id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251202.2N.39 Rolnummer: P.25.1515.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2025-12-08 Raadplegingen: 505 - laatst gezien 2026-06-18 12:47 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit artikel 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat de memorie in cassatie slechts ontvankelijk is als ze is ondertekend door een advocaat die houder is van een getuigschrift van een opleiding in cassatieprocedures als bedoeld in boek II, titel III Wetboek van Strafvordering; die bepaling geldt ook voor de door artikel 97, § 1, tweede lid, Wet Strafuitvoering bedoelde memorie
(1).
(1)Zie Cass. 8 juli 2015, AR P.15.0850.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150708.3, AC 2015, nr.
- Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 429, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 97, § 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 429, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 97, § 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1515.N B. A., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Sophia Robillard, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Nederlandstalige strafuitvoeringsrechter Brussel van 7 november
- De eiser voert in een memorie grieven aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Isabelle De Tandt heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie
- Uit artikel 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat de memorie in cassatie slechts ontvankelijk is als ze is ondertekend door een advocaat die houder is van een getuigschrift van een opleiding in cassatieprocedures als bedoeld in boek II, titel III Wetboek van Strafvordering. Die bepaling geldt ook voor de door artikel 97, § 1, tweede lid, Wet Strafuitvoering bedoelde memorie. De door de eiser zelf ondertekende memorie is dan ook niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 2 december 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, aanwezigheid van advocaat-generaal Isabelle De Tandt, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251202.2N.39 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150708.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div