← België

Group S-Sociaal Secretariaat contra Actualic

Obsah (7)Art. 13Art. 15Art. 16Art. 17Art. 18Art. 564Art. 812

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 13 januari 2025

Art. 13

- 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -

Art. 15

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -

Art. 16

, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -

Art. 17

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -

Art. 18

- 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -

Art. 564

- 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 812

, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de conclusie S.23.0024.N Conclusie van de Advocaat-generaal Vanderlinden:

  1. Eiseres tot cassatie komt op tegen een arrest van het Arbeidshof Gent, afdeling Gent, gewezen op 27 juni
  2. Door eiseres wordt er één middel aangevoerd.
  3. Ontvankelijkheid. (…)
  4. Het middel. a. Probleemstelling. De problematiek betreft de vraag inzake de criteria die dienen weerhouden te worden, en de toepassing hiervan, opdat een rechter bevoegd is om kennis te nemen van tussenvorderingen inzake gedwongen tussenkomst bij de behandeling van de hoofdvordering die voor zijn zetel wordt behandeld. b. Beoordeling. Het middel is gegrond. Tussenvorderingen betreffen het aspect prorogatie van bevoegdheden van de rechter in het kader van de hoofdvorderingen die voor zijn zetel worden gebracht

(1). Immers, ingevolge artikel 564 Gerechtelijk Wetboek neemt de rechter voor wie het geschil inzake de hoofdvordering aanhangig is kennis van de vorderingen tot tussenkomst. Bij een gedwongen vrijwaringsvordering wordt een derde in een lopend geding betrokken. Dit heeft gebeurlijk tot gevolg dat deze derde voor een rechter dient te verschijnen die niet zijn natuurlijke rechter is
(2). Het is dan ook zo dat, opdat er sprake kan zijn van de prorogatie van bevoegdheden, er een samenhang dient te zijn tussen de hoofdvordering en de tussenvordering
(3). Eén en ander kadert in het belang dat een partij heeft om de tussenkomst van de derde te vorderen. Dit belang is er slechts indien er een samenhang is tussen de hoofdvordering en de tussenvordering. Wanneer het gaat om een gedwongen tussenkomst, dus een agressieve tussenvordering, komt de vereiste van een nauwe band tussen de hoofdvordering en de tussenvordering nog meer op de voorgrond. Het is immers mogelijk dat de derde op dat ogenblik niet verschijnt voor zijn natuurlijke rechter
(4). Van belang is evenwel ook dat, in tegenstelling tot een bewarende tussenkomst, de agressieve tussenkomst een eigen voorwerp heeft dat zich onderscheidt van de hoofdvordering. Bij een vrijwaringsvordering bestaat dit er in om de derde te horen veroordelen
(5). Het gegeven dat er sprake is van een voorwerp dat verschilt van dat van de hoofdvordering is geen beletsel dat er sprake is van een band tussen de beide vorderingen. Immers de vrijwaringsvordering is, door de aard van deze vordering, gelieerd met de hoofdvordering. Het betreft een tekortkoming/verplichting van de gedaagde in vrijwaring die aan de basis ligt van de vordering in tussenkomst. Het is deze verplichting/tekortkoming die, in hoofde van de eiser in de vrijwaringsvordering, een impact heeft op het geschil dat behandeld wordt in de hoofdvordering, meer in het bijzonder in zijn uiteindelijke gehoudenheid bij een gebeurlijke veroordeling in het kader van de hoofdvordering. Er dient echter wel op gewezen te worden dat deze uitbreiding van bevoegdheden niet ongebreideld is. Deze vindt immers geen doorgang indien het een tussenvordering betreft die tot de exclusieve bevoegdheid van een andere rechter behoort. Evenwel, gelet op het gegeven dat een tussenvordering, opdat hij ontvankelijk is, een samenhang dient te hebben met de hoofdvordering is het weinig waarschijnlijk dat er sprake is van een exclusieve bevoegdheid van een andere rechter
(6)
(7). Zo de tussenvordering een gedwongen vordering in vrijwaring is dan is deze band nog meer voor de hand liggend. Zoals hoger reeds werd gesteld stelt de rechter in feite vast of er al dan niet sprake is van een band tussen de hoofdvordering en de tussenvordering. Op deze beoordeling oefent Uw Hof een marginale toetsing uit. Met de overwegingen van de appelrechters zoals deze aan te treffen zijn op de bladzijden 24 en 25, de randnummers 5.5.2 en 5.5.3, verantwoorden ze niet naar recht hun oordeel dat de gestelde vorderingen tot vrijwaring niet ontvankelijk zijn bij gebrek aan voldoende band. Conclusie: Cassatie. __________________________
(1)G. CLOSSET-MARCHAL, “Demande principale et demande incidente: dépendance ou autonomie?”, in Le procès au pluriel, Bruylant, Brussel, 1997, randnummer 20, pagina 39.
(2)S. MOSSELMANS, “Tussenvorderingen in het civiele geschil”, APR, Kluwer, Mechelen, 2007, p. 238.
(3)S. MOSSELMANS, o.c., p. 216 en G. CLOSSET-MARCHAL, o.c. randnummer 17, pagina 37.
(4)S. MOSSELMANS, o.c., p. 238.
(5)P. THION, “De tegenvordering en de vordering tot tussenkomst, in Goed procesrecht – Goed procederen”, Kluwer, Mechelen, 2004, p. 299; S. MOSSELMANS, o.c., p. 216 en G. CLOSSET-MARCHAL, o.c. randnummer 17, pagina 37.
(6)G. CLOSSET-MARCHAL, o.c., randnummer 20.
(7)Het feit dat in het kader van een vrijwaringsvordering de veroordeling van de derde wordt gevorderd kan inderdaad tot gevolg hebben dat de aldus gestelde vordering normaal tot de bevoegdheid van een andere rechter zou behoren. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250113.3N.4 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250113.3N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.