← België

E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251202.2N.20 Rolnummer: P.25.1530.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-12-08 Raadplegingen: 470 - laatst gezien 2026-06-15 07:24 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Artikel 98/15, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegekend door de strafuitvoeringsrechter op ambtshalve advies van de directeur; uit artikel 98/15, tweede lid, Wet Strafuitvoering en artikel 98/10, tweede lid, Wet Strafuitvoering volgt dat de directeur in beginsel dit ambtshalve advies moet uitbrengen ten laatste twee maanden voordat de veroordeelde een derde van zijn straffen heeft ondergaan, alsook dat niets zich ertegen verzet dat de directeur dit ambtshalve advies ook enige tijd vóór die datum uitbrengt; de omstandigheid dat er ingeval van afwijzing van de strafuitvoeringsmodaliteit overeenkomstig artikel 98/25 Wet Strafuitvoering een wachttijd moet worden in acht genomen voor een nieuwe adviesaanvraag doet daaraan geen afbreuk. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/10 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/15 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/25 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1530.N A. E.-J., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Thibaud Delva, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 4 november

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Isabelle De Tandt heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel van het verbod voor de rechter om ultra petita te beslissen: het vonnis oordeelt dat aan de eiser niet de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden toegekend, terwijl de eiser die strafuitvoeringsmodaliteit niet heeft gevraagd; de directie heeft geen ambtshalve positief advies uitgebracht tot voorwaardelijke invrijheidstelling overeenkomstig artikel 98/15 Wet Strafuitvoering; de directeur diende pas uiterlijk op 25 november 2025 bij toepassing van deze bepaling een advies uit te brengen betreffende de strafuitvoeringsmodaliteit; daardoor kan de directeur pas vanaf 3 januari 2026 een nieuw advies uitbrengen.
  3. Er bestaat in strafzaken geen algemeen rechtsbeginsel van het verbod om ultra petita te oordelen. In zoverre faalt het middel naar recht.
  4. Artikel 98/15, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegekend door de strafuitvoeringsrechter op ambtshalve advies van de directeur.
  5. Artikel 98/15, tweede lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de directeur een advies uitbrengt ten laatste twee maanden voordat de veroordeelde zich in de bij artikel 98/10, tweede lid, Wet Strafuitvoering bepaalde tijdsvoorwaarde bevindt of indien deze termijn niet kan worden gerespecteerd, onmiddellijk.
  6. Artikel 98/10, tweede lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegekend aan de veroordeelde die een derde van zijn straffen heeft ondergaan en die voldoet aan de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering bepaalde voorwaarde.
  7. Uit deze bepalingen volgt dat de directeur in beginsel het door artikel 98/15, eerste lid, Wet Strafuitvoering bedoelde ambtshalve advies moet uitbrengen ten laatste twee maanden voordat de veroordeelde een derde van zijn straffen heeft ondergaan, alsook dat niets zich ertegen verzet dat de directeur dit ambtshalve advies ook enige tijd vóór die datum uitbrengt. De omstandigheid dat er ingeval van afwijzing van de strafuitvoeringsmodaliteit overeenkomstig artikel 98/25 Wet Strafuitvoering een wachttijd moet worden in acht genomen voor een nieuwe adviesaanvraag doet daaraan geen afbreuk. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 2 december 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, aanwezigheid van advocaat-generaal Isabelle De Tandt, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251202.2N.20 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.