← België

V. contra VLAAMS GEWEST

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 09 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250509.1N.1 Rolnummer: F.23.0049.N Zaak: V. contra VLAAMS GEWEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-07-04 Raadplegingen: 224 - laatst gezien 2026-06-15 04:38 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250509.1N.1 Fiche Uit artikel 48, § 2, 2°, Wetboek Successierechten blijkt dat enkel personen die op de dag van het openvallen van de nalatenschap ten minste één jaar ononderbroken met de erflater samenwonen en die op die dag ten minste één jaar ononderbroken een gemeenschappelijke huishouding voeren met de erflater, als samenwonenden in de zin van deze bepaling worden beschouwd; de termijn van één jaar geldt bijgevolg zowel voor de voorwaarde van het samenwonen als voor de voorwaarde van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: SUCCESSIERECHTEN Vrije woorden: Verkrijging stiefouder - Stiefkind - Tarief in rechte lijn - Samenwoning en gemeenschappelijke huishouding - Termijnvereiste Wettelijke bepalingen: Wetboek van Successierechten - 31-03-1936 - Art. 48 Tekst van de conclusie F.23.0049.N Conclusie van advocaat-generaal J. VAN DER FRAENEN: (…) TWEEDE ONDERDEEL. 2.
  1. Eiseres voert aan dat het bestreden arrest onwettig een (tijds)voorwaarde heeft toegevoegd aan de wet die er niet in staat, door te stellen dat de wet voor de toepassing van het successietarief "in rechte lijn" voor stiefkinderen ook vereist dat wordt aangetoond dat er sprake was van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding gedurende een periode van één jaar voorafgaand aan het overlijden van de partner; terwijl volgens eiseres de termijn van één jaar enkel van toepassing is op het ononderbroken samenwonen. (Schending artt. 48, § 2, laatste lid, juncto 50, eerste lid W. Succ.) 2.
  2. Het onderdeel faalt m.i. naar recht Anders dan het onderdeel aanvoert, geldt die tijdsvoorwaarde m.i. zowel voor het ononderbroken samenwonen als voor het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. 2.8.
  3. Verweerder werpt met reden op in zijn memorie dat indien anders zou moeten worden geoordeeld, het immers zou volstaan om enkel te bewijzen dat er daags voor het openvallen van de nalatenschap een gemeenschappelijke huishouding werd gevoerd, wat duidelijk niet de bedoeling kan zijn geweest van de decreetgever. 2.8.
  4. De voorwaarde dat een gemeenschappelijke huishouding moet worden "gevoerd" houdt ten anderen een actieve betekenis in, wat veronderstelt dat er reeds gedurende een bepaalde periode sprake was van een gemeenschappelijke huishouding
(1). 2.8.3. Dit standpunt vindt ook steun in de voorbereidende werken van het Decreet van 1 december 2000 houdende gelijkschakeling van de successierechten tussen samenwonenden en getrouwden waarbij de termijn van drie jaar werd vervangen door een termijn van één jaar
(2). In de memorie van toelichting wordt duidelijk gesteld dat deze termijn zowel voor de voorwaarde van het samenwonen als voor de voorwaarde van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding geldt: “Voor de samenwonenden die geen verklaring voor de ambtenaar van de burgerlijke stand wensen af te leggen – niet iedereen wil of kan een "samenwoningsboterbriefje" ontvangen – moet er een samenwerkingsperiode (van samenwonen en gemeenschappelijke huishouding) van minstens 3 jaar zijn. Wij herinneren er aan dat deze 'duurtijd' de bedoeling had constructies inzake erfrecht te vermijden. Omdat deze regel evenwel voor wettelijke samenwonenden niet (meer) opgelegd wordt, moet naar onze mening ook deze discrepantie voor de andere samenwonenden verkleind worden. Ons voorstel is dan ook de termijn van drie jaar in te korten tot één jaar (artikel 2, 3°)”
(3). 3. Besluit: Verwerping. ___________________________________________________________
(1)T. DE CLERCK, "Samen staan ze sterk? Alternatieve of cumulatieve voorwaarden voor feitelijk samenwonenden in het successierecht", noot bij Rb. Leuven 12 maart 2010, Kluwer, Successierechten 2010-2011, 3.
(2)BS 11 januari 2001, 702.
(3)MvT Voorstel van decreet van 18 mei 2000 houdende gelijkschakeling van de successierechten tussen samenwonenden en getrouwden, Parl.St. Vl.Parl. 1999-2000, nr. 319/1, 4. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250509.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250509.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.