id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 14 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250214.1N.5 Rolnummer: C.23.0220.N Zaak: A. contra H. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2025-04-11 Raadplegingen: 436 - laatst gezien 2026-06-17 17:03 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250214.1N.5 Fiche Bij het bepalen van de bijdrage van de ouders in de kosten voor hun kinderen kan de rechter rekening houden met inkomsten die een ouder als titularis van een vennootschap zich redelijkerwijze kon verschaffen; zo kan de alimentatierechter rekening houden met de winsten van een vennootschap waarvan een ouder bestuurder of aandeelhouder is, ingeval die winsten, zonder bedrijfseconomische noodzaak, als reserve in de vennootschap werden aangehouden en niet bij wijze van vergoeding of dividend aan de ouder werden uitgekeerd, terwijl die ouder anders kon beslissen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - T.a.v. de kinderen Vrije woorden: Onderhoudsbijdrage kinderen - Normaal verkrijgbare inkomsten via de vennootschap - Begrip Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 203 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 203bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de conclusie C.23.0220.N Conclusie van advocaat-generaal S. Ravyse: Artikel 203, § 1, van het Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de ouders naar evenredigheid van hun middelen dienen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen. Uit deze bepaling volgt dat de rechter bij het bepalen van de bijdrage van de ouders in de kosten voor hun kinderen rekening moet kunnen houden met het inkomen die de ouders zich redelijkerwijs kunnen verschaffen. Bij arrest van 30 september 2011 oordeelde het Hof dat de rechter rekening kan houden met de winsten van de vennootschap waarvan de ouder die aandeelhouder of afgevaardigd bestuurder is, die binnen het vermogen van de vennootschap worden en hem of haar aldus niet op enige wijze zijn toegekend zonder dat daarvoor bedrijfseconomische redenen waren, terwijl blijkt die ouder daartoe wel kon beslissen
(1). Door de inkomsten van de vennootschap van de eiser in aanmerking neemt als zijn eigen inkomsten, zonder evenwel na te gaan of er wel winst is die in het vermogen van de vennootschap wordt behouden zonder bedrijfseconomische redenen daartoe, schendt de appelrechter mijns inziens de voormelde regel en komt het middel aldus gegrond voor. Conclusie: cassatie. ________________________________________________
(1)Cass. 30 september 2011, AR C.10.0611.F, AC 2011, nr. 517, ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110930.1, met gelijkluidende concl. van advocaat-generaal GENICOT, op datum in Pas. ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110930.1; en de verwijzingen aldaar: Cass. 20 september 1973, AC 1974, I, 438; Cass. 27 juni 1980, AR 85/71162, AC 1980, nr. 689, ECLI:BE:CASS:1980:ARR.19800627.2; Cass. 17 oktober 2002, AR C.01.0133.F, AC 2002, nr. 547 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021017.5. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250214.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250214.1N.5 citeert: ECLI:BE:CASS:1980:ARR.19800627.2 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021017.5 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110930.1 ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110930.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div