id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 11 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250211.2N.1 Rolnummer: P.24.0985.N Zaak: L. contra H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2025-03-11 Raadplegingen: 230 - laatst gezien 2026-06-15 04:53 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250211.2N.1 Fiches 1 - 2 Artikel 9 Dematerialisatiewet bepaalt niet op straffe van nietigheid dat de van rechtswege omgezette effecten moesten worden ingeschreven op naam van de emittent en slechts op naam van de rechthebbende van die effecten konden worden ingeschreven nadat deze zich bekend had gemaakt en evenmin bepaalt dat artikel hoe de rechthebbende zich bekend moest maken; artikel 7 Dematerialisatiewet, dat slaat op een vorige omzettingsfase waarin effecten nog niet van rechtswege waren omgezet, is desbetreffend niet van overeenkomstige toepassing, maar wel dient voor de interpretatie van artikel 9 Dematerialisatiewet rekening te worden gehouden met de onveranderde bedoeling van de wetgever om, naast de opheffing van de anonimiteit verbonden aan de effecten aan toonder, conflictsituaties te vermijden die konden ontstaan door het nog opduiken van effecten aan toonder na de omzetting ervan in effecten op naam
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Naamloze vennootschappen Vrije woorden: Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Inschrijving op naam van de emittent - Inschrijving op naam van de rechthebbende nadat deze zich bekend heeft gemaakt - Geen sanctie - Doel van de wetgever - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - 14-12-2005 - Art. 7 - 31 ELI link Pub nr 2005009962 Wet 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - 14-12-2005 - Art. 9 - 31 ELI link Pub nr 2005009962 Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALLERLEI Vrije woorden: Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Inschrijving op naam van de emittent - Inschrijving op naam van de rechthebbende nadat deze zich bekend heeft gemaakt - Geen sanctie - Doel van de wetgever - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - 14-12-2005 - Art. 7 - 31 ELI link Pub nr 2005009962 Wet 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - 14-12-2005 - Art. 9 - 31 ELI link Pub nr 2005009962 Fiches 3 - 4 De enkele omstandigheid dat effecten aan toonder werden omgezet in effecten op naam zonder dat de rechthebbende op die aandelen dat vooraf formeel en met overlegging van zijn aandelen aan toonder had gevraagd, tastte de rechtsgeldigheid van die omzetting niet aan, noch belette dit de uitoefening van de rechten verbonden aan de omgezette aandelen door de rechthebbende; integendeel konden vanaf 1 januari 2014, indien de rechthebbende op de effecten gekend was en er redelijkerwijze geen conflictsituatie kon ontstaan die de wetgever heeft willen vermijden, effecten aan toonder zonder meer en dus ook zonder dat de effecten eerst moesten worden ingeschreven op naam van de emittent, in het aandeelhoudersregister worden ingeschreven op naam van de rechthebbende, zonder dat daarop van rechtswege enige nietigheidssanctie van toepassing was
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Naamloze vennootschappen Vrije woorden: Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Rechtstreekse inschrijving op naam van de rechthebbende - Geen formele vraag en overlegging van de effecten - Rechtsgeldigheid van de omzetting - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - 14-12-2005 - Art. 9 - 31 ELI link Pub nr 2005009962 Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALLERLEI Vrije woorden: Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Rechtstreekse inschrijving op naam van de rechthebbende - Geen formele vraag en overlegging van de effecten - Rechtsgeldigheid van de omzetting - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - 14-12-2005 - Art. 9 - 31 ELI link Pub nr 2005009962 Fiches 5 - 7 De rechter kan oordelen dat een aandelenregister dat slechts door één bestuurder is opgesteld en ondertekend in het kader van een voorgenomen aandelentransactie, de rechtskracht heeft om de omzetting van de erin vermelde aandelen aan toonder in aandelen op naam van de rechthebbende op die aandelen vast te stellen, ongeacht of deze laatste dat register alsdan heeft ondertekend, dan wel zijn aandelen aan toonder vooraf fysiek heeft overhandigd aan het bevoegde bestuursorgaan van de vennootschap
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Allerlei Vrije woorden: Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Aandeelhoudersregister - Inschrijving op naam van de rechthebbende - Rechtskracht om de omzetting vast te stellen - Ondertekening - Overhandiging van de aandelen aan toonder - Grens Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALLERLEI Vrije woorden: Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Rechtskracht om de omzetting vast te stellen - Ondertekening - Overhandiging van de aandelen aan toonder - Grens Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: Waarheidsvermomming - Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Aandeelhoudersregister - Inschrijving op naam van de rechthebbende - Rechtskracht om de omzetting vast te stellen - Ondertekening - Overhandiging van de aandelen aan toonder - Grens Tekst van de conclusie P.24.0985.N Conclusie van advocaat-generaal D. SCHOETERS: I. Het onderzoek van de middelen. Eerste middel. 1. De eiser voert in het eerste middel de schending aan van de artikelen 193, 196, 197, 213 en 214 Strafwetboek en de artikelen 7, 9, 10 en 11 van de Wet van 14 december 2005 houdende de afschaffing van de effecten aan toonder
(1)(hierna genoemd “Dematerialisatiewet”). Volgens eiser oordeelt het bestreden arrest ten onrechte dat het aandeelhoudersregister van nv S., dat eiser op 1 november 2014 heeft opgesteld en waarin hij alle 20.000 aandelen van nv S. heeft ingeschreven op naam van die vennootschap, vals is. Het bestreden arrest schendt volgens eiser de vermelde wetsbepalingen door te oordelen dat aandelen aan toonder van de nv S. in de zomer van 2014 krachtens artikel 9 van de Dematerialisatiewet van rechtswege waren omgezet in aandelen op naam van H. (i.e. eerste verweerder) aangezien deze als rechthebbende bekend was, ook al waren de aandelen aan toonder niet fysiek aan de emittent overhandigd en door te oordelen dat het niet-gedateerde en niet-ondertekende (eerste) aandeelhoudersregister van de zomer van 2014 door deze omzetting van rechtswege een juridische waarde had verkregen. De essentie van het middel komt er mijns inziens op neer dat het bestreden arrest volgens eiser ten onrechte juridische waarde hecht aan het (eerste) aandeelhoudersregister dat eiser had opgesteld in de zomer van
- De Dematerialisatiewet zou volgens eiser vereisen dat de aandelen aan toonder die vóór 1 januari 2014 niet zijn omgezet in aandelen op naam overeenkomstig artikel 7, § 2, Dematerialisatiewet, van rechtswege worden omgezet in aandelen op naam van de emittent en slechts kunnen worden omgezet in aandelen op naam van de houder van de aandelen aan toonder, op voorwaarde dat daaraan voorafgaand door de betrokkene bij de emittent een aanvraag tot omzetting werd ingediend én op voorwaarde dat aandelen aan toonder fysiek worden overhandigd aan de emittent. Zonder de fysieke overhandiging zou de vermelding in een aandeelhoudersregister van de naam van een andere persoon dan de emittent geen enkele juridische waarde hebben. Bij deze – volgens eiser de juiste - interpretatie en toepassing van de artikelen 7, 9, 10 en 11, Dematerialisatiewet zou er geen sprake kunnen zijn van enige waarheidsvermomming.
- Het bestreden arrest verklaart eiser schuldig aan feiten van valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken, die het als volgt heromschrijft: “Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het Strafwetboek, Met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, in handels- of bankgeschriften of in private geschriften valsheid te hebben gepleegd door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die deze akten ten doel hadden op te nemen en vast te stellen, en met hetzelfde bedrieglijk opzet of met hetzelfde oogmerk om te schaden, van de valse akte of van het valse stuk gebruik te hebben gemaakt (art. 193,196 lid 1 en 5, en 214 Sw.) Te Duffel en bij samenhang elders in het Rijk, tussen 31 oktober 2014 en 3 juli 2015, de valsheid gepleegd zijnde op 1 november 2014, het gebruik geduurd hebbende tot 2 juli 2015 namelijk door valselijk een aandeelhoudersregister voor de nv S. met ondernemingsnummer xxx.xxx.xxx op te stellen waarbij 20.000 aandelen aan toonder werden ingeschreven op naam van diezelfde NV, terwijl er al een aandeelhoudersregister bestond waarin deze aandelen waren ingeschreven op naam van H. [i.e. eerste verweerder ] en terwijl hij wist dat de verweerder eigenaar was van deze aandelen, met het bedrieglijk opzet om vervolgens deze aandelen openbaar te laten verkopen in toepassing van de Dematerialisatiewet van 14 december 2005, en met datzelfde bedrieglijk opzet gebruik te hebben gemaakt van het valse aandeelhoudersregister om daadwerkelijk tot dergelijke openbare verkoop te laten overgaan, het valse stuk neergelegd zijnde ter griffie als OS 17/0826 en in kopie gevoegd bij het strafdossier, grijze kaft I, algemeen dossier, stuk 11, bijlage 2”
- Het bestreden arrest steunt de schuldigverklaring aan deze heromschreven feiten in essentie op de volgende gronden: - uit het strafdossier blijkt dat de eiser op 1 november 2014 een aandeelhoudersregister, tot dan blanco, heeft ingevuld, waarbij hij 20.000 aandelen inschreef op naam van de emittent, dat nadien werd bewaard op het zeteladres van nv S.; dit is het van valsheid verdachte stuk (p.11); - het register werd gebruikt als eerste stap in de voorgehouden toepassing van de Dematerialisatiewet, onder dewelke de 20.000 aandelen van nv S. werden ingeschreven op naam van de emittent – wat een noodzakelijke stap was om vervolgens de aandelen ingeschreven op naam van de emittent publiek te laten verkopen en deze verkopen na uitvoering in te schrijven in het register (p. 12); - een belangrijk gegeven is de samenstelling van de raad van bestuur van nv S.: deze bestond vanaf 20 december 2013 uit vier personen, met name beklaagde, die benoemd werd als gedelegeerd bestuurder, en drie vennootschappen met zetel te Maleise, respectievelijk vertegenwoordigd door eerste verweerder, zijn zoon de tweede verweerder en een andere zoon van eerste verweerder, waarbij eiser de enige bestuurder was die effectief in België woonde en wist dat zijn medebestuurders en hun vertegenwoordigers in het buitenland woonden (p. 22); - per 1 januari 2008 had nv S. 20.000 aandelen aan toonder, zonder nominale waarde; na 1 januari 2008 werden de aandelen niet prompt omgezet hetzij in effecten op naam hetzij in gedematerialiseerde effecten, evenmin werden de statuten aangepast (p. 26); - de procedure van artikel 7, § 2, Dematerialisatiewet werd niet gevolgd tegen uiterlijk 31 december 2013 (p. 27); - na het verstrijken van de in artikel 7 vermelde termijn, werden de aandelen aan toonder “van rechtswege omgezet in effecten op naam” (artikel 9 Dematerialisatiewet). Het normdoel van de wetgever was de inschrijving op naam van de “rechthebbende”, zijnde degene die op geldige wijze kon aantonen rechten te hebben op effecten. De wetgever verbond in artikel 9 Dematerialisatiewet aan de van rechtswege omgezette aandelen in aandelen op naam geen voorwaarde van de overhandiging van papieren aandelen aan toonder, zoals in artikel 7, § 2, Dematerialisatiewet. Als “de rechthebbende” bekend was, werden de aandelen aan toonder bij de omzetting van rechtswege omgezet in effecten op naam, en dan in het bijzonder op naam van deze rechthebbende. Enkel voor zover “de rechthebbende” onbekend was aan het bestuur van een vennootschap, zouden “omgezette effecten” worden ingeschreven op naam van de emittent. Nadien kon de rechthebbende dan in rechte zijn hoedanigheid kenbaar maken en vorderen dat zijn effecten werden ingeschreven op zijn naam in het register van effecten op naam. Het tegendeel toelaten, zou de deur openzetten voor verregaande kwade trouw van de bestuurders en ingaan tegen de geest van de wet (p. 27); - op 1 juli 2014 had de nv S. een maatschappelijk kapitaal verspreid over 20.000 aandelen zonder nominale waarde, die van rechtswege waren omgezet van “aandelen aan toonder” in “aandelen op naam”, nadat de termijn van artikel 7 Dematerialisatiewet verstreken was (p. 28); - het arrest beschrijft uitvoerig welke handelingen eiser verrichte na 1 juli 2014, waaruit onder meer het volgende blijkt: In de zomer van 2014 wilde de eiser vanwege de eerste verweerder 10.000 aandelen van nv S. nv kopen. De eiser bezorgde aan eerste verweerder een overeenkomst hiertoe met als datum 1 juli 2014, waarin letterlijk was vermeld dat de eerste verweerder eigenaar was van alle 20.000 aandelen van nv S. Verder bezorgde eiser een door hemzelf opgesteld, ingevuld en reeds voor overdracht ondertekend aandeelhoudersregister aan de eerste verweerder, waarin deze laatste werd vermeld als eigenaar van alle 20.000 aandelen van nv S. Er werd echter geen overeenstemming bereikt over de prijs, zodat de eerste verweerder de overeenkomst niet heeft ondertekend, evenmin als, op dat moment, het aandeelhoudersregister. Daarna verzuurde de relatie tussen eiser en de enige aandeelhouder (zijnde de eerste verweerder). Op 1 augustus 2014 nam de eiser ontslag met een opzeggingstermijn tot en met 31 augustus
- De overige bestuurders aanvaardden die termijn niet en deelden aan de eiser mee dat het hem niet was toegelaten om eenzijdig beslissingen te nemen die de onderneming aanbelangden zonder goedkeuring van de volledige raad van bestuur (randnummer d.5 van rubriek 4.3.2., p. 29-33); - eiser, benoemd tot bestuurder en gedelegeerd bestuurder, wist per 1 juli 2014 dat eerste verweerder de enige eigenaar was van alle 20.000 aandelen; het bestreden arrest verwijst naar de elementen opgesomd in randnummer d.4 en d.5 van rubriek 4.3.2 en inzonderheid naar het gegeven dat eiser zelf in de zomer van 2014 een aandeelhoudersregister opstelde waarin hij dit feitelijk gegeven vermeldde en dit register zelf overhandigde aan eerste verweerder als zijnde de persoon vernoemd in het register als de eigenaar van alle aandelen, alsmede naar het door eiser opgestelde ontwerp van koopovereenkomst voor 10.000 van de 20.000 aandelen waarin eerste verweerder als juridische eigenaar van de aandelen werd aangeduid (p. 28 en 43); - vanaf 28 oktober 2014 zette de eiser de machinatie in gang, alsof hij niet wist wie de eigenaar was van de 20.000 aandelen van nv S.; de appelrechters verwijzen naar een chronologie en verschillende stukken, waaruit blijkt dat eiser correspondentie over de vereiste dematerialisatie van de aandelen van nv S. en over de samenroeping van een raad van bestuur enkel verstuurde aan het vennootschapsadres van nv S., wetende dat die correspondentie de verweerders daar niet zou bereiken, dat eiser alleen deelnam aan de door hem bijeengeroepen raad van bestuur en hij zich daarin gelastte met de procedure tot dematerialisatie, dat eiser dit alles verzweeg in zijn overige correspondentie met de verweerders en weigerde informatie te verstrekken waar de verweerders hem om vroegen (randnr. d.6 van rubriek 4.3.2); - de eerste verweerder besliste 19.999 aandelen van nv S. over te dragen aan de tweede verweerder. De eerste verweerder heeft die overdracht op 30 december 2024 genoteerd in het hem in de zomer van 2014 door de eiser overhandigde aandelenregister, dat hij heeft bijgehouden. Hieruit blijkt dat de eerste verweerder de juridische waarde van dat register begreep en dat de verweerders hieraan in de zomer van 2014 wel al juridisch belang hechtten (p. 35, 36, 52 en 53); - eiser was op de hoogte van de overdracht van de aandelen van eerste verweerder aan tweede verweerder en van het gegeven dat tweede verweerder de leiding van het bedrijf zou overnemen (p. 35); - de eiser vulde op 1 november 2014 als “managing director” een tweede maal een tot dan blanco aandeelhoudersregister in, dus een ander register dan dat van in de zomer van
- In het register van 1 november 2014 werden de aandelen ingeschreven op naam van de emittent, verwijzend naar artikel 9 Dematerialisatiewet, waarbij het arrest oordeelt dat het niet aannemelijk is dat de eiser juridisch die bevoegdheid had, gelet op zijn vermelde ontslag en de erop volgende aanzegging door de overige bestuurders (p. 36); - na voorafgaande bekendmakingen in het Belgisch Staatsblad op 6 mei 2015 en 8 juni 2015 vond op 30 juni 2015 een eerste openbare verkoop van aandelen plaats. Een zoon van de eiser kocht 10.001 aandelen, wat op 2 juli 2015 werd ingeschreven in het op het zeteladres bewaarde aandeelhoudersregister van 1 november
- Op 1 september 2015 werden de overige aandelen aangekocht door derden. Alle 20.000 aandelen werden verkocht voor 165.405,86 euro, bedrag dat na aftrok van de kosten werd gestort bij de Deposito- en Consignatiekas. De verweerders waren daarvan niet op de hoogte (p.40 en 41); - de eiser heeft aan eerste verweerder nooit verzocht om voorlegging van de papieren effecten zelf of om voorlegging van een bewijs waaruit het aandeelhouderschap dan wel eigendomsrecht van de eerste verweerder bleek. De eiser wist dat de eerste verweerder de enige eigenaar was van alle 20.000 aandelen, zoals onder meer blijkt uit het eerste aandeelhoudersregister dat de eiser aan de eerste verweerder had overhandigd samen met een aankoopovereenkomst van aandelen (p. 44); - de logische en vanzelfsprekende toepassing van de Dematerialisatiewet bestaat erin dat wanneer, zoals hier, na het verstrijken van de in artikel 7 van die wet bepaalde termijn de identiteit van de eigenaar van de aandelen aan toonder gekend is, deze geen aanvraag als bedoeld in artikel 7, § 2, Dematerialisatiewet meer moest indienen noch zijn aandelen aan toonder moest overhandigen aan de vennootschap, te meer daar er reeds een eerste, legitiem, rechtsgeldig aandeelhoudersregister bestond waarin was vermeld dat de eerste verweerder de eigenaar van alle 20.000 aandelen was en waarin de omzetting reeds was voltrokken, minstens bekrachtigd (p. 44 - 45). - vanaf de aanmaak van het eerste aandeelhoudersregister door eiser en invulling ervan had nv S. een rechtsgeldig, bestaand, legitiem aandeelhoudersregister; ook eerste verweerder begreep de juridische waarde van het register gezien hij het bijhield (en er later, op 30 december 2014, een aandelenoverdracht aan zijn zoon tweede verweerder, in vermeldde) (p. 45-46); - eiser vermocht dan ook niet op 1 november 2014 een tweede maal een aandeelhoudersregister in te vullen, alsof er geen eerste aandeelhoudersregister bestond waarin werd neergeschreven dat alle 20.000 aandelen toebehoorden aan eerste verweerder. Eiser wist dat hij een vals document opstelde omdat er al eerder een aandeelhoudersregister was aangemaakt; de inschrijving op naam van de emittent was ronduit bedrieglijk (p. 46); - de wetgever heeft met de Dematerialisatiewet geen vennootschapsrechtelijke institutionele kwade trouw willen uitlokken, toelaten of faciliteren ten bate van vennootschapsbestuurders die in onmin leefden met de door hen gekende (enige of meerderheids)aandeelhouder van een vennootschap, maar enkel voorzien in de situatie waarin de aandeelhouder werkelijk niet gekend is en zich niet manifesteert (p. 46-47); - de eiser handelde te kwader trouw en met het vereiste bedrieglijk opzet voor het plegen van valsheid in geschriften. Hij handelde daarbij niet onder druk van mogelijk strafrechtelijke sancties bepaald in de Dematerialisatiewet, noch om aansprakelijkheidsrisico’s te ontwijken (p. 48, 55 en 57).
- De Dematerialisatiewet bevat een regeling voor de geleidelijke afschaffing van aandelen aan toonder en vervanging van bestaande aandelen aan toonder door aandelen op naam of gedematerialiseerde aandelen
(2)
(3). De eerste doelstelling van de wetgever is de afschaffing van de voor effecten aan toonder kenmerkende anonimiteit. De anonimiteit en materiële aard van deze effecten zet de deur open naar allerhande misbruiken (o.a. financiële criminaliteit, witwassen van gelden, financiering van terrorisme, fiscale fraude). Een tweede doelstelling is de modernisering van het effectenrecht
(4). Om deze doelstellingen te bereiken, kunnen sinds 1 januari 2008 geen aandelen aan toonder meer worden uitgegeven maar alleen nog aandelen op naam of gedematerialiseerde aandelen (artikel 3, § 1, Dematerialisatiewet). Voor bestaande aandelen aan toonder voorzag de wetgever in een gefaseerde omzetting van deze aandelen. Deze gefaseerde omzetting wordt geregeld door de artikelen 7, 9, 10 en 11, Dematerialisatiewet. De relevante bepalingen luiden: - in artikel 7, § 1 en § 2, Dematerialisatiewet: “§ 1. De effecten aan toonder die niet overeenkomstig artikel 5 zijn omgezet, moeten uiterlijk op 31 december 2013 worden omgezet in effecten op naam of in gedematerialiseerde effecten, binnen de beperkingen van de statutaire bepalingen en binnen de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de uitgifte
(5). §
- De omzetting in effecten op naam wordt aangevraagd bij de emittent. De aanvraag is slechts ontvankelijk wanneer de effecten waarvan de omzetting wordt gevraagd, aan de emittent worden overhandigd. De omzetting geschiedt door inschrijving van de effecten in de registers voorgeschreven bij of krachtens de wet. De inschrijving in de registers geschiedt binnen vijf werkdagen vanaf de aanvraag”. - in artikel 9 Dematerialisatiewet: “Na het verstrijken van de in artikel 7 vermelde termijn worden de effecten aan toonder die niet overeenkomstig artikel 5 of artikel 7, § 2 of 3, zijn omgezet, van rechtswege omgezet in gedematerialiseerde effecten en door de emittent op zijn naam ingeschreven op een effectenrekening. Als de statuten van de emittent echter niet voorzien in de uitgifte van gedematerialiseerde effecten of als de emittent samen met een vereffeningsinstelling of een erkende rekeninghouder, wanneer artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen wordt toegepast, niet de nodige regelingen heeft getroffen, worden de effecten aan toonder waarvoor geen omzetting in gedematerialiseerde effecten heeft plaatsgehad, van rechtswege omgezet in effecten op naam. Tot de rechthebbende zich bekend maakt en een inschrijving van de effecten op zijn naam verkrijgt, worden de omgezette effecten ingeschreven op naam van de emittent van de effecten. (…) De inschrijving van de effecten op naam van de emittent overeenkomstig dit artikel, verleent de emittent niet de hoedanigheid van eigenaar”. - in artikel 10 Dematerialisatiewet: “De uitoefening van elk recht, belichaamd in een effect aan toonder, wiens omzetting niet aangevraagd is overeenkomstig de bepalingen van deze wet, wordt opgeschort totdat een persoon, die rechtmatig zijn hoedanigheid van rechthebbende heeft kunnen aantonen, aanvraagt en verkrijgt dat zijn effecten worden ingeschreven op zijn naam in het register van effecten op naam (…).” - in artikel 11, § 2, eerste en tweede lid, en § 3, eerste, tweede en derde lid, Dematerialisatiewet: “ § 2 Vanaf 1 januari 2015 worden de effecten die niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten en waarvan de rechthebbende zich niet heeft bekendgemaakt op de dag van de verkoop, in openbare verkoop verkocht door de emittent. Deze verkoop heeft plaats mits voorafgaande bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en op de website van een marktonderneming die de markt van de openbare veiling exploiteert waarop de effecten verkocht zullen worden, van een bericht dat de tekst van deze paragraaf bevat en waarin aan de rechthebbende wordt gevraagd zijn rechten op het effect op te eisen. De verkoop kan slechts geschieden na het verstrijken van de termijn van een maand na de bekendmaking van het bericht, en wordt gestart binnen de 3 daaropvolgende maanden. (…) § 3 De persoon die de teruggave vraagt van de bedragen afkomstig van de in §§ 1 en 2 bedoelde verkoop, of van de effecten gedeponeerd en ingeschreven op naam van de Deposito- en Consignatiekas overeenkomstig § 4, levert aan de Deposito- en Consignatiekas de effecten onder hun papieren vorm. Enkel het schriftelijk bewijs wordt toegelaten voor het aantonen van vroegere operaties van effecten. Elk ander bewijsmiddel van hoedanigheid van rechthebbende, wordt overgelaten aan de appreciatie van de emittent, die als enige de verantwoordelijkheid voor de beslissing tot eventuele teruggave op zich neemt”.
- Samengevat komt de regeling op het volgende neer (gezien onderhavige zaak enkel handelt over de omzetting van aandelen aan toonder van een (niet-genoteerde) naamloze vennootschap in aandelen op naam, beperk ik mij tot deze vorm van omzetting en wordt de omzetting in gedematerialiseerde aandelen buiten beschouwing gelaten). In een eerste fase die eindigde op 31 december 2013 kunnen de houders van aandelen aan toonder deze aandelen laten omzetten in aandelen op naam. De omzetting geschiedt door inschrijving van de aandelen in het register voorgeschreven bij of krachtens de wet (het aandeelhoudersregister). Het betreft een vrijwillige omzetting op initiatief van de houder van de aandelen aan toonder die de omzetting moet aanvragen bij de emittent. De aanvraag is slechts ontvankelijk indien de aandelen waarvan de omzetting wordt gevraagd, aan de emittent worden overhandigd (art. 7, § 2, Dematerialisatiewet). Volgens Prof. Dr. H. BRAECKMANS is zulks evident en hij wijst er op dat de vennootschap (resp. haar bestuursorgaan) de verantwoordelijkheid draagt voor de inschrijving, en dat de overhandiging noodzakelijk is om de vernietiging van de omgezette aandelen aan toonder te realiseren
(6). Evenwel zou de raad van bestuur ook kunnen beslissen om deze aandelen aan toonder te bewaren
(7). Na het verstrijken van deze omzettingstermijn (31 december 2013) worden alle aandelen aan toonder waarvan de omzetting niet werd gevraagd, van rechtswege omgezet in gedematerialiseerde aandelen, en bij gebrek aan een statutaire regeling inzake uitgifte van gedematerialiseerde effecten – zoals in casu het geval - in aandelen op naam. De “omzetting van rechtswege” houdt derhalve in dat daarover geen uitdrukkelijke beslissing is vereist is
(8). Dit houdt evenzeer in dat in kapitaalsvennootschappen een aandeelhoudersregister dient te worden aangehouden, voor zover dit nog niet voorhanden was
(9). De omzetting van aandelen aan toonder in aandelen op naam wordt immers veruitwendigd door een inschrijving in het aandeelhoudersregister. Overeenkomstig artikel 9, tweede lid, Dematerialisatiewet worden de omgezette aandelen ingeschreven op naam van de emittent “tot de rechthebbende zich bekend maakt en een inschrijving van de aandelen op zijn naam verkrijgt”. De inschrijving op naam van de emittent verleent niet de hoedanigheid van eigenaar (art. 9, derde lid, Dematerialisatiewet). Krachtens artikel 10 Dematerialisatiewet wordt elk recht, belichaamd in het aandeel aan toonder waarvan de omzetting niet is aangevraagd voor 31 december 2013, opgeschort totdat “een persoon die rechtmatig zijn hoedanigheid van rechthebbende heeft kunnen aantonen, aanvraagt, en verkrijgt dat zijn effecten worden ingeschreven op zijn naam in het register van de effecten op naam”. Vanaf 1 januari 2015 worden de niet-genoteerde aandelen waarvan de rechthebbende zich niet heeft bekendgemaakt, te koop gesteld. Deze verkoop heeft plaats mits voorafgaande bekendmaking in onder andere het Belgisch Staatsblad (art. 11, § 2, eerste en tweede lid, Dematerialisatiewet). In het te publiceren bericht dient enkel vermeld te worden dat de rechthebbende gevraagd wordt “zijn rechten op de effecten op te eisen”. 6. Uit bovenstaande blijkt dat vanaf 1 januari 2014 de aandelen aan toonder die niet zijn omgezet overeenkomstig artikel 7 Dematerialisatiewet van rechtswege worden omgezet in aandelen op naam, in te schrijven op naam van de emittent. De rechthebbende van aandelen aan toonder kan deze op zijn naam laten inschrijven door zich bekend te maken en een inschrijving op zijn naam te verkrijgen. De wet geeft geen invulling aan het begrip “rechthebbende”, zodat dit mijns inziens in zijn normale betekenis moet begrepen worden, met name diegene die wettig aanspraak kan maken of kan laten gelden op een bepaald bezit. Tijdens de parlementaire voorbereiding werd gesteld dat “rechthebbende” de persoon betreft die de effecten feitelijk in bezit heeft en bevoegd is om de omzettingshandelingen te stellen. Ik merk op dat deze toelichting werd gegeven bij de bespreking van het oorspronkelijk artikel 7 Dematerialisatiewet, waarin de term “rechthebbende” nog vermeld werd
(10). In ieder geval lijkt het mij duidelijk dat hieronder de rechtmatige eigenaar van aandelen aan toonder kan begrepen worden. Artikel 9 Dematerialisatiewet bepaalt evenwel niet hoe de eigenaar van aandelen aan toonder een inschrijving op zijn naam kan verkrijgen. Ook de rechtsleer geeft hieromtrent geen verdere duiding. Mij lijkt het dat in de regel de eigenaar van aandelen aan toonder – die van rechtswege zijn omgezet in aandelen op naam - zich kan bekend maken en een inschrijving op zijn naam zal kunnen bekomen door de aandelen aan toonder ook fysiek te overhandigen. De vennootschap kan immers bevrijdend presteren in handen van de persoon die het papier voorlegt
(11). Op deze wijze wordt ook de doelstelling van de wetgever om de anonimiteit van de houder van deze toonderaandelen af te schaffen, bereikt en worden conflictsituaties vermeden ingeval van het nog opduiken van aandelen aan toonder na de omzetting. Artikel 9 Dematerialisatiewet vereist dit evenwel niet expliciet, minstens – zo het Hof zou oordelen dat dit impliciet volgt uit de opbouw van de desbetreffende artikelen van de Dematerialisatiewet en de doelstelling van de wetgever - lijkt dit niet voorgeschreven op straffe van nietigheid of ongeldigheid van de omzetting van rechtswege en inschrijving op naam van de eigenaar in het aandeelhoudersregister. Het loutere feit dat aandelen aan toonder worden omgezet in aandelen op naam en onmiddellijk worden ingeschreven in een aandeelhoudersregister op naam van de rechtmatige eigenaar van de aandelen, zonder dat deze dit vooraf formeel verzocht heeft en zonder dat deze ze fysiek heeft overhandigd, tast de rechtsgeldigheid van deze omzetting van rechtswege en inschrijving van de aandelen op diens naam in het aandeelhoudersregister mijns inziens niet aan, noch belet het de uitoefening van de rechten verbonden aan de omgezette aandelen door de eigenaar. Deze situatie kan aan de orde zijn wanneer de eigendomssituatie in verband met de aandelen aan toonder voor de vennootschap of haar bestuursorgaan duidelijk is. Zo kan het zijn dat vennootschap of één van haar organen (bv. een bestuurder) de feitelijke informatie bezit over het actueel aandeelhouderschap
(12). Het komt mij voor dat de rechter kan oordelen dat een aandeelhoudersregister, ook al is het opgesteld en ondertekend door de gedelegeerd-bestuurder in het kader van onderhandelingen over de overname van de aandelen aan toonder, de rechtskracht heeft om de omzetting van rechtswege vast te stellen van de aandelen aan toonder in aandelen op naam van de eigenaar, ongeacht of diegene op wiens naam de aandelen zijn ingeschreven, dat aandeelhoudersregister nog niet heeft ondertekend of dat hij zijn aandelen aan toonder niet fysiek heeft overhandigd aan het bevoegde bestuursorgaan van de vennootschap. In zoverre het middel zou uitgaan van andere rechtsopvattingen, lijkt mij dit te falen naar recht. Ik merk hierbij nog op dat in de lijst van de elementen die het aandeelhoudersregister moet vermelden, slechts sprake is de vereiste van handtekeningen (van overdrager en overnemer) ingeval van overdracht van aandelen op naam (zie voor de naamloze vennootschap voorheen artikel 463 W. Venn., thans artikelen 7:29 en 7:74 WVV). Bij aandelen op naam is het aandeelhoudersregister trouwens geen exclusief bewijs van het aandeelhouderschap. Het is slechts één van de mogelijke bewijsmiddelen van het feit dan men aandeelhouder is. Het tegendeel kan met alle bewijsmiddelen toegelaten onder het gemeen recht worden geleverd
(13). M. WYCKAERT en B. VAN BAELEN wijzen er op dat wanneer het bestuursorgaan te kwader trouw foutieve gegevens in het aandeelhoudersregister inschrijft, er sprake kan zijn van valsheid in geschrifte of oplichting
(14).
- Het arrest oordeelt onder meer dat de door eiser gepleegde waarheidsvermomming er in bestaat dat hij met kennis van zaken op 1 november 2014 een tweede aandeelhoudersregister heeft opgesteld, waarin hij de 20.000 aandelen aan toonder van nv S. heeft ingeschreven op naam van de emittent, terwijl hij in de zomer van 2014 reeds een eerste aandeelhoudersregister had opgesteld waarin hij rechtsgeldig eerste verweerder had vermeld als eigenaar van alle 20.000 aandelen van nv S. en daarmee de aandelen aan toonder, waarvan hij wist dat deze toebehoorden aan eerste verweerder, had omgezet in aandelen op diens naam. De waarheidsvermomming in het aandeelhoudersregister van 1 november 2014 bestaat volgens het arrest onder meer in de ontkenning van het bestaan van het aandeelhoudersregister dat werd opgesteld in de zomer van 2014 en de daarin aangebrachte vermeldingen. Deze beslissing lijkt mij naar recht verantwoord.
- Voor het overige lijkt het middel gericht tegen overtollige redenen en lijkt het dus niet ontvankelijk. (…) II. Conclusie: Ik heb geen ambtshalve middel aan te voeren en concludeer tot verwerping. ____________________________________________
(1)Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, BS 23 december 2005 (eerste ed.), err., BS 6 februari 2006 (eerste ed.), gewijzigd door de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen, BS 8 mei 2007.
(2)Over deze wet zie onder meer: G. PALMAERS, “De wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder”, TVR 2006, 171-201; S. DE GEYTER, M. DELBOO, P. LALEMAN, “Toonderstukken afgeschaft. Uw 70 antwoorden.”, 2007, Antwerpen, Intersentie, 188 blz.; M. TISON, “De afschaffing van toondereffecten in het Belgisch recht – de teloorgang van de Belgian dentist?”, in CBR jaarboek 2006-2007, Antwerpen, Intersentia 2007, 543-571; H. BRAECKMANS, “De afschaffing van de effecten aan toonder en andere wijzigingen aan het Wetboek van Vennootschappen door de wetten van 14 december 2005 en 25 april 2007, RW 2007-2008, 722-733.
(3)De Dematerialisatiewet voorziet in de mogelijkheid tot omzetting van aandelen aan toonder in gedematerialiseerde aandelen, binnen de beperkingen van de statutaire bepalingen en binnen de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de uitgifte. Deze zaak betreft uitsluitend de omzetting van aandelen aan toonder van een (niet-genoteerde) naamloze vennootschap in aandelen op naam, gezien de mogelijkheid van uitgifte van gedematerialiseerde aandelen niet voorzien was in de statuten. Gedematerisaliseerde aandelen komen trouwens zo goed als uitsluitend voor in genoteerde vennootschappen: Zie M. WYCKAERT en B. VAN BAELEN, “De overdracht van aandelen op naam Let’ keep it simple”, Not.Fisc.M. 2020, afl. 1, 33.
(4)Parl.St. Kamer, 2004-2005, nr. 1974/01, p. 4-7; S. DE GEYTER, M. DELBOO, P. LALEMAN, “Toonderstukken afgeschaft. Uw 70 antwoorden.”, 2007, Antwerpen, Intersentia, p. 15-17; H. BRAECKMANS. “De afschaffing van de effecten aan toonder en andere wijzigingen aan het Wetboek van Vennootschappen door de wetten van 14 december 2005 en 25 april 2007”, RW 2007-2008, 722-723, randnr. 2.
(5)De oorspronkelijke tekst van artikel 7, § 1, Dematerialisatiewet luidde: “Uiterlijk op 31 december 2013 vragen de rechthebbenden van effecten aan toonder, die zijn uitgegeven voorafgaand aan de bekendmaking van deze wet, en die niet zijn omgezet overeenkomstig artikel 5, hun omzetting aan in effecten op naam of gedematerialiseerde effecten, binnen de beperkingen van de statutaire bepalingen of het rechtskader van de de uitgifte.”. Artikel 7 werd vervangen bij artikel 88 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepaling (IV) (BS 8 mei 2007) en artikel 7, § 1, werd gewijzigd bij artikel 4 van de wet van 21 december 2013 tot wijziging van de wet van 24 juli 1921 op de ongewilde buitenbezitstelling van de titels aan toonder, van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder en van hoofdstuk V van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (i), voor wat betreft de slapende safes (BS 31 december 2013 (ed. 2).
(6)H. BRAECKMANS. “De afschaffing van de effecten aan toonder en andere wijzigingen aan het Wetboek van Vennootschappen door de wetten van 14 december 2005 en 25 april 2007”, RW 2007-2008, 727, randnr. 13; Parl. St. Kamer, 2004-2005, nr. 1974/1, p. 15.
(7)S. DE GEYTER, M. DELBOO, P. LALEMAN, “Toonderstukken afgeschaft. Uw 70 antwoorden.”, 2007, Antwerpen, Intersentie, p. 51.
(8)H. BRAECKMANS, “De afschaffing van de effecten aan toonder en andere wijzigingen aan het Wetboek van Vennootschappen door de wetten van 14 december 2005 en 25 april 2007”, RW 2007-2008, 729, randnr. 16.
(9)K. CUSSE, “Aandeelhoudersregisters. Stand van zaken na de wet afschaffing toondereffecten”, TVR 2010, afl. 2, p. 83.
(10)Parl. St. Kamer, 2004-2005, nr. 1974/1, p. 15; G. PALMAERS, “De wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder”, TVR 2006, p. 184-185, randnr. 38.
(11)H. BRAECKMANS en R. HOUBEN, Handboek van vennootschapsrecht, 1° ed. 2012, Anwerpen, Intersentia, p. 465, nr. 863.
(12)S. DE GEYTER, M. DELBOO, P. LALEMAN, “Toonderstukken afgeschaft. Uw 70 antwoorden.”, 2007, Antwerpen, Intersentia, p. 78.
(13)K. CUSSE, “Aandeelhoudersregisters. Stand van zaken na de wet afschaffing toondereffecten, TVR 2010, afl. 2, p. 87-88, randnr. 6.4; M. WYCKAERT en B. VAN BAELEN, “De overdracht van aandelen op naam Let’ keep it simple”, Not.Fisc.M., 2020, afl. 1, 36.
(14)M. WYCKAERT en B. VAN BAELEN, “De overdracht van aandelen op naam Let’ keep it simple”, Not.Fisc.M., 2020, afl. 1, 36. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250211.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250211.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div