← België

V. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 03 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.3 Rolnummer: C.23.0326.N Zaak: V. contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2025-02-10 Raadplegingen: 756 - laatst gezien 2026-06-19 01:45 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250103.1N.3 Fiches 1 - 3 Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling kunnen in de regel enkel in het raam van de gerechtelijke vereffening-verdeling worden aangebracht en kunnen enkel door de notaris-vereffenaar door de neerlegging van een proces-verbaal van bezwaren bij de vereffeningsrechter worden aanhangig gemaakt, zodat deelgenoten, in de regel, geen geschillen met betrekking tot de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling rechtstreeks bij de vereffeningsrechter kunnen aanhangig maken

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Artt. 1207 tot en met 1224 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing vóór en na de wijziging ervan bij wet van 13 augustus 2011. Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Aanhangigmaking bij de vereffeningsrechter - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1207 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1208 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1209 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1210 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1211 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1212 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1213 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1214 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1215 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1216 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1217 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1218 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1219 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1220 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1221 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1222 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1223 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: NOTARIS Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Aanhangigmaking bij de vereffeningsrechter - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1207 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1208 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1209 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1210 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1211 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1212 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1213 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1214 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1215 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1216 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1217 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1218 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1219 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1220 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1221 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1222 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1223 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERDELING Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Aanhangigmaking bij de vereffeningsrechter - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1207 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1208 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1209 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1210 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1211 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1212 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1213 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1214 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1215 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1216 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1217 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1218 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1219 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1220 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1221 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1222 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1223 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 4 - 5 Een deelgenoot kan zich, in geval van spoedeisendheid en volstrekte noodzakelijkheid, bij eenzijdig verzoekschrift rechtstreeks wenden tot de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg met het oog op een kortgedingmaatregel dan wel de aanstelling van een sekwester
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Artt. 1207 tot en met 1224 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing vóór en na de wijziging ervan bij wet van 13 augustus 2011. Thesaurus CAS: KORT GEDING Vrije woorden: Spoedeisendheid - Volstrekte noodzakelijkheid - Vereffening-verdeling - Deelgenoot - Kortgedingmaatregel - Aanstelling sekwester Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, eerste, tweede en vijfde lid, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 585, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1207 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1208 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1209 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1210 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1211 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1212 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1213 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1214 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1215 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1216 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1217 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1218 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1219 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1220 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1221 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1222 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1223 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1961, 2° - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: BEWAARGEVING Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Deelgenoot - Gerechtelijk sekwester - Aanstelling - Kortgedingrechter - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, eerste, tweede en vijfde lid, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 585, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1207 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1208 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1209 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1210 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1211 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1212 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1213 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1214 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1215 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1216 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1217 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1218 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1219 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1220 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1221 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1222 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1223 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1961, 2° - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 6 - 7 De aanstelling van een sekwester is een bewarende en voorlopige maatregel; de rechter oordeelt in feite of het opportuun of wenselijk is om een sekwester aan te stellen in de gevallen waarin dit wettelijk mogelijk is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BEWAARGEVING Vrije woorden: Gerechtelijk sekwester - Begrip - Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1961 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Aanstelling - Gerechtelijk sekwester - Begrip - Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1961 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 8 Het in artikel 584, tweede en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde verzoekschrift is het eenzijdig verzoekschrift in de zin van de artikelen 1026 en volgende Gerechtelijk Wetboek
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: KORT GEDING Vrije woorden: Spoedeisendheid - Volstrekte noodzakelijkheid - Verzoekschrift - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, eerste, tweede en vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1026 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 9 Een zaak is spoedeisend wanneer een onmiddellijke beslissing wenselijk is om schade van een bepaalde omvang of ernstige ongemakken te voorkomen; de kortgedingrechter beschikt dienaangaande over een ruime feitelijke beoordelingsmacht en, in de juiste mate, over de grootste vrijheid
(1).
(1)Zie concl. MP. Thesaurus CAS: KORT GEDING Vrije woorden: Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg - Bevoegdheid in spoedeisend geval - Spoedeisend karakter - Begrip - Controle - Marginale toetsing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 10 Er is volstrekte noodzakelijkheid wanneer er uitzonderlijke omstandigheden zijn die verantwoorden dat in de beginfase van de procedure afbreuk wordt gedaan aan het recht op tegenspraak; dit is het geval wanneer te vrezen valt dat de gevorderde maatregelen die redelijk en proportioneel zijn, anders zonder voorwerp zouden worden of hun doeltreffendheid zouden verliezen of ingeval zij gericht zijn tegen een onbekende of niet-geïdentificeerde partij; de rechter houdt hierbij rekening met de gerechtvaardigde belangen van de respectieve partijen; de rechter beoordeelt in feite of er volstrekte noodzakelijkheid is voor zover hij het wettelijk begrip ‘volstrekte noodzakelijkheid' niet miskent
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: KORT GEDING Vrije woorden: Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg - Volstrekte noodzakelijkheid - Begrip - Controle - Marginale toetsing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, tweede en vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de conclusie C.23.0326.N Conclusie van advocaat-generaal met opdracht Frederic VROMAN: Eiser komt op tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, gewezen op 11 mei 2023. Door de eiseres wordt er één middel aangevoerd. I. Situering De rechtsvraag die in het eerste middel aan het Hof wordt voorgelegd betreft de vraag of in het kader van een procedure kort geding in geval van volstrekte noodzakelijkheid de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg een sekwester kan aanstellen met betrekking tot goederen die deel zouden kunnen uitmaken van de boedel waarvoor reeds in het kader van de vereffening-verdeling van de nalatenschap een notaris werd aangesteld door de vereffeningsrechter of dat daarentegen dergelijk geschil enkel in het raam van de gerechtelijke vereffening-verdeling door de notaris-vereffenaar door de neerlegging van het proces-verbaal van bezwaren bij de vereffeningsrechter kan worden aanhangig gemaakt. Het tweede middel heeft betrekking op de rechtsplegingsvergoeding indien de in het ongelijk gestelde partij van de tweedelijns juridische bijstand geniet. II. Eerste middel in zijn geheel. In het eerste middel verwijt eiser de appelrechters artikel 149 Grondwet, de artikelen 584, 585, 1207 tot 1224 Gerechtelijk Wetboek (deze laatste artikelen in de versie zoals van kracht zowel voor als na de wijziging ervan bij wet van 13 augustus 2011)
(1)en artikel 1961 Oud Burgerlijk Wetboek te hebben geschonden door te beslissen dat partijen zich in het in geval van hoogdringendheid en volstrekte noodzakelijkheid kunnen wenden tot de kortgedingrechter voor de aanstelling van een sekwester van goederen die deel zouden kunnen uitmaken van de boedel terwijl - deelgenoten in de regel geen geschillen met betrekking tot de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling rechtstreeks bij de vereffeningsrechter kunnen aanhangig maken en er in casu dergelijk geschil was gerezen en men zich dan ook niet tot de kortgedingrechter kon wenden om een sekwester te laten aanstellen; - er geen sprake was van de vereiste hoogdringendheid en volstrekte noodzakelijkheid aangezien partijen al meer dan 40 jaar procederen en verweerster reeds zeven jaar weet dat de opleggers zich op de genoemde locatie bevinden en de appelrechters dit argument niet hebben beantwoord; - de aanstelling van een gerechtelijk sekwester moest beperkt worden tot de duur die strikt noodzakelijk is om partijen toe te laten om in het kader van de vereffening-verdeling de nodige maatregelen te bekomen met betrekking tot het behoud van de goederen in de containers. Uit de rechtspraak van het Hof in verband met de geschillen met betrekking tot de notariële werkzaamheden in het kader van de gerechtelijke vereffening-verdeling volgt het volgende: “Uit de artikelen 1207 tot en met 1224 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing vóór de wijziging ervan bij de wet van 13 augustus 2011, en de centrale rol van de notaris als notaris-vereffenaar in een gerechtelijke vereffening-verdeling, volgt dat geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling in de regel enkel in het raam van de gerechtelijke vereffening-verdeling kunnen worden aangebracht en enkel door de notaris-vereffenaar door de neerlegging van een proces-verbaal van bezwaren bij de vereffeningsrechter kunnen worden aanhangig gemaakt. Deelgenoten kunnen bijgevolg, in de regel, geen geschillen met betrekking tot de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling rechtstreeks bij de vereffeningsrechter aanhangig maken. Bijgevolg dienen deelgenoten die een onderzoeksmaatregel zoals een deskundigenonderzoek wensen, hun verzoek daartoe tot de notaris-vereffenaar te richten. Slechts wanneer de notaris-vereffenaar ontijdig dan wel geen passend gevolg hieraan geeft, kunnen de deelgenoten zich krachtens van artikel 19, derde lid, Gerechtelijk Wetboek rechtstreeks tot de vereffeningsrechter wenden. De deelgenoten kunnen verder bezwaren uiten ten aanzien van de notariële werkzaamheden die de notaris-vereffenaar, bij gebrek aan akkoord, bij de vereffeningsrechter moet aanbrengen”
(2). Deze rechtspraak geldt ook voor de situaties die na de wijziging ervan bij de wet van 13 augustus 2011 ontstonden. De wetgever wou met deze wet enerzijds de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling versnellen, onder andere door het vermijden van nutteloze tussenkomsten van de rechtbank tijdens de notariële fase van de procedure, en anderzijds de rol van de actieve notaris-vereffenaar verder te versterken
(3). Advocaat-generaal MORTIER wijst in haar conclusie bij het arrest van 10 maart 2022 verder onder meer op het volgende: “Hiertoe werden bepaalde vernieuwingen ingevoerd, maar werden ook sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de gerechtelijke verdeling beter omschreven waardoor een einde kwam aan aarzelingen in rechtspraak en rechtsleer, en werd voor sommige pretoriaanse constructies, zoals bijvoorbeeld de praktijk van een tussentijds proces-verbaal, een wetgevend kader gecreëerd. De bestaande aarzelingen waarvan sprake hadden onder andere betrekking op de situatie waarin de notaris -vereffenaar bij het uitvoeren van zijn opdracht wordt geconfronteerd met geschillen en moeilijkheden die al dan niet worden opgeworpen door de partijen, maar die hem soms verhinderen tot het voortzetten van de werkzaamheden of waardoor hij wordt gedwongen die werkzaamheden verder te zetten op basis van te onzekere elementen. Kon de rechtbank in dat geval voor die geschillen en moeilijkheden worden gevat voordat een staat van vereffening werd opgesteld? Hoe moest de rechtbank worden gevat? En kwam het initiatiefrecht daarbij toe aan de meest gerede partij of aan de notaris-vereffenaar? De wetgever oordeelde dat Uw Hof in een princiepsarrest van 5 november 1993 de eerste en de tweede vraag beantwoordde door te stellen dat de neerlegging van het door de notaris opgemaakte proces-verbaal van beweringen en zwarigheden de tussen partijen in het kader van een gerechtelijke vereffening-verdeling gerezen en in een proces-verbaal opgenomen betwistingen bij de rechtbank rechtsgeldig aanhangig maakt. In lijn daarmee werd ook in de rechtsleer geoordeeld dat deze methode moest voorbehouden blijven voor essentiële geschillen of zwarigheden die in de loop van de procedure rijzen en die de redactie van een staat van vereffening en verdeling beletten. Met het nieuw artikel 1216 Gerechtelijk wetboek verleende de wetgever een wettelijke basis aan die beginselen, waarbij de benaming van het tussentijds proces-verbaal van beweringen en zwarigheden werd vereenvoudigd tot “tussentijds proces-verbaal”, en werd aan de notaris-vereffenaar de mogelijkheid gegeven de rechtbank te vatten in elke fase van de procedure betreffende de moeilijkheden en zwarigheden die volgens hem dermate essentieel zijn dat zij het opstellen van de eindstaat beletten. Wat de derde vraag betreft behield de wetgever het initiatiefrecht om de rechtbank te adiëren enkel voor aan de notaris-vereffenaar. Een amendement dat ertoe strekte niet enkel de notaris dit initiatiefrecht te geven maar een systeem in te voeren van een quasi permanente adiëring van de rechter, waarbij zodra een van de partijen of de notaris-vereffenaar het nodig achten, partijen opnieuw voor de rechter kunnen verschijnen door middel van een gewone, met redenen omklede brief, werd niet aangenomen”. Vorderingen die geen verband houden met de vereffening-verdeling omdat zij geen invloed hebben op de omvang van de onverdeeldheid of de wijze van verdeling ervan, kunnen daarentegen te allen tijde in een afzonderlijke procedure worden ingesteld, ook al werd dezelfde vordering reeds in het kader van de vereffening-verdeling ingesteld
(4). Uit artikel 1210 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing voor de wet van 13 augustus 2011, volgt dat de vereffeningsrechter op vordering van een deelgenoot een notaris kan aanwijzen met het oog op het beheer van het onverdeeld vermogen. Uit artikel 1212 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing na de wet van 13 augustus 2011, volgt dat de vereffeningsrechter op vordering van één van de partijen of van de notaris-vereffenaar, een beheerder kan aanwijzen met opdracht alle daden van beheer te verrichten en in voorkomend geval, de massa van de mede-eigenaars in rechte te vertegenwoordigen. Noch deze artikelen en noch de hogervermelde rechtsregel in verband met de geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling vormen mijns inziens een beletstel voor de bevoegdheid van de kortgedingrechter op basis van artikel 584 Gerechtelijk Wetboek in geval van spoedeisendheid of in geval van volstrekte noodzakelijkheid een sekwester aan te stellen
(5). In zoverre het middel ervan uitgaat dat partijen zich in dergelijke gevallen niet kunnen wenden tot de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, faalt het naar recht. De aanstelling van een gerechtelijk sekwester is een bewarende en voorlopige maatregel; met die beperking, beoordeelt de rechter op onaantastbare wijze de wenselijkheid van de aanstelling en de omvang van de opdracht van de gerechtelijk sekwester, indien zeker blijkt dat de betwisting ernstig is en de maatregel in het belang van de partijen is getroffen
(6). Het Hof houdt wel toezicht op deze beslissing via de marginale toetsing
(7). De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg beschikt op basis van artikel 584, vijfde lid, 1° Gerechtelijk Wetboek over de bevoegdheid om sekwesters aan te stellen en dit zowel in een “gewone” kortgedingprocedure als in een procedure op basis van volstrekte noodzakelijkheid. Overeenkomstig artikel 584, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uitspraak doet bij voorraad, in de gevallen die hij spoedeisend acht, behalve in de zaken die de wet aan de rechterlijke macht onttrekt. Overeenkomstig artikel 584, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek wordt een zaak enkel in geval van volstrekte noodzakelijkheid bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg aanhangig gemaakt als de zaak behoort tot de bevoegdheid van de familierechtbank. Overeenkomstig artikel 584, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek wordt in dit geval de zaak aanhangig gemaakt bij verzoekschrift. Dit betreft een verzoekschrift zoals bedoeld in artikel 1026 en volgende Gerechtelijk Wetboek. Er is sprake van een urgentie, in de zin van artikel 584 Gerechtelijk Wetboek wanneer een onmiddellijke beslissing wenselijk is om schade van een bepaalde omvang of ernstige ongemakken te voorkomen; betreffende de vraag of een geval spoedeisend is, beschikt de rechter in kort geding over een ruime feitelijke beoordelingsmacht, en in de juiste mate, over de grootste vrijheid
(8). Er is volstrekte noodzakelijkheid in de zin van artikel 584, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek wanneer er uitzonderlijke omstandigheden zijn die verantwoorden dat in de beginfase van de procedure afbreuk wordt gedaan aan het recht op tegenspraak. Dit is het geval wanneer te vrezen valt dat de gevorderde maatregelen die redelijk en proportioneel zijn, anders zonder voorwerp zouden worden of hun doeltreffendheid zouden verliezen of ingeval zij gericht zijn tegen een onbekende of niet-geïdentificeerde partij. De rechter houdt hierbij rekening met de gerechtvaardigde belangen van de respectieve partijen
(9). De rechter beoordeelt in feite of er volstrekte noodzakelijkheid is in de zin van artikel 584, derde lid, Gerechtelijk Wetboek, voor zover hij het wettelijk begrip 'volstrekte noodzakelijkheid' niet miskent
(10). Met de vaststellingen op pagina 16, 17 en 18 onder punt 1 van de titel “B. TEN GRONDE” van het bestreden arrest en het oordeel op pagina 18, 19 en 20 onder punt 2 van dezelfde titel beantwoorden en verwerpen de appelrechters het verweer van de eiser dat de zaak niet spoedeisend is zonder dat zij dienen te antwoorden op elk afzonderlijk argument tot staving van dat verweer, in het bijzonder het argument dat de verweerster reeds jaren op de hoogte was van het bestaan van de containers. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. Met dit oordeel verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht dat verweerster als deelgenoot, zich omwille van spoedeisendheid en volstrekte noodzakelijkheid kon wenden tot de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg om via een eenzijdig verzoekschrift een sekwester te laten aanstellen en sluiten ze uit dat de verweerster zich in het kader van de procedure vereffening-verdeling, zelfs eventueel anticipatief, diende de wenden tot de notaris om de nodige maatregelen te nemen om een beheerder van de desbetreffende containers te laten aanwijzen, precies omwille van de spoedeisendheid en de volstrekte noodzakelijkheid. In zoverre kan het onderdeel ook niet worden aangenomen. Met dit oordeel verantwoorden de appelrechters ook hun beslissing tot aanwijzing van een sekwester met de geheven opdracht naar recht zonder dat zij verplicht waren om een termijn te koppelen aan deze maatregel omdat het gebrek aan termijn als dusdanig geen afbreuk doet aan het voorlopig karakter ervan. Het tijdelijk karakter van de kortgedingmaatregel heeft immers op zichzelf niets te maken met het voorlopig karakter ervan en in ieder geval is de rechter niet verplicht die maatregel in de tijd te beperken
(11). In zoverre kan het onderdeel ook niet worden aangenomen. III. Tweede middel – Eerste onderdeel. (…) Conclusie: Cassatie van het bestreden arrest in zoverre dit uitspraak doet over de rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg en in hoger beroep en bindend verklaring van het arrest ten aanzien van de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. ________________________________
(1)De wet van 13 augustus 2011 houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, BS 14 september 2011.
(2)Cass. 10 maart 2022, AR C.20.0173.N, AC 2022, nr. 184, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.6 met concl. van eerste advocaat-generaal MORTIER, ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.6; Cass. 10 maart 2022, AR C.21.0149.N, AC 2022, nr. 185, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.8 met concl. van eerste advocaat-generaal MORTIER, ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.8.
(3)Wetsvoorstel houdende de hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening verdeling, SENAAT, 2010-2011, 28 oktober 2010, nr.5-405/1, 2-3; Verslag namens de commissie van de justitie, KAMER, 2010-2011, 7 juli 2011, 53-1513/004, 4.
(4)Cass. 9 maart 2020, AR C.19.0200.N, AC 2020, nr. 171, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.8.
(5)In deze zin: DE BOE C., “Les incidents pendant le cours de la phase notariale de la liquidation-partage judiciaire”, Rev.not.b. 2022, 411; DECLERCK S. en MOSSELMANS S., “Draaiboek van gerechtelijke vereffening-verdeling anno 2020”, RW 2020-21, 180, nr. 47; ENGELS, C. “La liquidation-partage judiciaire” in Rép. Not., XIII, boek 5³, Brussel, Larcier 2016, 163, nr. 134 en 305-306, nr. 327; RAETS K. “Tussengeschillen tijdens de gerechtelijke vereffening-verdeling”, TEP 2016,
(70)76-77; BALLOT F. “L’applicabilité de l’article 199, alinéa 2, du Code judiciaire aux nouvelles procédure de liquidation-partage”, Act.dr.fam. 2013, 157-158, nrs. 11-12; DECLERCK C., “Omtrent voorschotten op het aandeel in de vereffening-verdeling” in PINTENS W. en DECLERCK C. (eds.), Patrimonium 2010, Antwerpen, Intersentia 2010,
(197)205; VAN SINAY T. Handboek gerechtelijke verdeling, Brussel, Intersentia 2010, 66-68.
(6)Cass. 28 april 1994, AR C.93.0245.F, AC 1994, nr. 206, ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940428.7; MOSSELMANS S., “Commentaar bij art. 1212 Ger.W.” in VANDENBUSSCHE W., Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer Belgium 2024, 12, nr. 18.
(7)TILLEMAN B., “Sekwester”, in TILLEMAN B. en VERBEKE A. (eds.), Knelpunten Dienstencontracten, Intersentia 2006,
(97), 129, nr. 60; MARYSSE S., “Commentaar bij art. 1961 Oud BW”, in DAMBRE M., TILLEMAN B. en TANGHE T. (eds.), Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen,
(1)8-9.
(8)Cass. 17 juni 2019, AR C.18.0583.N, AC 2019, nr. 374, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190617.1; Cass. 3 mei 2018, AR C.17.0387.N, AC 2018, nr. 283, ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180503.4; Cass. 23 september 2011, AR C.10.0279.F, AC 2011, nr. 495, ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110923.1; Cass. 17 maart 1995, AR C.93.0204.F, AC 1995, nr. 156, ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950317.11; Cass. 13 september 1990, AR 8533, AC 1990-91, nr. 22, ECLI:BE:CASS:1990:ARR.19900913.8.
(9)Cass. 4 september 2020, AR C.20.0045.N, AC 2020, nr. 489, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.3; Cass. 8 december 2014, AR C.12.0468.N, AC 2014, nr.760 , ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141208.8.
(10)Cass. 4 september 2020, AR C.20.0045.N, AC 2020, nr. 489, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.3; Cass. 8 december 2014, AR C.12.0468.N, AC 2014, nr. 760, ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141208.8.
(11)Zie Cass. 6 december 2002, AR C.02.0171.N, AC 2002, nr. 656, ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021206.3; ENGLEBERT J. en TATON X., Droit du procès civil - Volume 3, Anthemis 2022, 71, nr. 77; BEERNAERT S, “Algemene principes van het civiele kort geding”, RW 2000-2001,
(1341)1347, nr. 25.; DECOSTER D., “Rechtsmacht van de kortgedingrechter” in CLIJMANS N. (ed.), Bestendig handboek burgerlijk recht, Kluwer 2018. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250103.1N.3 citeert: ECLI:BE:CASS:1990:ARR.19900913.8 ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940428.7 ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950317.11 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021206.3 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110923.1 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141208.8 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180503.4 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190617.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.8 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.3 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.6 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.8 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.6 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.