id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251204.1N.3 Rolnummer: C.25.0047.N Zaak: K. contra J. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-12-17 Raadplegingen: 524 - laatst gezien 2026-06-17 18:46 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit artikel 40, tweede en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek en het algemeen rechtsbeginsel tot eerbiediging van het recht van verdediging volgt dat de partij die tot een betekening aan het parket overgaat, alle in redelijkheid mogelijke stappen moet hebben ondernomen om de woon- of verblijfplaats of gekozen woonplaats van degene aan wie betekend wordt te vinden; bij gebrek hieraan is de betekening aan het parket ongedaan. Thesaurus CAS: DAGVAARDING RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Fiche 3 Bij die beoordeling kan eveneens de houding van de persoon aan wie moet worden betekend in aanmerking worden genomen, indien die van aard is om het achterhalen van zijn woonplaats, verblijfplaats of gekozen woonplaats te bemoeilijken of onmogelijk te maken. Thesaurus CAS: DAGVAARDING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) - 10-10-1967 - Art. 40, tweede en vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.25.0047.N
- A. K.,
- B. N.W., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- P. J.,
- K. J., die beiden woonstkeuze hebben gedaan bij mr. Luc Hillemans, gerechtsdeurwaarder, met kantoor te 8000 Brugge, Leopold II laan 104, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 9 oktober
- Raadsheer Ann De Wolf heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Artikel 40, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de betekening ten aanzien van hen die in België, noch in het buitenland, een gekende woonplaats, verblijfplaats, noch gekozen woonplaats hebben, gedaan wordt aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de rechter die van de vordering kennis moet nemen of heeft genomen, zitting houdt. Ingevolge het vierde lid van die bepaling is de betekening aan de procureur des Konings ongedaan, indien de partij op wier verzoek zij is verricht, de woonplaats, de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van de betekende in België of in voorkomend geval in het buitenland, kende.
- Uit deze bepalingen en het algemeen rechtsbeginsel tot eerbiediging van het recht van verdediging volgt dat de partij die tot een betekening aan het parket overgaat, alle in redelijkheid mogelijke stappen moet hebben ondernomen om de woon- of verblijfplaats of gekozen woonplaats van degene aan wie betekend wordt te vinden. Bij gebrek hieraan is de betekening aan het parket ongedaan. Bij die beoordeling kan eveneens de houding van de persoon aan wie moet worden betekend in aanmerking worden genomen, indien die van aard is om het achterhalen van zijn woonplaats, verblijfplaats of gekozen woonplaats te bemoeilijken of onmogelijk te maken.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - ingevolge de afvoering van ambtswege op 11 juli 2023 van de eisers op hun voormalige domicilie, hun woonplaats of feitelijke verblijfplaats op het ogenblik van de betekening niet langer gekend was; - het feit dat de eisers over een postbusadres beschikten waar zij bereikbaar waren, niet relevant is aangezien het Gerechtelijk Wetboek niet in de mogelijkheid voorziet om rechtsgeldig aan een postbusadres te betekenen; - los daarvan ook nergens uit blijkt dat de verweerders kennis hadden of moesten hebben van het postbusadres; - de eisers het dus louter aan hun eigen administratieve nalatigheid te wijten hebben dat zij mogelijk niet tijdig kennis kregen van de door de verweerders uitgebrachte dagvaarding.
- Met deze redenen, die het Hof toelaten zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen, oordeelt de appelrechter dat de verweerders in de gegeven feitelijke omstandigheden redelijkerwijze niet de woonplaats of verblijfplaats van de eisers konden achterhalen waarop de verweerders geldig konden betekenen, en verantwoordt hij naar recht zijn beslissing tot geldigverklaring van de betekening van 18 juli 2023 aan de Procureur des Konings. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Met zijn oordeel dat de weigering van de eisers om de definitieve totstandkoming van de koopovereenkomst te erkennen en te goeder trouw uit te voeren, een zware wanprestatie is die de ontbinding daarvan te hunnen laste verantwoordt met herstel van de schadelijke gevolgen voor de verweerders, verwerpt en beantwoordt de appelrechter het in het middel bedoelde verweer. Het middel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 912,95 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Michael Traest, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 4 december 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251204.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div