id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 03 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.5 Rolnummer: C.23.0332.N Zaak: E. contra Group Fidura Finance Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-02-20 Raadplegingen: 602 - laatst gezien 2026-06-16 05:03 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250103.1N.5 Fiches 1 - 2 De overtreding van de hoofdveroordeling maakt de dwangsommen automatisch betaalbaar en de uitvoerbare titel ontstaat bij de overtreding ingevolge de rechterlijke beslissing met de dwangsomveroordeling; deze rechterlijke beslissing vormt de uitvoerbare titel op basis waarvan kan worden uitgevoerd voor beweerdelijk verbeurde dwangsommen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: Overtreding hoofdveroordeling - Gevolg - Ontstaan uitvoerbare titel - Tijdstip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Vrije woorden: Uitvoering - Beweerdelijk verbeurde dwangsommen - Uitvoerbare titel - Basis Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 De taak van de beslagrechter bestaat erin de regelmatigheid en de rechtmatigheid van de tenuitvoerlegging te controleren, en het komt hem bijgevolg toe in het raam van een verzet tegen een bevel of een beslag met betrekking tot beweerdelijk verbeurde dwangsommen te oordelen of de dwangsommen waarvoor tot tenuitvoerlegging werd overgegaan al dan niet verbeurd zijn; het komt hem daarentegen niet toe te oordelen over het al dan niet verbeurd zijn van dwangsommen waarvoor nog niet tot tenuitvoerlegging werd overgegaan
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: Taak van de beslagrechter - Verzet - Beweerdelijk verbeurde dwangsom - Grens Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1395, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1498, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Taak van de beslagrechter - Verzet - Beweerdelijk verbeurde dwangsom - Grens Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1395, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1498, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 5 - 6 De dwangsomschuldeiser die beweerdelijk verbeurde dwangsommen wil invorderen moet voorafgaand aan uitvoerend beslag op roerend goed een bevel tot betalen laten betekenen, dat geldt als ingebrekestelling en eerste daad van tenuitvoerlegging; dit bevel moet alle elementen bevatten die de dwangsomschuldenaar moeten toelaten vrijwillig tot betaling over te gaan
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: Invordering beweerdelijk verbeurde dwangsom - Uitvoerend beslag op roerend goed - Verplichting dwangsomschuldeiser - Bevel tot betalen - Inhoud Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1395, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1498, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1499 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Uitvoerend beslag op roerend goed - Invordering beweerdelijk verbeurde dwangsom - Verplichting dwangsomschuldeiser - Bevel tot betalen - Inhoud Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1395, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1498, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1499 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 7 - 8 De dwangsomschuldenaar kan zijn bezwaren betreffende de tenuitvoerlegging voor de beweerdelijk verbeurde dwangsommen voor de beslagrechter brengen middels een verzet tegen het bevel tot betalen; de beslagrechter oordeelt in het raam van dat verzet of de dwangsommen al dan niet verbeurd zijn en bijgevolg of het bevel tot betalen al dan niet rechtmatig is
(1).
(1)zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: Tenuitvoerlegging dwangsom - Verzet dwangsomschuldenaar - Bevel tot betalen - Taak van de beslagrechter - Verbeurte dwangsom - Rechtmatigheid bevel tot betalen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1395, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1498, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1499 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Tenuitvoerlegging dwangsom - Verzet dwangsomschuldenaar - Bevel tot betalen - Taak van de beslagrechter - Verbeurte dwangsom - Rechtmatigheid bevel tot betalen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1395, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1498, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1499 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 9 - 10 De saisine van de beslagrechter als executierechter is beperkt tot de in het bevel tot betalen aangevoerde overtredingen en de dientengevolge beweerdelijk verbeurde dwangsommen; de saisine van de beslagrechter strekt zich niet uit tot niet in het bevel tot betalen aangevoerde overtredingen en de dientengevolge beweerdelijk verbeurde dwangsommen, ook al zouden deze overtredingen zijn begaan vóór de betekening van het bevel tot betalen en binnen het totaalbedrag ervan blijven
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: Saisine beslagrechter - Saisine executierechter - Beweerdelijk verbeurde dwangsom - Bevel tot betalen - Grens Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 793, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1395, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1498, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Saisine beslagrechter - Saisine executierechter - Beweerdelijk verbeurde dwangsom - Bevel tot betalen - Grens Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 793, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1395, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1498, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 11 - 12 De dwangsomschuldenaar kan zich voor de beslagrechter verzetten tegen de tenuitvoerlegging voor de beweerdelijk verbeurde dwangsommen en, in geval van verzet, oordeelt de beslagrechter of de dwangsommen al dan niet verbeurd zijn en bijgevolg of de tenuitvoerlegging al dan niet rechtmatig is; de beslagrechter richt zich daarbij naar het doel en de strekking van de dwangsomveroordeling, zonder de inhoud van de dwangsomtitel te kunnen wijzigen, beperken of uitbreiden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: Tenuitvoerlegging dwangsom - Verzet dwangsomschuldenaar - Taak van de beslagrechter - Verbeurte dwangsom - Rechtmatigheid bevel tot betalen - Beoordeling dwangsomtitel - Maatstaf - Grenzen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 793, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1395, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1498, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Tenuitvoerlegging dwangsom - Verzet dwangsomschuldenaar - Taak van de beslagrechter - Verbeurte dwangsom - Rechtmatigheid bevel tot betalen - Beoordeling dwangsomtitel - Maatstaf - Grenzen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 793, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1395, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1498, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de conclusie C.23.0332.N Conclusie van advocaat-generaal met opdracht Frederic VROMAN: Eisers komen op tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, gewezen op 13 juni 2023. Door de eisers worden er twee middelen aangevoerd. I. Situering. Ten grondslag aan het dossier ligt een discussie met betrekking tot het gebruik van een handelsnaam. Eisers gebruiken de naam “Infides” en verweerster gebruikte de naam “Infines”. Op 26 augustus 2020 werd aan verweerster een stakingsbevel opgelegd met betrekking tot het gebruik van de benaming “Infines” in het economisch verkeer en van het teken “Infines” en dit onder verbeurte van een dwangsom van 1000 euro per dag met een maximum 100.000 euro. De problematiek die aan het Hof wordt voorgelegd betreft enerzijds de saisine van de beslagrechter wanneer die kennisneemt van het verzet van de dwangsomschuldenaar tegen het betalingsbevel van beweerdelijk verbeurde dwangsommen (eerste middel) en anderzijds de taak van de beslagrechter om de dwangsomtitel uit te leggen en de grenzen aan deze taak wanneer hij kennisneemt van voormeld verzet (tweede middel). II. Eerste middel. In het eerste middel verwijten eisers de appelrechters de artikelen 807, 1385bis, 1385quater, 1498 en 1499 Gerechtelijk Wetboek te hebben geschonden door te oordelen dat de invordering, binnen het in het betalingsbevel vermelde bedrag, van dwangsommen op grond van bijkomende inbreuken die minstens deels zijn gepleegd voor de betekening van het betalingsbevel maar die niet in het betalingsbevel stonden vermeld als grondslag voor de ingevorderde dwangsommen, niet mogelijk is. Het Hof besliste reeds in zijn arrest van 19 december 2003 dat artikel 807 Gerechtelijk Wetboek een bepaling is met een algemene draagwijdte en van toepassing is op de vorderingen die voor de beslagrechter zijn ingesteld en die volgens de vormvereisten van het kort geding worden behandeld en dat het arrest dat vaststelt dat de bevelen en het beslag die volgen uit een betwiste toepassing van de dwangsom virtueel bedoeld zijn in het oorspronkelijke exploot van verzet, zijn beslissing naar recht verantwoord om een nieuwe vordering tot verzet tegen bevelen tot gedwongen tenuitvoerlegging aan te nemen
(1). In deze zaak had de schuldenaar verzet aangetekend tegen een bevel tot betalen en had de schuldeiser nadien nog bijkomende betalingsbevelen laten betekenen met het oog op een hoger bedrag aan dwangsommen. De appelrechter oordeelde dat hij op grond van artikel 807 Gerechtelijk Wetboek ook over die latere betalingsbevelen uitspraak kon doen. In de huidige zaak is de omgekeerde situatie van toepassing nl. een schuldenaar tekent verzet aan tegen een betalingsbevel gegrond op bepaalde inbreuken en in het kader van dit verzet roept de schuldeiser bijkomende inbreuken in die minstens deels zijn gepleegd voor de betekening van het betalingsbevel maar die niet in het betalingsbevel stonden vermeld als grondslag voor de ingevorderde dwangsommen. De vraag rijst dan ook de voormelde rechtspraak ook op deze situatie moet worden toegepast. Dit is volgens mij niet het geval. Overeenkomstig artikel 1385quater Gerechtelijk Wetboek komt de dwangsom, eenmaal verbeurd, ten volle toe aan de partij die de veroordeling heeft verkregen. Deze partij kan de dwangsom ten uitvoer leggen krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld. De titel zelf waarin de veroordeling tot de dwangsom vervat ligt, volstaat dus om te kunnen overgaan tot invordering van verbeurde dwangsommen zonder vooraf een nieuwe titel of enige toelating te moeten bekomen. De eisende partij dient bij de aanvang van de tenuitvoerlegging niets aan te tonen. Enkel indien de veroordeelde tegen de tenuitvoerlegging opkomt in een executiegeschil bij de beslagrechter, zal de eisende partij moeten bewijzen dat aan alle voorwaarden voor de verbeurte van de dwangsom voldaan is
(2). Artikel 1499 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat aan elk uitvoerend beslag op roerend goed een bevel aan de schuldenaar voorafgaat, dat ten minste een dag voor het beslag wordt gedaan en dat, indien de titel bestaat uit een rechterlijke beslissing, de betekening daarvan bevat indien dit nog niet gebeurd is. De dwangsomschuldeiser die verbeurde dwangsommen wil invorderen moet ingevolge dit artikel voorafgaand aan het uitvoerend beslag op roerend goed een betalingsbevel laten betekenen. Het betalingsbevel is een gerechtsdeurwaarderexploot waardoor de schuldenaar het bevel krijgt om te betalen op basis van een uitvoerbare titel met de dreiging, bij gebrek aan vrijwillige betaling, van gedwongen tenuitvoerlegging. Het is de laatste officiële waarschuwing aan de schuldenaar en vormt de eerste stap van de tenuitvoerlegging
(3). Het betalingsbevel moet dus alle elementen bevatten die de dwangsomschuldenaar moet toelaten om het uitvoerend beslag te vermijden door over te gaan tot vrijwillige betaling. De beslagrechter neemt krachtens de artikelen 1395, eerste lid, en 1498 Gerechtelijk Wetboek, kennis van de vorderingen betreffende de middelen tot tenuitvoerlegging, de regelmatigheid en de rechtmatigheid van de tenuitvoerlegging. De dwangsomschuldenaar die geconfronteerd wordt met een betalingsbevel waarin de betaling wordt geëist van beweerdelijk verbeurde dwangsommen, kan dus verzet aantekenen tegen dit betalingsbevel en kan zijn bezwaren ertegen aan de beslagrechter kenbaar maken. In het kader van dit verzet moet de beslagrechter oordelen over de verbeurte van de dwangsommen en oordelen over de regelmatigheid van het betalingsbevel. De saisine van de beslagrechter als executierechter is dan ook beperkt tot de in het betalingsbevel aangevoerde inbreuken en tot die beweerdelijke verbeurde dwangsommen. De saisine van de beslagrechter heeft dus geen betrekking op de verdere beweerde inbreuken op de dwangsomtitel en dus op de verder beweerdelijk verbeurde dwangsommen aangevoerd door de dwangsomschuldeiser omdat deze niet in het betalingsbevel werden aangevoerd. Dit geldt volgens mij zelfs voor de beweerdelijke overtredingen op de dwangsomtitel die zijn begaan voor de betekening van het betalingsbevel en die het totaal bedrag van de in het betalingsbevel aangevoerde verbeurde dwangsommen niet overschrijden. Het omgekeerde verdedigen zou immers inhouden dat de dwangsomschuldenaar voor de inbreuken die niet in het betalingsbevel zijn vermeld, niet de kans krijgt om deze vrijwillig te betalen. Dit zou volgens mij in strijd met voormelde artikelen 1385bis, eerste lid, 1385quater, eerste lid, 1395, eerste lid, 1498, eerste lid en 1499 Gerechtelijk Wetboek in hun onderlinge samenhang gelezen en in het bijzonder in strijd met het doel van het betalingsbevel, als cruciale eerste stap in de gedwongen tenuitvoerlegging. Er kan dan ook geen analogie gevonden worden met de rechtsregel vermeld in het arrest van 19 december 2003. Het middel faalt dan ook naar recht. Tweede middel. In het tweede middel verwijten eisers de appelrechters de artikelen 793, tweede lid, 1385quater, eerste lid en 1498, eerste lid Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek, het algemeen rechtsbeginsel dat grenzen stelt aan de interpretatievrijheid van de rechter en artikel 149 Grondwet te hebben geschonden door uitsluitend met de vaststellingen in de zesde alinea op pagina 24 van het bestreden besluit, te beslissen dat er geen sprake is op een inbreuk van het stakingsbevel, ook niet wat betreft het aanhouden van de domeinnaam www.infines.be, hoewel uit deze vaststellingen slechts blijkt dat verweerster (
- i)de oude website offline heeft gehaald en (
- ii)een nieuwe website met nieuwe domeinnaam online heeft geplaatst waarbij geen waren of diensten worden aangeboden onder de naam 'Infines', en te verzuimen na te gaan, zoals door eisers werd aangevoerd, of verweerster ook de oude domeinnaam www.infines.be nog steeds actief houdt en gebruikers via deze domeinnaam doorschakelt naar de nieuwe website. De appelrechters geven volgens eiseres aan het stakingsbevel van 26 augustus 2020 een uitlegging die met bewoordingen ervan onverenigbaar is, nu zij iets niet lezen in deze beschikking dat er wel in staat, met name een verbod tot "ieder gebruik van de benaming INFINES' in het economisch verkeer, onder meer als handelsnaam, vennootschapsnaam en domeinnaam" (schending van de artikelen 8.17 en 8.18 van het Burgerlijk Wetboek en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel dat grenzen stelt aan de interpretatievrijheid van de rechter). Deze lezing die de appelrechters aldus geven aan het stakingsbevel, waarbij het volstaat om een nieuwe website met nieuwe domeinnaam op te richten en er geen bezwaar bestaat tegen het verder actief houden van de oude domeinnaam teneinde bezoekers door te schakelen naar de nieuwe website, is onverenigbaar met het doel en de strekking van de veroordeling, nu een dergelijke lezing toelaat dat verweerster via de koppeling van de 'oude' domeinnaam www.infines.be aan de `nieuwe' website het verwarringsgevaar tussen 'Infides' en 'Infines' bij het cliënteel in stand houdt (schending van artikel 793, tweede lid, 1385quater, eerste lid en 1498, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek). Minstens hebben de appelrechters met voormelde motivering niet geantwoord op het middel van eisers dat aanvoerde dat deze praktijk in strijd is met zowel het doel als de strekking van het stakingsbevel (schending artikel 149 Grondwet). Het tweede middel is niet ontvankelijk in zoverre het een schending aanvoert van het algemeen rechtsbeginsel dat grenzen stelt aan de interpretatie van de rechter. Een dergelijk algemeen rechtsbeginsel bestaat immers niet
(4). Voor het overige kan het middel niet worden aangenomen. Het Hof besliste reeds herhaaldelijk dat in geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging van een vonnis dat een veroordeling tot een dwangsom inhoudt, de beslagrechter, op grond van artikel 1498 Gerechtelijk Wetboek, moet bepalen of de voorwaarden waarbij de dwangsom verschuldigd is, al dan niet vervuld zijn; de beslagrechter moet daarbij als maatstaf van de toetsing van de ter uitvoering van de veroordeling verrichte handelingen, het doel en de strekking van de veroordeling als richtsnoer nemen, met dien verstande dat de veroordeling geacht wordt niet verder te strekken dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel, en dat de beslagrechter niet bevoegd is de inhoud van de dwangsomtitel te wijzigen, te beperken of uit te breiden
(5). Met de vaststellingen en het oordeel onder randnummers 4.14, 4.15, 4.16 geven de appelrechters te kennen dat het gebruik van de oude domeinnaam van verweerster na het stakingsbevel, louter met het oog op de doorschakeling naar de nieuwe website van verweerster, terwijl op nieuwe website www.fidura.be geen goederen of diensten worden aangeboden onder de oude naam “infines”, geen aanleiding kan geven om verwarring te doen ontstaan en dus geen overtreding is van het stakingsbevel. De beslissing van de appelrechters in de laatste alinea op pagina 23 van het bestreden arrest, richt zich wel degelijk naar het doel en de strekking van de dwangsomveroordeling, zonder de inhoud van de dwangsomtitel te wijzigen, te beperken of uit te breiden. Er wordt evenmin een uitleg gegeven van de dwangsomtitel die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan. De appelrechters beantwoorden het in het middel bedoelde verweer en verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Conclusie: Verwerping. _________________________________
(1)Cass. 19 december 2003, AR C.02.0147.F, AC 2003, nr. 662, ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031219.5.
(2)WAGNER K., Dwangsom, APR 2003, 113-114.
(3)DE LEVAL G. (ed.), Droit judiciaire – Tome 2: Procédure civile – Volume 3: Saisies conservatoires, voies d'exécution et règlement collectif de dettes Arbitrage, médiation et droit collaboratif Procédure électronique, Larcier 2021, 184, nr. 10.165.
(4)Zie Cass. 1 juni 2023, AR F.22.0156.F, AC 2023, nr. 398, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230601.1F.3.
(5)Vb. Cass. 9 juni 2023, AR C.22.0033.N, AC 2023, nr. 427, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230609.1N.1; Cass. 7 oktober 2022, AR C.21.0221.N, AC 2021, nr. 614, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221007.1N.5; Cass. 8 februari 2021, NjW 2021, 927 met noot THIRIAR P.; Cass. 21 januari 2021, AR C.19.0204, arrest niet gepubliceerd, NjW 2021, 770 met noot SYS. W.; Cass. 14 juni 2019, AR C.18.0517.N, AC 2019, nr. 373, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.6. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250103.1N.5 citeert: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031219.5 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.6 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221007.1N.5 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230601.1F.3 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230609.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div