← België

Z. contra S.

Obsah (14)Art. 448Art. 449Art. 450Art. 451Art. 452Art. 453Art. 454Art. 455Art. 456Art. 457Art. 458Art. 459Art. 460Art. 461

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 448

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 449

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 450

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 451

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 452

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 453

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 454

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 455

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 456

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 457

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 458

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 459

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 460

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 461

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regeling van de rechtspleging Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 448

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 449

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 450

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 451

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 452

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 453

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 454

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 455

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 456

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 457

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 458

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 459

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 460

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 461

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 448

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 449

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 450

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 451

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 452

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 453

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 454

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 455

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 456

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 457

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 458

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 459

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 460

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 461

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 448

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 449

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 450

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 451

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 452

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 453

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 454

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 455

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 456

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 457

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 458

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 459

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 460

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 461

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Thesaurus CAS: BETICHTING VAN VALSHEID Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 448

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 449

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 450

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 451

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 452

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 453

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 454

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 455

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 456

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 457

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 458

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 459

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 460

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 461- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Tekst van de beslissing Nr.

P.25.0722.N D. Z., burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Peter Gonnissen, advocaat bij de balie Gent, tegen A. S., inverdenkinggestelde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 april

  1. De eiser voert in memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de op 12 november 2025 ter griffie van het Hof ontvangen stukken
  2. Volgens artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering kan de eiser na verloop van twee maanden die volgen op de verklaring van cassatieberoep geen stukken meer indienen, met uitzondering van akten van afstand of hervatting van het geding, akten waaruit blijkt dat het cassatieberoep doelloos is geworden en noten bedoeld in artikel 1107 Gerechtelijk Wetboek.
  3. De door de eiser met een brief, die als datum 6 november 2025 draagt, aan de griffie van het Hof toegestuurde stukken, welke werden ontvangen buiten de voormelde termijn van twee maanden na de verklaring van cassatieberoep van 6 mei 2025, zijn niet ontvankelijk. Eerste middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet: het arrest oordeelt ten onrechte dat de eiser geen conclusie neerlegde op de rechtszitting van 25 februari 2025; dit proces-verbaal is foutief en geeft het verloop van de rechtszitting niet correct weer; het is een vertekende weergave en de eiser heeft daartegen klacht ingediend bij de eerste voorzitter van het appelgerecht en de hoofdgriffier; het proces-verbaal vermeldt niet de incidenten betreffende de weigering om de conclusies en stukken aan te nemen; daarvan waren meerdere getuigen; de appelrechters motiveren niet waarom zij het neerleggen van zijn conclusies en stukken niet hebben willen aanvaarden.
  5. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op het onderzoeksgerecht dat beslist over de regeling van de rechtspleging. In zoverre het middel schending aanvoert van die bepaling, faalt het naar recht.
  6. Het proces-verbaal van de rechtszitting bevat een weergave van het verloop van de rechtszitting. De vermeldingen betreffende het verloop van de rechtszitting hebben authentieke bewijswaarde, wat inhoudt dat behoudens de formulering van een valsheidbetichting op de bij wet bepaalde wijze, de vermeldingen moeten worden geacht waar te zijn.
  7. Een cassatiemiddel dat aanvoert dat een proces-verbaal van de rechtszitting niet waarheidsgetrouw is, terwijl deze authentieke akte niet op de bij wet bepaalde wijze van valsheid werd beticht, is niet ontvankelijk.
  8. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser weliswaar bij de eerste voorzitter en bij de hoofdgriffier van het hof van beroep te Antwerpen klacht heeft ingediend met een verzoek om een intern onderzoek omdat volgens hem het proces-verbaal geen correct beeld gaf van de werkelijkheid, maar niet dat hij deze akte formeel van valsheid heeft beticht. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  9. Voor het overige is het middel afgeleid uit de voormelde vergeefse aanvoering en is het evenmin ontvankelijk. Tweede middel
  10. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet: het arrest maakt nergens melding van de appelconclusie die de eiser op de rechtszitting van 25 maart 2025 heeft neergelegd; het beantwoordt die appelconclusie ook niet; het maakt geen melding van de stukken die de eiser op die rechtszitting heeft neergelegd; het maakt geen melding van de appelconclusie die de eiser reeds op 10 maart 2025 via e-Deposit heeft ingediend; het antwoordt daar ook niet op; het maakt ook geen melding van de stukken die de eiser op 10 maart 2025 bij e-Deposit heeft ingediend; het motiveert niet waarom er niet moet worden geantwoord op de op de rechtszitting neergelegde appelconclusie en evenmin op de per e-Deposit ingediende conclusie; van de rechtszittingen zijn er twee processen-verbaal opgesteld met een duidelijk verschillende inhoud; de beide documenten zijn niet waarheidsgetrouw.
  11. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op het onderzoeksgerecht dat beslist over de regeling van de rechtspleging. In zoverre het middel schending aanvoert van die bepaling, faalt het naar recht.
  12. Het dossier bevat geen twee processen-verbaal van eenzelfde rechtszitting betreffende eenzelfde zaak. Het bevat wel: - een proces-verbaal van de rechtszitting van 25 maart 2025 met als zaak nr. 2024/PGA/1863 – 2025/FR/110 dat betrekking heeft op eisers “Verzoek tot bijkomend onderzoek voor appelrechter om een onderzoekshandeling te stellen”. In die zaak heeft de kamer van inbeschuldigingstelling te Antwerpen met het arrest nr. K/900/2025 en repertoriumnummer 2025/1606 van 4 april 2025 de verzoekschriften van de eiser ab initio onontvankelijk verklaard. Eisers cassatieberoep is niet gericht tegen dit arrest; - een proces-verbaal van de rechtszitting van 25 maart 2025 met als zaak nr. 2024/PGA/1863 – 2025/FR/17 dat betrekking heeft op de hogere beroepen van de eiser tegen de raadkamerbeschikking van 7 juni
  13. In die zaak heeft de kamer van inbeschuldigingstelling te Antwerpen met het arrest nr. K/1032/2025 en repertoriumnummer 2025/1793 van 22 april 2025 het hoger beroep van 21 juni 2024 onontvankelijk verklaard en het hoger beroep van 24 juni 2024 ontvankelijk maar ongegrond verklaard. Eisers cassatieberoep is gericht tegen dit arrest.
  14. In zoverre het middel aanvoert dat die processen-verbaal betrekking hebben op dezelfde rechtszitting en dezelfde zaak, mist het feitelijke grondslag.
  15. In zoverre het middel betrekking heeft op het proces-verbaal van 25 maart 2025 in de zaak nr. 2024/PGA/1863 – 2025/FR/110 houdt het geen verband met de procedure die ter beoordeling van het Hof voorligt en is het niet ontvankelijk.
  16. Behoudens in de hier niet toepasselijke gevallen van artikel 152 Wetboek van Strafvordering en artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering moet in strafzaken een conclusie in de regel blijken uit een geschrift dat, ongeacht de benaming of vorm, tijdens het debat ter rechtszitting door een partij of zijn advocaat aan de rechter wordt overgelegd en waarvan regelmatig is vastgesteld dat de rechter ervan kennis heeft genomen.
  17. Bijgevolg is een geschrift uitgaande van een partij of haar advocaat dat niet tijdens het debat aan de rechter is overgelegd maar enkel aan de griffie is bezorgd, desgevallend bij e-Deposit, zonder dat blijkt dat het ter rechtszitting aan de rechter is overgelegd of dat de eiser de in dat geschrift aangevoerde middelen mondeling heeft hernomen, geen conclusie waarmee de rechter rekening moet houden.
  18. Is evenmin een conclusie waarop de rechter moet antwoorden, het geschrift dat is opgenomen in een door een partij ingediend stukkenbundel zonder dat blijkt dat dit geschrift aan de rechter als een conclusie is overgelegd en dat de neerlegging ervan als conclusie is vastgesteld.
  19. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  20. Volgens het proces-verbaal van de rechtszitting van 25 maart 2025 blijkt dat de eiser op die rechtszitting een stukkenbundel en een stuk heeft neergelegd. Het arrest stelt vast dat de eiser via e-Deposit een conclusie heeft ingediend, maar dat die niet op de rechtszitting werd neergelegd. Daaruit volgt dat niet blijkt dat de eiser een conclusie heeft ingediend waarop de kamer van inbeschuldigingstelling diende te antwoorden. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  21. De valsheidsbetichting is slechts ontvankelijk indien ze wordt gestaafd door enig gegeven dat ze geloofwaardig kan maken. Loutere eigen beweringen van een partij vormen niet een dergelijk geloofwaardig gegeven.
  22. In zoverre de met het middel geformuleerde kritiek kan worden begrepen als een valsheidsbetichting tegen het proces-verbaal van de rechtszitting van 25 maart 2025 is die niet ontvankelijk, aangezien die niet wordt gestaafd door enig gegeven dat ze geloofwaardig kan maken.
  23. Voor het overige is het middel afgeleid uit de voormelde vergeefse aanvoering en is het evenmin ontvankelijk. Derde middel
  24. Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 8.1 EVRM, de artikelen 15 en 149 Grondwet en artikel 3 Huiszoekingswet: het arrest houdt geen rekening met essentiële feitelijke elementen en laat na te antwoorden op die elementen die door de eiser werden aangevoerd betreffende het ontbreken van een vrijwillige toestemming voor het betreden van de woning; het arrest onderzoekt niet of er sprake is van een ondubbelzinnige, geïnformeerde, voorafgaande en schriftelijke toestemming; het arrest dat vaststelt dat er mogelijk sprake was van een onoverwinnelijke taalbarrière bij de eiser, gaat volledig voorbij aan de juridische gevolgen van deze vaststelling, zonder verdere toetsing wordt aanvaard dat de eiser toestemming heeft verleend; de eiser verkeerde in de veronderstelling dat het een gewone administratieve woonstcontrole betrof uitgevoerd door de politie en hij geen toestemming heeft gegeven aan de verweerster in haar hoedanigheid van verbalisant ruimtelijke ordening; de verweerster heeft dit misverstand uitgebuit om zich op bedrieglijke wijze toegang te verschaffen zonder een toestemming zoals vereist door artikel 3 Huiszoekingswet; er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het eerste onregelmatig binnendringen en de latere controle, die wel rechtsgeldig werd uitgevoerd.
  25. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op het onderzoeksgerecht dat beslist over de regeling van de rechtspleging. In zoverre het middel schending aanvoert van die bepaling, faalt het naar recht.
  26. In zoverre het middel aanvoert dat het arrest niet antwoordt op eisers aanvoering in zijn conclusie, is het afgeleid uit de vergeefs met het tweede middel aangevoerde onwettigheid en is het niet ontvankelijk.
  27. Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten of komt het op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het arrest en is het niet ontvankelijk. Vierde middel
  28. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 151 Strafwetboek: het arrest negeert het middel over het bestaan van twee identieke processen-verbaal over dezelfde feiten, wat een onrechtmatig handelen van de drager van het openbaar gezag of de openbare macht is, gelet op de willekeur.
  29. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op het onderzoeksgerecht dat beslist over de regeling van de rechtspleging. In zoverre het middel schending aanvoert van die bepaling, faalt het naar recht.
  30. In zoverre het middel aanvoert dat het arrest niet antwoordt op eisers aanvoering in zijn conclusie, is het afgeleid uit de vergeefs met het tweede middel aangevoerde onwettigheid en is het niet ontvankelijk. Vijfde middel
  31. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM: het arrest K/1032/2025 van 22 april 2025 weigert de politie-inspecteur K. als getuige te horen, terwijl hij de enige directe getuige is die kan bevestigen in welke omstandigheden de verweerster toegang heeft verkregen tot de woning van de eiser; het oordeel dat er geen verdere onderzoeksmaatregelen nodig zijn, volstaat niet als motivering.
  32. Het arrest K/1032/2025 bevat niet het door het middel bekritiseerde oordeel. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  33. In zoverre het middel aanvoert dat het arrest niet antwoordt op eisers aanvoering in zijn conclusie, is het afgeleid uit de vergeefs met het tweede middel aangevoerde onwettigheid en is het niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 90,61 euro, waarvan 55,61 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 9 december 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251209.2N.25 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200602.2N.13 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201118.2F.7 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.15 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220920.2N.5 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251028.2N.23 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.