id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 25 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250425.1N.9 Rolnummer: F.23.0101.N Zaak: TAURUS INVEST bv contra BELGISCHE STAAT FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-06-05 Raadplegingen: 520 - laatst gezien 2026-06-18 23:16 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250425.1N.9 Fiche 1 De in artikel 333, derde lid, WIB92 bedoelde onderzoekingen zijn deze die voor de belastingplichtige, de derde of voor de openbare dienst, instelling of inrichting, bij wie ze plaats vinden, leiden tot de verplichting om op verzoek van de administratie boeken, bescheiden of inlichtingen mede te delen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III van titel VII WIB92;onderzoekingen die niet op een actieve medewerkingsverplichting van de belastingplichtige, derde of overheid berusten, maken geen onderzoekingen in de zin van artikel 333, derde lid, WIB92 uit en kunnen bijgevolg zonder voorafgaande kennisgeving worden uitgevoerd
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 333 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 354 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 2 De verwerking van reeds verkregen informatie door de administratie na het verstrijken van de gewone onderzoekstermijn kan worden verricht zonder dat een voorafgaande kennisgeving van aanwijzingen van fraude overeenkomstig artikel 333, derde lid, WIB92 naar de belastingplichtige moet worden verzonden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 333 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 3 In fiscale zaken is er sprake van veinzing wanneer een belastingplichtige met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden een inbreuk pleegt op de fiscale wet door de veruitwendiging van een juridische akte die niet overeenstemt met een andere, geheim gehouden, overeenkomst; de veinzing blijkt uit de vaststelling dat de veruitwendigde akte in werkelijkheid niet is gesteld of dat de partijen niet alle gevolgen ervan aanvaarden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - ALGEMEEN Tekst van de conclusie F.23.0101.N Conclusie van advocaat-generaal J. VAN DER FRAENEN:
- Situering. De betwisting betreft aanslagen in de vennootschapsbelasting voor de aanslagjaren 2011, 2012, 2013, 2014 en 2015 die in hoofde van eiseres werden gevestigd. In essentie betwist eiseres de regelmatigheid van bepaalde “onderzoekingen” die door de fiscus werden uitgevoerd tijdens de aanvullende termijn van 4 jaar bedoeld in artikel 354, 2de lid, WIB
- Tevens betwist eiseres dat zij door middel van een geveinsde constructie aan de heer S. een belastbaar voordeel van alle aard in de zin van artikel 31, 2° WIB92 zou hebben toegekend en er sprake zou zijn van een belastbare onderschatting van actief in de zin van artikel 24, 4°, WIB92 ten belope van de niet ontvangen bedragen in het kader van de leasing van een schip. Eiseres komt op tegen een arrest van het hof van beroep te Antwerpen dd. 15 november 2022 waarbij werd geoordeeld dat de administratie regelmatig de onderzoekstermijn heeft uitgebreid en dat de kwestieuze opgezette constructie gesimuleerd is. Eiseres voert twee middelen tot cassatie aan.
- Bespreking van het eerste middel. 2.
- Eiseres voert aan dat het appelgerecht niet wettig kon oordelen dat er geen schending voorligt van artikel 333, derde lid, WIB92, nu het niet heeft onderzocht of er door de belastingadministratie tijdens de multilaterale controle, die plaatsvond in de loop van het administratief onderzoek voorafgaand aan de kennisgeving bedoeld in artikel 333, derde lid WIB92, al dan niet onderzoeksdaden waren gesteld buiten de gewone onderzoekstermijn van drie jaar zoals bedoeld in artikel 333, tweede lid, WIB
- 2.
- Het eerste middel kan m.i. niet worden aangenomen. In een arrest van 12 februari 2016 gaf het Hof een invulling aan de term "onderzoekingen" in de zin van artikel 333 WIB92: “Bovendien houden de in artikel 333, derde lid, WIB92 bedoelde onderzoekingen voor de belastingplichtige, de derde of de openbare dienst, instelling of inrichting, bij wie zij plaatsvinden, de verplichting in om op verzoek van de administratie boeken, bescheiden of inlichtingen mee te delen overeenkomstig de bepalingen van titel VII, hoofdstuk III van dat wetboek”
(1). De onderzoeksdaden waarvoor de kennisgevingsverplichting van artikel 333, derde lid, WIB92 geldt, betreffen bijgevolg uitsluitend de onderzoekingen die een "verplichting" tot actieve medewerking inhouden voor de aangesproken belastingplichtige, de derde of voor de openbare dienst, instelling of inrichting. Onderzoekingen die niet op een actieve medewerkingsverplichting in hoofde van de belastingplichtige, de derde of voor de openbare dienst, instelling of inrichting berusten, kunnen derhalve geen onderzoekingen uitmaken in de zin van artikel 333, derde lid WIB92 en kunnen mitsdien zonder voorafgaande kennisgeving worden uitgevoerd. Worden derhalve niet beschouwd als onderzoeksdaden: het onderzoek door de administratie van haar eigen dossiers, de inzage van gerechtsdossiers, burgerlijk of strafrechtelijk, het verkrijgen van informatie van andere Belgische fiscale administraties of de spontane informatie overgemaakt door buitenlandse fiscale administraties, zijnde allemaal “bronnen van informatie die geen onderzoek impliceren in de zin van artikel 333 WIB92”
(2). De verwerking van reeds verkregen informatie door de administratie na het verstrijken van de gewone onderzoekstermijn kan derhalve worden verricht zonder dat een voorafgaande kennisgeving van aanwijzingen van fraude overeenkomstig artikel 333, derde lid WIB92 naar de belastingplichtige moet worden verzonden. 2.3. In onderhavige zaak stellen de appelrechters vast dat de Belgische administratie op 12 oktober 2015 door de Nederlandse belastingadministratie uitgenodigd werd om deel te nemen aan een zogenaamde multilaterale controle. Volgens het bestreden arrest betreft het “enkele onderzoek, na spontane overhandiging door de Nederlandse belastingadministraties, van computerbestanden waaruit de aankoop van het betrokken jacht blijkt door MED SEA in 2010 door aanwending van een lening aangegaan door (eiseres) en waaruit het bestaan van de leasingovereenkomst tussen MED SEA en de heer S. d.d. 19 juli 2010 blijkt, (...) geen onderzoeksdaad in de zin van artikel 333, derde lid W.I.B. 1992 waarvoor een voorafgaande kennisgeving van de uitbreiding van onderzoekstermijn diende te worden verzonden”
(3). Volgens het bestreden arrest blijkt uit de “voorliggende stukken” niet dat de Belgische belastingadministratie tijdens de multilaterale controle onderzoeksdaden heeft gesteld buiten de gewone onderzoekstermijn als bedoeld in artikel 333, derde lid WIB92, “die verder gaan dan de enkele spontane overhandiging door de Nederlandse belastingadministratie van computerbestanden”
(4). Op deze gronden heeft het appelgerecht m.i. naar recht kunnen beslissen dat er in het kader van de multilaterale controle door verweerder geen onderzoeksdaden waren gesteld buiten de gewone onderzoekstermijn waarvoor er een voorafgaande kennisgeving was vereist overeenkomstig artikel 333, derde lid, WIB92 in zoverre deze controle enkel aanleiding gaf tot een spontane uitwisseling van informatie tussen de Nederlandse en de Belgische belastingadministratie. De voormelde vaststellingen volstonden om deze beslissing naar recht te verantwoorden, zonder dat het bestreden arrest nader diende te onderzoeken of de door het middel geviseerde handelingen (randnummer 39 van de voorziening) al dan niet onderzoeksdaden uitmaakten in de zin van artikel 333, derde lid WIB
- 2.
- Met reden voert verweerder aan in zijn memorie dat de vaststellingen in het bestreden arrest dat het “enkele onderzoek, na spontane overhandiging door de Nederlandse belastingadministraties, van computerbestanden ... geen onderzoeksdaad in de zin van artikel 333, derde lid W.I.B. 1992 (uitmaakt) waarvoor een voorafgaande kennisgeving van de uitbreiding van onderzoekstermijn diende te worden verzonden” en dat uit de “voorliggende stukken” niet blijkt dat dit onderzoek verder gaat “dan de enkele spontane overhandiging door de Nederlandse belastingadministratie” van informatie, het Hof toelaten zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen op de toepassing door het appelgerecht van artikel 333, derde lid WIB
- In zoverre het eerste middel de schending aanvoert van artikel 149 G.W. mist het m.i. feitelijke grondslag.
- Bespreking van het tweede middel. EERSTE ONDERDEEL. 3.
- Eiseres voert aan dat het bestreden arrest niet wettig heeft vastgesteld dat er sprake is van een belastbare onderschatting van het actief ten belope van de niet ontvangen leasingbedragen (schending van artikel 24, eerste lid, 4°, WIB92), noch wettig heeft geoordeeld dat eiseres een belastbaar voordeel van alle aard bedoeld in artikel 31, tweede lid, 2° WIB92 heeft toegekend aan de heer S. (schending van deze bepaling) en bijgevolg zijn beslissing dat er door veinzing sprake is van inbreuken op het WIB92, met het opzet de belasting te ontduiken, niet naar recht heeft verantwoord (schending van de artikelen 354, tweede lid, WIB92, 1134, 1165, 1321 oud B.W.). 3.
- Het onderdeel kan m.i. niet worden aangenomen. De inkomstenbelastingen dienen, onder voorbehoud van toepassing van de door de wet voorziene antimisbruikbepalingen, te worden geheven op de door de belastingplichtige werkelijk gehanteerde juridische constructie. Het Hof oordeelde reeds dat hieruit voortvloeit dat slechts abstractie kan worden gemaakt van het bestaan van een vennootschap en van de door deze vennootschap gesloten overeenkomsten wanneer wordt vastgesteld dat er sprake is van simulatie of veinzing
(5). In fiscale zaken is er sprake van veinzing wanneer een belastingplichtige met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden een inbreuk pleegt op de fiscale wet door de veruitwendiging van een juridische akte die niet overeenstemt met een andere, geheim gehouden, overeenkomst. De veinzing blijkt uit de vaststelling dat de veruitwendigde akte in werkelijkheid niet is gesteld of dat de partijen niet alle gevolgen ervan aanvaarden
(6). 3.
- De appelrechters hebben vastgesteld dat eiseres een leningsovereenkomst had gesloten ter financiering van de aankoop van een schip door MED SEA en dat MED SEA vervolgens met de heer S. een leasingovereenkomst had gesloten tot toekenning van een gebruiksrecht op dat schip (cf. p.11, in fine van het arrest). Met de daaropvolgende overwegingen p. 12 en 13, eerste tot derde alinea, geven de appelrechters te kennen dat de partijen niet alle gevolgen van de leningsovereenkomst en de leasingovereenkomst hebben aanvaard, aangezien het nooit hun bedoeling was geweest om een leasingovereenkomst tegen betaling te sluiten, doch enkel om een schip gratis ter beschikking te stellen van de heer S.. Op grond van die overwegingen hebben de appelrechters m.i. naar recht kunnen oordelen dat de leningsovereenkomst van eiseres ter financiering van de aankoop van het schip door Med Sea en de leasingovereenkomst van Med Sea en de heer S. met betrekking tot dat schip, geveinsd waren. 3.
- Na te hebben vastgesteld dat partijen niet alle gevolgen hebben aanvaard van de lening- en leasingovereenkomst, stellen de appelrechters vervolgens vast dat door de geveinsde constructie de heer S. vanwege eiseres een belastbaar voordeel van alle aard heeft genoten, zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, 2°, WIB92, alsook dat er ingevolge die constructie in hoofde van eiseres sprake was van een belastbare onderschatting van actief in de zin van artikel 24, eerste lid, 4° WIB92, ten belope van de niet ontvangen leasingbedragen, op grond waarvan er sprake was van inbreuken op het WIB92, met opzet de belasting te ontduiken. De appelrechters oordeelden daarbij dat het bedrieglijk opzet geenszins volgt “uit de enkele vaststelling dat het betrokken schip werd aangekocht middels een Maltese vennootschap, doch uit het geheel van vaststellingen omtrent de aangegane overeenkomsten die niet werden nageleefd, de wijze van boeking van de onderscheiden vorderingen en ieder gebrek aan naleving van de betalingsverplichtingen door de betrokken partijen, zonder dat tot enige invordering werd overgegaan”. Anders dan het onderdeel aanvoert, hebben de appelrechters op deze gronden m.i. naar recht kunnen oordelen dat er door veinzing sprake is van inbreuken op het WIB92, met name een belastbare onderschatting van actief in de zin van artikel 24, eerste lid, 4°, WIB92 en de toekenning door eiseres van een niet-aangegeven belastbaar voordeel van alle aard bedoeld in artikel 31, tweede lid, 2° WIB92 aan de heer S. (…)
- Besluit: Verwerping. ________________________________________________
(1)Cass. 12 februari 2016, AR F.14.0216.F, AC 2016, nr. 103, ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160212.3.
(2)Cass. 20 mei 2016, AR F.15.0175.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160520.2, AC 2016, nr. 335, ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160520.2, met concl. van advocaat-generaal HENKES, op datum in Pas.; wat de inzage betreft van gerechtsdossiers: zie Cass. 27 januari 2023, AR F.22.0070.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230127.1N.11; Cass. 21 april 2022, AR F.19.0131.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220421.1N.12.
(3)P. 8, onderaan - p. 9, bovenaan.
(4)P. 9, derde alinea.
(5)Cass. 2 januari 2020, AR F.18.0074.N, AC 2020, nr. 2, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200102.1N.8.
(6)Cass. 25 juni 2020, AR F.19.0052.N, AC 2020, nr. 455, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.13, met concl. OM, ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200625.1N.13. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250425.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250425.1N.9 citeert: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160212.3 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160520.2 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160520.2 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200102.1N.8 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.13 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200625.1N.13 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220421.1N.12 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230127.1N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div