← België

VLAAMS GEWEST contra OMBRO bv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 28 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250328.1N.4 Rolnummer: C.24.0056.N Zaak: VLAAMS GEWEST contra OMBRO bv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2025-05-06 Raadplegingen: 212 - laatst gezien 2026-06-15 08:40 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250328.1N.4 Fiches 1 - 2 Indien de overheid vaststelt dat er voor een locatie reeds een forfaitaire subsidie, een bijkomende sluitingspremie of een verhoging werd toegekend aan een onderneming, kan zij die subsidie, premie of verhoging niet meer toekennen aan een andere onderneming die op dezelfde locatie ook een exploitatiezetel heeft

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENSCHAP EN GEWEST Vrije woorden: Vlaams Gewest - Coronahinderpremie - Toekenning - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 4, eerste lid - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 6, eerste lid - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 7 - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 8 - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - ALLERLEI Vrije woorden: Vlaams Gewest - Coronahinderpremie - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 4, eerste lid - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 6, eerste lid - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 7 - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 8 - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Fiches 3 - 4 Indien de overheid nogmaals tot de uitbetaling van de subsidie en de premie is overgegaan aan een andere onderneming, is zij ertoe gehouden die bedragen terug te vorderen van de laatstgenoemde onderneming
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENSCHAP EN GEWEST Vrije woorden: Vlaams Gewest - Coronahinderpremie - Toekenning aan twee ondernemingen - Terugvordering - Verplichting Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 4, eerste lid - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 6, eerste lid - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 7 - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 8 - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - ALLERLEI Vrije woorden: Vlaams Gewest - Coronahinderpremie - Toekenning aan twee ondernemingen - Terugvordering - Verplichting Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 4, eerste lid - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 6, eerste lid - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 7 - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Besluit van de Vlaamse Regering 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus - 20-03-2020 - Art. 8 - 10 ELI link Pub nr 2020030417 Tekst van de conclusie C.24.0056.N Conclusie van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman: Eiser komt op tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, gewezen op 21 november 2023. Door de eiseres wordt er één middel aangevoerd. I. Situering. De discussie die aan het Hof wordt voorgelegd betreft de vraag of de toekenning en de terugvordering door het Vlaamse Gewest van de zogenaamde coronahinderpremie al dan niet een volledig gebonden bevoegdheid betreft. De coronahinderpremie is de premie die de Vlaamse overheid (in het bijzonder VLAIO)
(1)toekende aan bepaalde ondernemingen die de deuren moesten sluiten omwille van de federale coronamaatregelen. De regeling is uitgewerkt in het besluit van 20 maart 2020 van de Vlaamse Regering tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus (verder het besluit van 20 maart 2020)
(2). II. Het regelgevend kader. Het besluit van 20 maart 2020 werd genomen in uitvoering van artikel 35 van het Decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid (verder Decreet van 16 maart 2012)
(3). Volgens dit artikel kan de Vlaamse Regering steun verlenen aan ondernemingen waarvan de economische bedrijvigheid ernstig getroffen wordt door een openbare ramp of crisis die door een besluit van de Vlaamse Regering als dusdanig wordt erkend en bepaalt de Vlaamse Regering in dat geval de voorwaarden waaronder steun kan worden verleend en de hoogte van de steun. Volgens artikel 2 van het besluit van 20 maart 2020 erkent de Vlaamse Regering de crisis inzake het coronavirus als een crisis in de zin van voormeld artikel 35 van het Decreet van 16 maart 2012. Volgens artikel 4, eerste lid, van het besluit van 20 maart 2020 wordt een forfaitaire subsidie van 4000 euro toegekend aan ondernemingen die alle dagen verplicht gesloten zijn ten gevolge van de coronavirusmaatregelen, en waarbij hun locatie gesloten is. Volgens artikel 6, eerste lid, van het besluit van 20 maart 2020 wordt een bijkomende sluitingspremie toegekend aan ondernemingen die vanaf 6 april
(2020)alle dagen of in het weekend verplicht gesloten zijn ten gevolge van de coronavirusmaatregelen, en waarbij hun locatie gesloten is. Volgens artikel 7 van het besluit van 20 maart 2020 wordt de forfaitaire subsidie en de bijkomende sluitingspremie voor de ondernemingen die een forfaitaire subsidie van 4000 euro ontvangen als vermeld in artikel 4, eerste lid, verhoogd als de onderneming beschikt over één of meer bijkomende exploitatiezetels, die gesloten zijn ten gevolge van de coronavirusmaatregelen en waar minstens één bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid ingeschreven voltijdse werknemer is tewerkgesteld. Dat betekent dat de verhoging wordt berekend door de forfaitaire subsidie en bijkomende sluitingspremie te vermenigvuldigen met de voormelde bijkomende exploitatiezetels. De verhoging is beperkt tot maximaal vier bijkomende exploitatiezetels. Volgens artikel 8 van het besluit van 20 maart 2020 wordt de forfaitaire subsidie, de bijkomende sluitingspremie en de verhoging, vermeld in artikel 7, per onderneming toegekend en kan maximaal voor één ondernemingsnummer op eenzelfde locatie worden toegekend. Volgens artikel 9 behoort de beslissingsbevoegdheid om de coronahinderpremie toe te kennen bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Artikel 13 van de Wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof (verder Wet van 16 mei 2003) bepaalt het volgende
(4): “Tot onmiddellijke terugbetaling van de subsidie is gehouden de begunstigde: 1° die de voorwaarden niet naleeft, waaronder de subsidie werd verleend; 2° die de subsidie niet aanwendt voor de doeleinden, waarvoor zij werd verleend; 3° die de in artikel 12 bedoelde controle verhindert. Blijft de begunstigde van de subsidie in gebreke de in artikel 11 bedoelde verantwoording te verstrekken, dan is hij gehouden tot terugbetaling ten belope van het deel dat niet werd verantwoord”. De artikelen 55 en 57 Wet Rijkscomptabiliteit, bepalen het volgende: ‘Art.
  1. Iedere toelage verleend door het Rijk of door een rechtspersoon, die rechtstreeks of onrechtstreeks door het Rijk gesubsidieerd wordt, daarin begrepen ieder door hen zonder interest verleend terugvorderbaar voorschot, moet aangewend worden voor de doeleinden, waarvoor zij verleend werd. Iedere toelagetrekker is ertoe gehouden verantwoording te verstrekken over de aanwending van de ontvangen bedragen, tenzij de wet hem daarvan vrijstelling verleent. (...) Art.
  2. Tot onmiddellijke terugbetaling van de toelage is gehouden de toelagetrekker: 1° die de voorwaarden niet naleeft, waaronder de toelage verleend werd; 2° die de toelage niet aanwendt voor de doeleinden, waarvoor zij verleend werd; 3° die de in artikel 56 bedoelde controle verhindert. Blijft de toelagetrekker in gebreke de in artikel 55 bedoelde verantwoording te verstrekken, dan is hij gehouden tot terugbetaling ten belope van het deel dat niet werd verantwoord. (...)’. III. De volledige gebondenheid van de bevoegdheid. Het Hof heeft nog niet de gelegenheid gehad om zich uit te spreken over het al dan niet (volledig) gebonden karakter van de bevoegdheid om de coronahinderpremie toe te kennen en terug te vorderen. De appelrechter is van oordeel dat het terugvorderen van de coronahinderpremie een volledig gebonden bevoegdheid betreft maar dat dit niet geldt voor de toekenning van de coronahinderpremie. De Raad van State daarentegen is van oordeel dat de coronahinderpremie zowel wat betreft de toekenning als de terugvordering ervan een gebonden bevoegdheid betreft
(5). De Raad van State oordeelde als volgt: “Zoals in het auditoraatsverslag omstandig wordt toegelicht, moet ook de Raad van State vaststellen dat te dezen de bevoegdheid van de verwerende partij, zowel wat de toekenning van de coronahinderpremie als de eventuele terugvordering ervan betreft, volledig gebonden is. De te dezen toepasselijke subsidievoorwaarden zijn immers op uitputtende wijze in de regelgeving vastgelegd zodat, indien deze zijn vervuld, de verzoekende partij rechtstreeks aan de toepasselijke (algemene) rechtsregel (van objectief recht) een (individueel) subjectief recht ontleent op de door hem aangevraagde subsidies. Indien bij de toepassing ervan alsnog een geschil rijst tussen de verzoekende partij en de verwerende partij inzake de interpretatie die moet worden gegeven aan het begrip “hun locatie” zoals dat in die regelgeving ligt vervat, komt het inderdaad de justitiële rechter toe om daaraan (in het concrete geval dat hem wordt voorgelegd) de juiste betekenis te geven aan de hand van de tekst van het CHP-besluit (en, desgevallend, de op grond daarvan genomen ministeriële besluiten met algemene draagwijdte (zie supra, punt 3.10)), de finaliteit en draagwijdte ervan. Het komt de gewone rechter toe om, vervolgens, voor recht te zeggen of de verzoekende partij (al dan niet) aan de door de regelgeving gestelde subsidievoorwaarden voldoet, (al dan niet) recht heeft op de kwestieuze subsidie en, in voorkomend geval, te beslissen of de verwerende partij (al dan niet) terecht het onverschuldigde kon terugvorderen, met name wanneer zou blijken dat de verzoekende partij deze subsidies onterecht zou hebben ontvangen. Het werkelijk en rechtstreeks voorwerp van het voorliggende beroep betreft dan ook een geschil omtrent een subjectief (burgerlijk) recht als bedoeld in artikel 144 van de Grondwet waarvan de beslechting uitsluitend de justitiële rechter toekomt. De Raad van State ziet dan ook geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, de exceptie gegrond”. Volgens mij dient het standpunt van de Raad van State te worden gevolgd. Er is sprake van een volledig gebonden bevoegdheid waarbij VLAIO geen beoordelings- of beleidsvrijheid heeft. Uit de samenhang van artikelen 4, eerste lid, 6, eerste lid, 7 en 8 van besluit van 20 maart 2020 volgt dat wanneer VLAIO vaststelt dat er voor dezelfde locatie reeds een forfaitaire subsidie, een bijkomende sluitingspremie of een verhoging werd toegekend aan een onderneming, dat zij die subsidie, premie of verhoging niet meer kan toekennen aan een andere onderneming met een ander ondernemingsnummer die op die locatie ook een exploitatiezetel heeft. Wanneer VLAIO, in strijd met artikel 8 van het besluit van 20 maart 2020, nogmaals de subsidie, een bijkomende sluitingspremie of een verhoging toekent en uitbetaalt aan een andere onderneming, die onder een ander ondernemingsnummer op dezelfde locatie een exploitatiezetel heeft, dan moet VLAIO deze steun terugvorderen van deze onderneming. De rechtsgrond voor deze terugvordering is noch artikel 13 van de Wet van 16 mei 2003 noch artikel 55 en 57 Wet Rijkscomptabiliteit omdat deze bepalingen slechts van toepassing zijn wanneer de begunstigde van de subsidie of toelage, de hem oplegde voorwaarden niet nakomt, de subsidie of toelage niet aanwendt voor de doeleinden waarvoor zij is verleend of de controle verhindert. In dit dossier heeft de verweerster echter geen enkele gedraging gesteld die onder dergelijke kwalificatie kan worden geplaatst. Het is VLAIO die is overgegaan tot uitbetaling van de subsidie, bijkomende sluitingspremie en verhoging aan verweerster terwijl niet aan de voorwaarden voor de toekenning van de subsidie is voldaan. De rechtsgrond voor deze terugvordering is volgens mij de onverschuldigde betaling (art. 1235 Oud Burgerlijk Wetboek; art. 5.133 en 5.134 Burgerlijk Wetboek)
(6). IV. Toepassing van deze principes in het bestreden arrest. Met de vaststellingen onder de derde alinea onder punt 4.5 (op pagina 8) van het bestreden arrest en het oordeel onder de vierde alinea (op pagina 8) en vijfde alinea (op pagina 9) onder punt 4.5 van het bestreden arrest en onder de vierde alinea (op pagina 10) onder punt 4.7 van het bestreden arrest, schendt de appelrechter artikel 8 van het besluit van 20 maart 2020. Het middel is gegrond. Conclusie: Cassatie, behalve in zoverre het oordeelt over de ontvankelijkheid van het hoger beroep, met verwijzing. ________________________________________________
(1)Dit is het Agentschap Innoveren & Ondernemen.
(2)BS 30 maart 2020.
(3)BS 27 april 2012.
(4)BS 25 juni 2003.
(5)RvS 6 maart 2023, 255.958, ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.958.
(6)Zie vb. DE COCK W. en COEN T., “De terugvordering van onrechtmatige staatssteun in België”, RW 2017-2018/35,
(1362)1374-1375. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250328.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250328.1N.4 citeert: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.958 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.