id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 17 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250117.1N.6 Rolnummer: C.23.0039.N Zaak: PALMYRA BRANDS nv contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2025-02-25 Raadplegingen: 315 - laatst gezien 2026-06-19 04:24 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250117.1N.6 Fiche 1 De belangenconflictprocedure is niet van toepassing op beslissingen die behoren tot de bevoegdheid van de algemene vergadering
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALGEMEEN. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS Vrije woorden: Beslissing van de algemene vergadering - Belangenconflictregeling - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Art. 523, § 1 - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Fiche 2 Wanneer de algemene vergadering zelf beslist tot de inkoop van eigen aandelen, is de belangenconflictprocedure op deze beslissing niet van toepassing, maar wanneer de algemene vergadering de raad van bestuur machtigt om eigen aandelen in te kopen en de raad van bestuur daarop een beslissing neemt om tot dergelijke inkoop over te gaan, de belangenconflictprocedure op deze laatste beslissing wel van toepassing is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALGEMEEN. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS Vrije woorden: Inkoop eigen aandelen - Beslissing van de algemene vergadering - Machtiging raad van bestuur - Beslissing raad van bestuur - Belangenconflictregeling - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Art. 620, § 1 - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Tekst van de conclusie C.23.0039.N Conclusie van advocaat-generaal S. RAVYSE: 1 Situering.
- Uit de stukken waarop het Hof acht mag slaan, blijkt dat de eiseres op 27 december 2017 haar eigen aandelen inkoopt van de eerste verweerder en tweede verweerster. De eiseres dagvaardt op 8 juni 2020 de verweerders teneinde de verkoopovereenkomst van 27 december 2017 nietig te laten verklaren wegens miskenning van de belangenconflictregeling (art. 523, § 1, van het Wetboek van vennootschappen (WVV)). Zowel de eerste rechter als het bestreden arrest van 24 november 2022 van het hof van beroep Antwerpen verklaren de vordering van de eiseres ongegrond. Samengevat oordeelt de appelrechter dat de belangenconflictregeling niet van toepassing is op beslissingen die tot de bevoegdheid van de algemene vergadering behoren, zoals de inkoop van eigen aandelen.
- De eiseres komt met één middel op tegen dit arrest. 2 Bespreking.
- Het eerste onderdeel gaat ervan uit dat de algemene vergadering de beslissing tot inkoop van eigen aandelen niet zelfstandig kan nemen en het een gedeelde bevoegdheid betreft tussen de raad van bestuur en de algemene vergadering. De inkoop van eigen aandelen vereist volgens de eiseres nog een concrete beslissing van het bestuursorgaan. In het geval van een gedeelde bevoegdheid is de belangenconflictprocedure van toepassing op de besluitvorming door de raad van bestuur. Gelet op de verantwoordelijkheid en beslissingsbevoegdheid van het bestuursorgaan in deze materie, is de inkoop van eigen aandelen volgens de eiseres bijgevolg ook een verrichting die onder het toepassingsgebied van artikel 523 Wetboek van vennootschappen (WVV) valt. Vermits door de overeenkomst aandelen van eiseres werden overgedragen door een bestuurder van eiseres en een vennootschap gecontroleerd door een bestuurder van eiseres aan eiseres, diende volgens de eiseres artikel 523 Wetboek van Vennootschappen te worden nageleefd. Anders dan de appelrechter oordeelt wordt de uiteindelijke beslissing ingeval van een inkoop van eigen aandelen volgens de eiseres niet op het niveau van de algemene vergadering genomen. Door te beslissen dat de belangenconflictprocedure zoals bepaald in artikel 523 Wetboek van Vennootschappen niet van toepassing is op de beslissing van de raad van bestuur om over te gaan tot de inkoop van eigen aandelen ingevolge een verkoop door een bestuurder, terwijl de beslissing of verrichting om over te gaan tot een inkoop van eigen aandelen een verrichting is die behoort tot de gedeelde bevoegdheid van de raad van bestuur, schendt de appelrechter (volgens de eiseres) de artikelen 522, 523 en 620 van het Wetboek van Vennootschappen.
- Artikel 523, § 1, WVV bepaalt dat indien een bestuurder, rechtstreeks of onrechtstreeks, een belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met een beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid behoort van de raad van bestuur, hij dit moet mededelen aan de andere bestuurders vóór de raad van bestuur een beslissing neemt. Uit deze bepaling volgt dat de belangenconflictregeling toepasselijk is bij een beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid behoort van de raad van bestuur
(1). De wet voorziet niet dat een beslissing van de algemene vergadering aan de belangenconflictregeling is onderworpen
(2). Artikel 620, § 1, 1°, WVV bepaalt dat de verkrijging door een naamloze vennootschap van haar eigen aandelen onderworpen is aan een voorafgaand besluit van de algemene vergadering, genomen met inachtneming van de in artikel 559 Wetboek van Vennootschappen bepaalde voorschriften inzake quorum en meerderheid. Uit deze bepaling volgt dat de beslissing tot inkoop van eigen aandelen wordt genomen door de algemene vergadering. De appelrechter die op grond van deze bepalingen oordeelt dat de beslissing tot inkoop van eigen aandelen onderworpen is aan een voorafgaand besluit van de algemene vergadering en de belangenconflictprocedure niet van toepassing is op beslissingen die behoren tot de bevoegdheid van de algemene vergadering, verantwoordt zijn beslissing naar recht
(3). In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere opvatting, faalt het naar recht. De appelrechter motiveert die beslissing met de overweging dat de wetgever met de belangenconflictenprocedure de vennootschap en haar aandeelhouders wilde beschermen tegen bestuurders die bij een beslissing of verrichting, die tot de bevoegdheid van de raad van bestuur behoort, hun eigen vermogensrechtelijk belang zouden laten primeren op het vennootschapsbelang. Verwijzend naar die doelstelling overweegt de appelrechter dat de belangenconflictenprocedure niet toepasselijk is op de beslissingen van de algemene vergadering omdat de aandeelhouders worden beschermd door de mogelijkheid om te participeren in de algemene vergadering
(4). 5. De omstandigheid dat de raad van bestuur vervolgens beslissingen zou nemen met betrekking tot de uitvoering van de inkoop, doet geen afbreuk aan de vereiste toelating daartoe door de algemene vergadering
(5). Deze vereiste voorafgaande beslissing van de algemene vergadering onderscheidt zich van de uitvoering van de inkoop van de eigen aandelen door de raad van bestuur. Dat bij het nemen van de beslissing door de algemene vergadering de belangenconflictregeling niet toepasselijk is, neemt niet weg of sluit niet uit dat de belangenconflictregeling wel toepasselijk kan zijn bij de uitvoering van de beslissing door de raad van bestuur op grond van het voormelde artikel 523, § 1, WVV. In die zin kan de visie van de eiseres worden gevolgd. De appelrechter heeft dit (evenwel) geenszins uitgesloten en enkel geoordeeld dat de belangenconflictregeling niet geldt bij beslissingen door de algemene vergadering. Daarmee heeft de appelrechter aldus niet geoordeeld dat de belangenconflictregeling niet toepasselijk is bij beslissingen van de raad van bestuur. In zoverre het onderdeel uitgaat van het tegendeel, mist het feitelijke grondslag.
- Het tweede onderdeel bevat twee grieven. De appelrechter zou de bewijskracht van de conclusie van de eiseres schenden door deze conclusie zo te interpreteren dat dat eiseres bevestigt dat de transactie niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een beslissing van de raad van bestuur en dat er geen enkele beslissing van de raad van bestuur voorligt, terwijl de eiseres ondubbelzinnig aanvoerde dat de transactie wel het voorwerp heeft uitgemaakt van de beslissing van de raad van bestuur (eerste grief). In zoverre de beslissing van de appelrechter moet worden gelezen als dat de belangenconflictprocedure niet nageleefd moet worden, aangezien er geen formele beslissing van de raad van bestuur voorligt (in de vorm van notulen), terwijl de belangenconflictprocedure van toepassing is ongeacht of er al dan niet een formele beslissing wordt genomen door de raad van bestuur, schendt de appelrechter artikel 523 Wetboek van Vennootschappen (tweede grief).
- De eiseres heeft in haar syntheseconclusie vermeld dat “de transactie zelf inderdaad niet het voorwerp [was] van een (geldige) interne beslissing van het bestuursorgaan”. De overweging van de appelrechter dat “[de eiseres] in haar conclusie overigens zelf [bevestigt] dat de transactie niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een beslissing van de raad van bestuur”, is bijgevolg niet onverenigbaar met de syntheseconclusie van eiseres. Deze (eerste) grief mist feitelijke grondslag.
- Anders dan waar de tweede grief van uitgaat oordeelt de appelrechter niet dat de belangenconflictprocedure niet nageleefd moet worden omdat er geen formele beslissing van de raad van bestuur voorligt. De appelrechter oordeelt enkel dat geen beslissing van de raad van bestuur voorligt en dat de belangenconflictprocedure zoals bepaald in artikel 523, § 1, Wetboek van Vennootschappen bijgevolg geen toepassing kent. Ook deze (tweede) grief mist feitelijke grondslag. Besluit: verwerping. __________________________________
(1)TILLEMAN B. en DEWAELE K., “Bestuur van vennootschappen”, Brugge, die Keure 2022, p. 318, nr. 498; VOS T., “Belangenconflicten in het Belgisch vennootschapsrecht: een kritische analyse van het WVV na de omzetting van de Tweede Aandeelhoudersrichtlijn”, TPR 2020, 251-252.
(2)VOS T., “Kan de belangenconflictprocedure van toepassing zijn op de inkoop van eigen aandelen”, RPS-TRV 2023, 486; ERNST P., “Belangenconflicten in de naamloze vennootschappen”, Antwerpen, Intersentia 1997, nr. 534, 482.
(3)COOLS S., “Algemene beginselen inzake de bevoegdheden van de algemene vergadering en de raad van bestuur”, TRV 2018, 454.
(4)VOS T., “Belangenconflicten in het Belgisch vennootschapsrecht: een kritische analyse van het WVV na de omzetting van de Tweede Aandeelhoudersrichtlijn”, TPR 2020, 251-252. Deze auteur merkt terecht op dat deze bescherming illusoir kan zijn, als de algemene vergadering wordt gedomineerd door een referentieaandeelhouder. De lege ferenda kan zeker gedacht worden aan een uitgewerkte belangenconflictprocedure op het niveau van de algemene vergadering, maar die beslissing komt uiteraard toe aan de wetgever, en niet aan de rechter.
(5)CRUYSMANS T., “Modification du régime d'aquisition d'actions propres: un petit goût de trop peu ?” TBH 2022, 1119. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250117.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250117.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div