← België

BELGISCHE STAAT FINANCIEN c. AQUARIUS AGE COMPANY

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 11 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250411.1N.6 Rolnummer: C.24.0118.N Zaak: BELGISCHE STAAT FINANCIEN c. AQUARIUS AGE COMPANY Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-05-09 Raadplegingen: 269 - laatst gezien 2026-06-15 07:37 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250411.1N.6 Fiches 1 - 2 Met een betwiste schuldvordering waarvoor geen bewarend beslag werd gelegd, moet rekening worden gehouden in het proces-verbaal van evenredige verdeling wanneer deze schuldvordering blijkt uit een titel, dit is een geschrift waarin de schuldvordering is vastgesteld; een uitvoerbare titel is niet vereist

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERDELING Vrije woorden: Betwiste schuldvordering - Proces-verbaal van evenredige verdeling - Titel - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel V: BEWAREND BESLAG, MIDDELEN TOT TENUITVOERLEGGING EN COLLECTIEVE SCHULDENREGELING. (art. 1386 tot 1675/27) - 10-10-1967 - Art. 1628 - 05 ELI link Pub nr 1967101056 Thesaurus CAS: BESLAG - BEWAREND BESLAG Vrije woorden: Betwiste schuldvordering - Proces-verbaal van evenredige verdeling - Titel - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel V: BEWAREND BESLAG, MIDDELEN TOT TENUITVOERLEGGING EN COLLECTIEVE SCHULDENREGELING. (art. 1386 tot 1675/27) - 10-10-1967 - Art. 1628 - 05 ELI link Pub nr 1967101056 Fiches 3 - 4 De schuldvordering wordt behandeld zoals een schuldvordering waarvoor bewarend beslag werd gelegd; de bedragen waarop de schuldvordering betrekking heeft, worden niet uitbetaald maar in consignatie gegeven totdat de betwisting is beslecht
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERDELING Vrije woorden: Betwiste schuldvordering - Behandeling zoals bewarend beslag - Consignatie Thesaurus CAS: BESLAG - BEWAREND BESLAG Vrije woorden: Betwiste schuldvordering - Behandeling zoals bewarend beslag - Consignatie Tekst van de conclusie C.24.0118.N Conclusies van advocaat-generaal RAVYSE: 1 Situering.
  1. Uit de stukken waarop het Hof acht mag slaan, blijkt dat de eiser naar aanleiding van een uitvoerend beslag onder derden door de eerste partij opgeroepen tot bindendverklaring in handen van de tweede partij opgeroepen tot bindendverklaring, om betaling te bekomen van een openstaande schuld op de verweerster, door de gerechtsdeurwaarder wordt uitgenodigd om aangifte te doen van zijn openstaande schuldvorderingen op de verweerster overeenkomstig de artikelen 49 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen (hierna WMGI), de artt. 422 WIB92 en 93undecies D van het BTW-Wetboek. Na de aangifte door de eiser van de schuldvorderingen inzake btw en inkomstenbelastingen op de verweerster stelt de gerechtsdeurwaarder een eerste ontwerp van evenredige verdeling op. In dit eerste ontwerp wordt het volledige beschikbare bedrag aan de eiser toebedeeld. De verweerster gaat niet akkoord met dit ontwerp waarop de gerechtsdeurwaarder overgaat tot een poging tot minnelijke regeling en een nieuw ontwerp van evenredige verdeling opstelt, luidens welk het te verdelen bedrag, toekomende aan de eiser, zal worden geconsigneerd in afwachting van de definitieve beslissing van de bevoegde rechter over de bezwaren inzake de belastingschulden. Ook tegen het tweede ontwerp laat de verweerster tegenspraak betekenen. Daarop legt de gerechtsdeurwaarder het tweede ontwerp van verdeling en de tweede akte van tegenspraak ter beoordeling aan de beslagrechter.
  2. De beslagrechter verklaart de tegenspraak van de verweerster ontvankelijk maar ongegrond. De beslagrechter stelt de tabel van evenredige verdeling vast met toebedeling van de beschikbare gelden aan de eiser en beveelt de consignatie ervan bij de Deposito- en Consignatiekas. Het bestreden arrest verklaart het hoger beroep van de verweerster gegrond. Het hof van beroep oordeelt dat de ingevolge het uitvoerend beslag onder derden ontvangen gelden integraal toekomen aan de verweerster en veroordeelt de eiser tot de kosten van de beide aanleggen.
  3. De eiser komt met één middel en vier onderdelen, op tegen dit arrest. 2 Bespreking.
  4. De eiser voert aan dat de appelrechter, door te oordelen dat met de schuldvordering van de eiser geen rekening kon worden gehouden bij de toepassing van artikel 1628 van het Gerechtelijk Wetboek omdat de eiser na de betwisting van de verschillende belastingschulden door de verweerster, niet is overgegaan tot het leggen van bewarend beslag met voorafgaande machtiging van de beslagrechter, de volgende bepalingen miskent, namelijk artikel 1628 van het Gerechtelijk Wetboek, volgens welk het bestaan van een schuldvordering vastgesteld in een titel volstaat om in aanmerking te komen voor gehele of gedeeltelijke verdeling, zelfs al is de schuldvordering betwist, en de artikelen 6, § 1, 19, § 1 en § 2, 49, 60 en 61 WMGI.
  5. Het komt me voor dat de tekst van artikel 1628 van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.) duidelijk is, namelijk dat voor gehele of gedeeltelijke verdeling in aanmerking komen: enerzijds de niet betwiste schuldvorderingen en anderzijds de schuldvorderingen die bij een titel, zelfs een onderhandse, zijn vastgesteld. Aldus komen niet enkel niet betwiste, maar ook betwiste schuldvorderingen die blijken uit een titel krachtens deze bepaling voor verdeling in aanmerking. Deze bepaling stelt niet als voorwaarde dat een uitvoerend of bewarend beslag werd gelegd
(1). Opdat een betwiste schuldvordering voor verdeling in aanmerking komt, vereist artikel 1628 Ger.W. enkel dat ze bij een titel, zelfs een onderhandse, is vastgesteld
(2). De (regelmatige) aangifte van de titel van de betwiste schuldvordering verdient krachtens artikel 1628 Ger.W. eenzelfde behandeling zoals een bewarend beslag zoals bedoeld in artikel 1628, tweede lid, Ger.W., namelijk een consignatie van de aangetroffen gelden in afwachting van de afhandeling van de betwisting
(3). Dat de door de eiser aangegeven schuldvorderingen titels zijn, is geen geschil dat door de partijen is aangevoerd. 6. Door de regelmatig aangegeven titels niet in aanmerking te nemen voor verdeling, schendt de appelrechter mijns inziens artikel 1628 Ger.W. Het middel komt gegrond voor. Besluit: cassatie. __________________________________________________
(1)Verslag VAN REEPINGHEN, Parl.St. Senaat 1963-34, nr. 60, 350: “Het recht dat de schuldeiser verleend wordt om bewarend beslag te leggen houdt logischerwijs ook in dat er bij de verdeling rekening gehouden wordt met zijn schuldvordering, zelfs indien hij nog geen uitvoerbare titel bezit”; S. BRIJS, C. DE MUYNCK, R. LINDEMANS en J. DE FAUW, “Overzicht van rechtspraak. Beslag- en executierecht (2008-2014)”, TPR 2015,
(279)462, nr. 231: “Een schuldeiser dient niet over een uitvoerbare titel te beschikken om te worden opgenomen in het PV van evenredige verdeling (zie artikel 1628 Ger.W.)”; E. DIRIX, Beslag in APR 2018, 390, nr. 570: “Luidens artikel 1628 komen alleen de niet-betwiste schuldvorderingen en deze welke bij een titel, zelfs een onderhandse, zijn vastgesteld, in aanmerking voor de verdeling. De schuldeiser hoeft dus niet over een uitvoerbare titel te beschikken om zijn aanspraken te laten gelden. Het recht van zo’n schuldeiser om bewarend beslag te leggen, houdt logischerwijs ook in dat bij de verdeling met zijn vordering rekening wordt gehouden”; R. JANSEN, bijgewerkt door I. VERMANDER, “Art. 1628 Ger.W.” in P. DAUW, B. DECONINCK en B. WYLLEMAN (eds.), Duiding burgerlijk procesrecht. Deel I-Deel II, Brussel, Intersentia 2021, 833: “Het is niet vereist dat de schuldeiser beschikt over een uitvoerbare titel om toegelaten te worden tot de evenredige verdeling”.
(2)E. DIRIX, Beslag in APR 2018, 391, nr. 572: “Betwiste schuldvorderingen die niet gestaafd worden door een geschrift en waarvoor evenmin tot zekerheid bewarend beslag werd gelegd, worden geweerd.”; S. BENNIS, “Evenredige verdeling” in Focus op het beslag, Mechelen, Kluwer 2023, 262: “Een schuldeiser hoeft niet over een uitvoerbare titel te beschikken om zijn aanspraken te laten gelden. Hij moet zijn aanspraken in principe wel via een geschrift kunnen aantonen”.
(3)R. JANSEN, bijgewerkt door I. VERMANDER, “Art. 1628 Ger.W.” in P. DAUW, B. DECONINCK en B. WYLLEMAN (eds.), Duiding burgerlijk procesrecht. Deel I-Deel II, Brussel, Intersentia 2021, 833: “Hieruit volgt dus dat de gerechtsdeurwaarder in beginsel rekening moet houden met alle vorderingen die vastgesteld zijn in een geschreven titel, ook als over de gegrondheid van de vordering nog een procedure aanhangig is voor de bodemrechter […] Het verdient dan aanbeveling om in dat geval de som die mogelijks toekomt aan deze schuldeiser te consigneren en af te geven zodra de titel wordt bevestigd”; S. BENNIS, “Evenredige verdeling” in Focus op het beslag, Mechelen, Kluwer 2023, 262: “Dat de schuldvordering betwist wordt, vormt op zich geen grond om ze buiten beschouwing te houden. Het is immers niet de taak van de gerechtsdeurwaarder, noch van de beslagrechter om te oordelen over het bestaan van de schuldvordering. De gerechtsdeurwaarder zal de gelden die in voorkomend geval toekomen aan de schuldeiser voor het betwiste gedeelte van de vordering consigneren tot na de uitspraak van de bodemrechter”. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250411.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250411.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.