← België

Q.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251202.2N.8 Rolnummer: P.25.0917.N Zaak: Q. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-12-08 Raadplegingen: 548 - laatst gezien 2026-06-16 01:05 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Geen enkele bepaling verzet zich ertegen dat de rechter die voor de bijkomende straf van het verval van het recht een motorvoertuig te besturen geheel uitstel van tenuitvoerlegging verleent, het herstel van dit recht afhankelijk maakt van de in artikel 38, § 3, 3° en 4°, Wegverkeerswet bedoelde onderzoeken; deze beveiligingsmaatregel zal slechts uitwerking hebben bij een herroeping van het verleende uitstel van tenuitvoerlegging en heeft, indien dit uitstel niet wordt herroepen, geen praktische gevolgen

(1).
(1)Zie P. ARNOU en M. DE BUSSCHER, Misdrijven en sancties in de Wegverkeerswet, Reeks Recht en Praktijk nr. 29, Antwerpen, Kluwer Rechtswetenschappen België, 1999, p. 241, nr.
  1. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 3, 3° en 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Ontzetting Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 3, 3° en 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 3, 3° en 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - GEWOON UITSTEL Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 3, 3° en 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0917.N F. Q., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bruno Soenen, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Vaderlandstraat 32, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, van 16 mei 2025, gewezen op verwijzing bij arrest van het Hof van 5 november
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Isabelle De Tandt heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 435 Wetboek van Strafvordering, artikel 608 Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 38, § 1, 3°, en 41 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis verleent uitstel van tenuitvoerlegging voor het geheel van de tegen de eiser uitgesproken vervallenverklaring van het recht een motorvoertuig te besturen, terwijl het minstens acht dagen effectief had moeten opleggen, het bestreden vonnis maakt het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen in een medisch en psychologisch onderzoek terwijl er uitstel van tenuitvoerlegging wordt verleend voor het verval; die door een tegenstrijdigheid aangetaste beslissing zorgt voor rechtsonzekerheid bij de eiser die herstelonderzoeken moet ondergaan, ook al werd hem geen effectief verval opgelegd; dat is niet verzoenbaar met het vernietigingsarrest van het Hof; het doel dat de wetgever beoogde met de onderzoeken wordt miskend.
  4. Artikel 608 Gerechtelijk Wetboek is vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het middel naar recht.
  5. Er blijkt niet dat het bestreden vonnis zich niet voegt naar het arrest van het Hof van 5 november
  6. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  7. De eiser die als dusdanig de wettigheid van het opleggen van een vervallenverklaring van het recht een motorvoertuig te besturen niet betwist, heeft geen belang bij zijn aanvoering dat het bestreden vonnis niet volledig uitstel van tenuitvoerlegging kon verlenen voor het verval, maar minstens acht dagen effectief had moeten opleggen. In zoverre is het middel bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  8. Geen enkele bepaling verzet zich ertegen dat de rechter die voor de bijkomende straf van het verval van het recht een motorvoertuig te besturen geheel uitstel van tenuitvoerlegging verleent, het herstel van dit recht afhankelijk maakt van de in artikel 38, § 3, 3° en 4°, Wegverkeerswet bedoelde onderzoeken. Die beveiligingsmaatregel zal slechts uitwerking hebben bij een herroeping van het verleende uitstel van tenuitvoerlegging. Indien dit uitstel niet wordt herroepen heeft de maatregel geen praktische gevolgen. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  9. Voor het overige is het middel afgeleid uit de voormelde vergeefs aangevoerde onwettigheid en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 2 december 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, aanwezigheid van advocaat-generaal Isabelle De Tandt, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251202.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.