← België

BELGSISCHE STAAT contra K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 14 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250314.1N.2 Rolnummer: C.23.0475.N Zaak: BELGSISCHE STAAT contra K. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-04-23 Raadplegingen: 395 - laatst gezien 2026-06-18 23:27 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250314.1N.2 Fiche Bij gebrek aan een definitie in de Kansspelwet, moet het begrip “dagbladhandelaar” worden begrepen in zijn gebruikelijke betekenis, namelijk als een handelaar waarvan de verkoop van dagbladen tot zijn hoofdactiviteit behoort

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN Vrije woorden: Kanspelen - Dagbladhandelaar - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers - 07-05-1999 - Art. 43/4, § 5, 1° - 77 ELI link Pub nr 1999010222 Tekst van de conclusie C.23.0475.N Conclusie van advocaat-generaal S. Ravyse: 1 Situering.
  1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de verweerder een handelszaak uitbaat onder de naam “Falcon Supermarket”. Op 2 december 2021 verkreeg hij van de Kansspelcommissie de hernieuwing van zijn kansspelvergunning klasse F2 voor het aannemen van weddenschappen als nevenactiviteit door dagbladhandelaars. Op 22 januari 2022 vond een politiecontrole plaats waaruit bleek dat verweerder slechts enkele persartikels in zijn handelszaak had en dat deze handelszaak in essentie een supermarkt was. In een proces-verbaal van 26 januari 2022 werd tevens vastgesteld dat verweerder nooit een officiële leverancier van persartikels heeft gehad maar dat hij zich bevoorraadde bij een dagbladhandel. Na het opstarten van een sanctieprocedure besliste de tweede eiseres op 27 april 2022 om de F2-vergunning van verweerder in te trekken en een administratieve geldboete op te leggen van 15.000 euro. Het beroep van de verweerder tegen die sancties werd gegrond verklaard.
  2. De eisers komen met één middel op tegen dit arrest. 2 Met betrekking tot de grond van niet ontvankelijkheid.
  3. Volgens de verweerder is de beoordeling door de rechter van de vraag of de betrokken handelaar iemand is die dagbladen verkoopt, van feitelijke aard en derhalve niet op ontvankelijke wijze aanvechtbaar in cassatie.
  4. Het middel betreft de rechtsvraag over de juridische betekenis van het begrip “dagbladhandelaar”, zoals bedoeld het hierna weergegeven artikel 43/4, § 5, 1° Kansspelwet. Dit betreft geen feitelijke beoordeling maar een rechtsvraag, waardoor het middel van niet ontvankelijkheid dient te worden verworpen. 3 Bespreking
  5. Het middel voert de schending aan van artikel 43/4, § 5, 1° van de Kansspelwet, meer bepaald van het begrip ‘dagbladhandelaar’, namelijk door aan te nemen dat er sprake is van een dagbladhandelaar zonder na te gaan of de verkoop van dagbladen een wezenlijke activiteit uitmaakt.
  6. De bestreden beslissing oordeelt dat bij gebrek aan omschrijving in de wet aan het begrip dagbladhandelaar zijn alledaagse betekenis moet worden gegeven, namelijk ‘een handelaar die dagbladen verkoopt’. Door te eisen dat iemand slechts als dagbladhandelaar kan worden beschouwd indien de verkoop van dagbladen de hoofdactiviteit is van de handelaar, voegt de Kansspelcommissie volgens de rechter een voorwaarde toe aan artikel 43/4, § 5, 1° Kansspelwet die hierin niet terug te vinden is en dus ook niet bekend kon zijn aan de verweerder. Volgens de eisers dient het begrip in zijn gebruikelijke betekenis te worden begrepen, namelijk als een handelaar die als hoofd– of minstens als wezenlijke activiteit dagbladen verkoopt.
  7. Artikel 43/4, § 5, 1° Kansspelwet
(1), bepaalt dat de weddenschappen op sportevenementen en op paardenwedrennen, buiten voormelde kansspelinrichtingen klasse IV, bij wijze van strikt omschreven nevenactiviteit, ook mogen worden aangenomen door de dagbladhandelaars, natuurlijke personen of rechtspersonen, die als commerciële onderneming zijn ingeschreven in de Kruispuntbank voor ondernemingen, voor zover ze niet worden aangenomen in gelegenheden waar alcoholische dranken worden verkocht voor verbruik ter plaatse. De Koning bepaalt de omschrijving van de nevenactiviteit en de nadere voorwaarden die de dagbladhandelaars moeten naleven voor de aanneming van deze weddenschappen. Zij dienen te beschikken over een vergunning klasse F
  1. In het verslag aan de Koning bij het KB van 22 december 2010 tot vaststelling van de voorwaarden tot aanneming van weddenschappen buiten kansspelinrichtingen klasse IV staat te lezen dat “de aanname van weddenschappen door dagbladhandels slechts mag geschieden bij wijze van nevenactiviteit en dat aan de hand van de voorwaarden weergegeven in artikel 4 zal beoordeeld worden of het in casu niet veeleer om een verscholen wedkantoor gaat dan wel om een dagbladhandelaar die bij wijze van nevenactiviteit weddenschappen aanneemt”. Krachtens artikel 4, vóór zijn wijziging door het KB van 17 februari 2022 tot vaststelling van de omschrijving van de nevenactiviteit uitgeoefend door boekhandelaars, dient de dagbladhandelaar bij de aanneming van weddenschappen bij wijze van nevenactiviteit, zoals bepaald bij artikel 43/4, § 5, 1° van de Kansspelwet een aantal voorwaarden in acht te nemen
(2). 9. Met de formulering in de wettekst over de toelating weddenschappen “bij wijze van strikt omschreven nevenactiviteit (…) door de dagbladhandelaars” laat de wetgever duidelijk verstaan dat het aannemen van weddenschappen “strikt” een nevenactiviteit moet zijn van de dagbladhandelaar, hetgeen weliswaar meerdere interpretaties toelaat, maar zeker de interpretatie dat er een hoofdactiviteit moet zijn van dagbladhandelaar (niet louter in de verhouding tot de nevenactiviteit)
(3). Dit kwam ook tot uiting in de parlementaire voorbereiding, waarin de wetgever wees op het “bijkomstig karakter” en “bijkomstige activiteit”
(4)van de kansspelen in de dagbladhandel of “op bijkomstige wijze” en “enkel als nevenactiviteit”, en de bezorgdheid uitte over eventuele nep-dagbladhandelaren als “verkapte wedkantoren” die niet aan de numerus clausus zijn onderworpen
(5). 10. Die bezorgdheid was niet onterecht, zoals (bijna tien jaar later) blijkt uit de memorie van toelichting bij artikel 41 van het wetsontwerp om justitie menselijker, sneller en straffer te maken: “Overeenkomstig art. 43/4, § 5, 1° van de Kansspelwet kunnen bij wijze van nevenactiviteit weddenschappen op sportevenementen en op paardenwedrennen worden geëxploiteerd door dagbladhandelaars. Oorspronkelijk werd deze mogelijkheid voorzien om de krantenwinkels de kans te geven om de geleden verliezen als gevolg van de online persverkoop het hoofd te bieden. Uit de praktijk blijkt dat deze bepaling haar oorspronkelijke doel miste en dat er valse dagbladhandels of schijndagbladhandels gecreëerd worden met het enkel doel dergelijke weddenschappen te exploiteren. Het betreft winkels die opereren onder de noemer van dagbladhandel maar zich vooral richten op de verkoop van sportweddenschappen, in mindere mate gecombineerd met het verkopen van loterijproducten, frisdranken en rookwaren. In sommige gevallen is er geen of weinig kranten- of tijdschriftenverkoop. Bovendien zijn deze “dagbladhandels” vaak visueel ingericht als wedkantoor, niettegenstaande het aantal wedkantoren in aantal beperkt is en dat de voorwaarden om een vergunning te verkrijgen en te exploiteren voor beide types van vergunning verschillend is. Het wetsontwerp beoogt de exploitatie van weddenschappen door valse dagbladhandels en nachtwinkels niet langer mogelijk te maken” (eigen onderlijningen)
(6). Dit wordt herhaald in het verslag namens de commissie voor justitie bij voormeld wetsontwerp
(7). Het KB van 17 februari 2022 tot vaststelling van de omschrijving van de nevenactiviteit uitgeoefend door boekhandelaars trad slechts in werking op 5 maart 2022
(8)
(9).
  1. Het Hof deed tot op heden nog geen uitspraak over de inhoud van het begrip dagbladhandelaar zoals bedoeld in artikel 43/4, §
  2. Dit begrip, dat een wetsbegrip is, wordt niet in de Kansspelwet omschreven.
  3. In de bestreden beslissing verwijst de rechter naar een arrest van 23 december 2021 waarin de Raad van State oordeelt dat het begrip dagbladhandelaar niet in de Kansspelwet wordt omschreven en de Kansspelcommissie artikel 43/4, § 5, 1° van de Kansspelwet niet miskent door het woord op te vatten in zijn gewone alledaagse betekenis, namelijk “een handelaar die dagbladen verkoopt”
(10). 13. Het Grondwettelijk Hof heeft zich in het kader van de Kansspelwet uitgesproken over het begrip dagbladhandelaar, namelijk als volgt in zijn arrest van 9 december 2021: “het begrip “dagbladhandelaar” moet worden begrepen in de courante betekenis die wordt vermeld in artikel 16, § 2, eerste lid, a), van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening. Het betreft de vestigingseenheden waarvan de hoofdactiviteit bestaat in de verkoop van kranten, tijdschriften, tabak en rookwaren, telefoonkaarten en producten van de Nationale loterij. Het begrip “nevenactiviteit” dient eveneens in de courante betekening ervan te worden begrepen, namelijk een activiteit die niet in hoofdberoep wordt uitgeoefend”
(11). (eigen onderlijningen). 14. Uit de wettekst, de wetsgeschiedenis en de analyse van het Grondwettelijk Hof volgt dat een dagbladhandelaar in de zin van voormeld artikel een handelaar is die als wezenlijke activiteit/hoofdactiviteit dagbladen verkoopt. Het lijkt mij niet in overeenstemming met de wettekst en de bedoeling van de wetgever dat om het even welke handelaar die slechts enkele dagbladen te koop aanbiedt als een dagbladhandelaar wordt beschouwd. Dit zou in strijd met de finaliteit en het kanalisatiebeleid van een beperkt legaal gecontroleerd aanbod van kansspelen
(12). Door een handelaar aan te merken als “dagbladhandelaar” zoals bedoeld in artikel 43/4, § 5, 1° Kansspelwet, louter omdat hij dagbladen verkoopt, zonder na te gaan of dit zijn hoofdactiviteit vormt, verantwoordt de rechter mijns inziens zijn beslissing niet naar recht. Besluit: cassatie. _______________________________________________
(1)Zoals ingevoegd bij artikel 23 van de Wet van 10 januari 2010 tot wijziging van de wetgeving inzake kansspelen (BS 1 februari 2010, 4309, inwerkingtreding 1 januari 2011), gewijzigd bij artikel 23, 3° van de Wet van 7 mei 2019 tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, en tot invoeging van artikel 37/1 in de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij (BS 15 mei 2019, 46589), en laatst bij artikel 42 van de Wet van 28 november 2021 om justitie menselijker, sneller en straffer te maken (BS 30 november 2021, 115153, inwerkingtreding 10 december 2021).
(2)1° de aangebrachte reclame, zowel langs de straatzijde als in de winkelruimte zelf, is voor maximaal 1/3e op de aanneming van weddenschappen gericht; 2° de aanneming van weddenschappen neemt niet meer dan 1/5e van de totale winkelruimte in beslag. Indien ondanks deze voorwaarden het vermoeden bestaat dat de aanneming van weddenschappen geen nevenactiviteit betreft, zal worden overgegaan tot nazicht van de boekhouding teneinde na te gaan of de omzet van de aanneming van weddenschappen niet meer bedraagt dan 49 pct. van de totale omzet.
(3)Een supermarkt kan (misschien wel) dagbladen verkopen maar een ‘dagbladhandelaar’ is geen supermarkt. De wetgever staat aan een ‘dagbladhandelaar’ toe om weddenschappen aan te nemen, niet aan een (feitelijke) supermarkt. Dit zou in strijd met de finaliteit en het kanalisatiebeleid van een beperkt legaal gecontroleerd aanbod van kansspelen: Parl.St., Kamer, DOC 52 1992/001, 3, 4, 5, 33, 35, 37, 38.
(4)Parl.St., Kamer, DOC 52 1992/006, 84.
(5)Parl.St., Kamer, DOC 52 1992/001, 38.
(6)Zie Parl. St., Kamer, 2020-2021, Doc 55-2175/001, 39-40.
(7)Zie Parl. St., Kamer, 2020-2021, Doc 55-2175/006, 29.
(8)Krachtens artikel 4 van dit KB kan de aanneming van weddenschappen slechts beschouwd worden als nevenactiviteit indien: 1° de weddenschappen enkel worden aangenomen tussen 6u en 20u; 2° de totale inzetten voor weddenschappen niet meer dan 250.000 euro per jaar bedragen; 3° de dagbladhandelaar minstens 200 verschillende titels van dag-, week- en maandbladen met actuele verschijningsdatum te koop aanbiedt en uitstalt en de jaaromzet uit de verkoop van deze titels minstens 25.000 euro bedraagt; 4° de dagbladhandelaar een overeenkomst heeft met een F1-vergunningshouder zonder enig exclusiviteitsbeding ten gunste van deze F1-vergunningshouder; 5° de omzet uit de aanneming van weddenschappen niet meer bedraagt dan 20 pct. van de totale omzet; 6° de aangebrachte reclame, zowel langs de straatzijde als in de winkelruimte zelf, voor maximaal 1/5e op de aanneming van weddenschappen is gericht en in totaal niet meer dan 3 m2 in beslag neemt; 7° de aanneming van weddenschappen niet meer dan 1/5e van de totale winkelruimte in beslag neemt en in totaal niet meer dan 10 m2 in beslag neemt.
(9)Omdat de inwerkingtreding plaatsvond na de vaststelling van de feiten waarmee de Kansspelcommissie rekening hield in haar beslissing, kan met dit KB geen rekening worden gehouden.
(10)RvSt nr. 252.524, 23 december 2021, ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.524.
(11)GwH. 9 december 2021, arrest nr. 177/2021, r.o. B.36, ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.177.
(12)Parl.St., Kamer, DOC 52 1992/001, 3, 4, 5, 33, 35, 37, 38. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250314.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250314.1N.2 citeert: ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.177 ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.524 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.