet dat de rechter, behoudens het geval van overmacht, op grond van artikel 187, § 6, 2°, Wetboek van Strafvordering een verzet ongedaan verklaart indien blijkt dat de verzetdoende partij kennis had van de rechtszitting waarop het verzet zou worden behandeld, hij op die rechtszitting vertegenwoordigd wordt door zijn raadsman, die om een uitstel van de behandeling van de zaak verzoekt en die niet aanwezig wil blijven voor de enkele behandeling van de ontvankelijkheid van het verzet. De onmogelijkheid om verweer te voeren is dan geheel toe te schrijven aan de verzetdoende partij.
- In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest stelt vast dat de raadsman van de eiser heeft aangegeven ook geen mandaat te hebben om hem te vertegenwoordigen voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzet, waarna de zaak zou worden uitgesteld om de eiser in de mogelijkheid te stellen een andere raadsman te contacteren voor de behandeling van zijn zaak ten gronde. Aldus staat het wel degelijk vast dat eisers recht van verdediging werd geëerbiedigd, maar dat hij ervoor heeft gekozen verstek te laten en geen verweer te voeren. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 13 EVRM, artikel 47 Handvest Grondrechten Europese Unie en artikel 13 Grondwet: het arrest ontneemt de eiser een daadwerkelijk rechtsmiddel; in geval van een miskenning van de beschermde rechten moet in een daadwerkelijk rechtsherstel worden voorzien; het arrest heeft bijgevolg ten onrechte eisers verzoek om een uitstel van de behandeling van zijn zaak afgewezen.
- Artikel 13 Grondwet is vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het middel naar recht.
- In zoverre het middel aanvoert dat de eiser geen rechtsherstel wordt verleend, is het afgeleid uit de vergeefs met het eerste middel aangevoerde miskenning van zijn rechten en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 87,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 2 december 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, aanwezigheid van advocaat-generaal Isabelle De Tandt, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251202.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180313.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div