id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 14 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250214.1N.7 Rolnummer: C.23.0045.N Zaak: L. contra ETHIAS nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-04-09 Raadplegingen: 506 - laatst gezien 2026-06-18 20:07 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250214.1N.7 Fiche De materiële schade geleden door de benadeelde wegens de vermindering van zijn arbeidsgeschiktheid bestaat in de vermindering van zijn economische waarde op de arbeidsmarkt; de veronderstelling dat de benadeelde ook zonder lichamelijk letsel werkloos zou zijn geweest, belet het bestaan van deze schade niet
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Materiële schade. Elementen en grootte Vrije woorden: Vermindering arbeidsgeschiktheid - Begrip Tekst van de conclusie C.23.0045.N Conclusie van advocaat-generaal S. RAVYSE: Zoals de eiser aanvoert, bestaat de schade van de arbeidsongeschiktheid niet in het inkomensverlies, maar wel in de aantasting van het arbeidsvermogen, dit is de capaciteit om arbeid te verrichten. Er moet immers een onderscheid worden gemaakt tussen: - de capaciteit om arbeid te verrichten, en - het inkomen dat men uit arbeid verkrijgt. Het Hof heeft reeds geoordeeld “dat schade wegens arbeidsongeschiktheid niet bestaat in loonverlies maar in aantasting van lichamelijke gaafheid en vermindering of verlies van economisch vermogen”
(1). Dat is ook de reden waarom het Hof oordeelt dat de schade die bestaat in de vermindering van de arbeidsongeschiktheid evenzeer kan bestaan indien de benadeelde ten tijde van het ongeval werkloos was
(2). Het eerste onderdeel, eerste subonderdeel, van het tweede middel komen aldus gegrond voor. De appelrechter mag de vergoeding voor arbeidsongeschiktheid niet weigeren met de redengeving dat de benadeelde ook zonder het ongeval niet zou hebben gewerkt en dus geen inkomen uit arbeid zou hebben verkregen. Het punt is namelijk dat hij dit had kunnen doen en dat hij ‘schade’ lijdt omdat dit ‘kunnen’ is aangetast. De overige subonderdelen behoeven daardoor geen antwoord meer. Conclusie: cassatie. _____________________________________________
(1)Cass. 5 mei 1971, AC 1971, 875-876, Pas. 1971, I, 808, ECLI:BE:CASS:1971:ARR.19710505.13.
(2)Cass. 28 oktober 2019, AR C.19.0013.F, AC 2019, nr. 547, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191028.2, met concl. van advocaat-generaal GENICOT op datum in Pas., ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191028.2; Cass. 9 februari 2004, AR C.01.0127.F, AC 2004, nr. 68, ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040209.6; Cass. 13 maart 1996, AR P.95.1068.F, AC 1996, nr. 98, ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960313.11. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250214.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250214.1N.7 citeert: ECLI:BE:CASS:1971:ARR.19710505.13 ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960313.11 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040209.6 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191028.2 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191028.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div